De Arabische lente heeft het Midden-Oosten op z’n kop gezet. Niet langer is de macht van het staatsapparaat vanzelfsprekend. Veranderende tijden zorgen er niet alleen voor dat de toekomst positief tegemoet gezien wordt, maar ook dat men literatuur uit vervlogen tijden uit de kast haalt. Door jarenlange censuur repte geen krant of wetenschappelijk onderzoek over de problemen van het bestuur – alleen historici en literatoren zullen daar inzichtvolle terugblikken op kunnen bieden. Voor een inkijk in dat afgrijselijke verleden, zal door de bevrijde Arabieren ongetwijfeld gewezen worden naar is Eigen Vuur van Alaa al Aswani (naar het Nederlands vertaald door Jan Jaap de Ruiter). Het boek staat vol met iconische beelden van de aangrijpende realiteit die het leven van de Egyptenaren heeft geteisterd. Het is een kunst als een schrijver je meerdere blikken op onvergetelijke momenten kan geven. Dat talent om het onbekende te belichten, heeft Al Aswani in overschot.
De personages die zijn opgetekend in het boek hebben allemaal te lijden onder het strenge regime. Vele levens werden geruïneerd door de wandaden van de machthebbers en dat kon Al Aswani niet langer tolereren. Hij werd medeoprichter van de politieke beweging Kefaya die later een platform zou bieden voor de protesten tegen de toenmalige president van Egypte, Hosni Moebarak. Tegelijkertijd ziet hij als schrijver wel een belangrijk verschil tussen fantasie en realiteit. Zo opent ook het genoemde boek, dat zelfs op waarheid gebaseerd is, met een woord vooraf dat geheel gewijd is aan het aanbrengen van een duidelijke scheiding tussen het echte leven en de verbeelding. Volgens Al Aswani is een auteur geslaagd als hij in staat is om zijn lezer zover te krijgen de werkelijkheid en fantasie te vermengen. Met zijn inleidende betoog geeft hij ons onbedoeld een nog belangrijker karakter: een auteur die gebukt gaat onder het bewind, die de taferelen als poëtische drama’s wilde optekenen en die enkel iets moois wilde maken van de alom heersende kommer en kwel. Dan maar niet geaccepteerd. Zo goed en zo kwaad als het gaat ijvert hij voort zonder zich tegen te laten houden door alle opgeworpen blokkades, totdat de daadwerkelijke verlossing komt. In de geschiedenisboeken zal dat beeld waarschijnlijk maar een voetnoot zijn; de corrupte macht overheerste alles, niet alleen de literatuur. Zelfs in zijn eigen boek is het al ondergeschikt aan de verwoeste levens waarover hij verhaalt. Toch kan je als lezer alleen maar fantaseren over wat hij geschreven zou hebben, als hij alle vrijheid gehad zou hebben.
—
Deze column is geschreven voor en verschenen in de september editie van de Boekenkrant (zie: www.boekenkrant.com)