Deze tekst is verschenen in de Filosofiescheurkalender 2016 op 8 maart.
‘Want weet wel, dat al het kwaad, dat zo algemeen over vrouwen gesproken wordt, de sprekers benadeelt en niet de vrouwen.’ – Christine de Pisan in Het boek van de stad der vrouwen (1405)
Nadat Christine de Pisan (1364-1430) in 1390 weduwe werd, bleef ze achter met drie kinderen. Om de kost te verdienen schreef ze gedichten en proza aan verschillende hoven. Een van de werken van haar hand is Het boek van de stad der vrouwen, dat een pleidooi is voor de emancipatie van vrouwen, of althans voor een positievere benadering van vrouwen en het vrouwelijk intellect. Ze richt zich daarbij ook tot God: waarom zou de almachtige God vrouwen geen serieuzere rol geven? Vervolgens vertelt De Pisan over een stad opgebouwd door en bewoond voor vrouwen. Het is een verwijzing naar Augustinus’ stad van God, waarin het leven in een ongelovige of heidense stad wordt vergeleken met dat in een stad waar God goed gevolgd wordt. Op dezelfde manier worden in De Pisans stad vrouwen voor vol aangenomen, gewaardeerd en vrij gelaten. Helaas genoot haar werk in de eeuwen daarna niet zoveel bekendheid als dat van Augustinus; maar De Pisan kan met recht de eerste feministe worden genoemd.