Deze tekst is verschenen in de Filosofiescheurkalender 2016 op 5 maart.
‘Iedere dag moeten we in ons schrijversleven, in onze artikelen, onze boeken partij kiezen.’ – Jean-Paul Sartre in Wat is literatuur? (1948)
Jean-Paul Sartre (1905-1980) schreef literatuur met een boodschap. In 1964 wilde het Nobelcomité zijn literaire werk bekronen met de Nobelprijs voor de literatuur, omdat het ‘gevuld is met ideeën en de geest der vrijheid en de queeste naar waarheid’. Sartre weigerde de prijs. Je hoort immers geen prijs te ontvangen voor het aankaarten van problemen; het is niet meer dan de plicht van de schrijver om dat te doen. Een auteur moet zichzelf niet tot een instituut maken of zich bij een instituut als de Nobelprijs voegen, want dat maakt zijn werk tot literatuur van de gevestigde orde, in plaats van dat het een engagerend werk blijft. Volgens Sartre was de lijst van Nobelprijs-laureaten een enkelzijdige vertegenwoordiging van het Westen. Hij wilde zich niet voegen bij deze gevestigde orde, ten nadeel van het Oosten.