[Deze column is geschreven voor en verschenen in de Boekenkrant juli 2012, zie: www.boekenkrant.com]
Een tijdje geleden liep ik over de traditionele markt (souk) in het ‘oude’ gedeelte van de stad Dubai, waar ik tegenwoordig woon. Al is Dubai nu een echte metropool, toch is het niet een eeuwenoude Arabische wereldstad zoals het Cairo waarover de eerste Arabische Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez vertelt in zijn vele verhalen. Cairo staat vol met cultureel erfgoed, waardoor elk straatje 1001 verhalen te vertellen heeft, zoals de Midaksteeg die hij in het gelijknamige boek beschrijft. Veel van de vergane eeuwen zul je hier niet terugvinden, want tot een paar decennia geleden was Dubai gewoon een vissersdorp met een paar strohutjes in een land met een stammenbevolking die zo hun hele boedeltje inpakte en verderop aan de kust neerstreek als het hun niet meer beviel.
In een van de zijstraatjes raakte ik vrijwillig verdwaald, waardoor ik terechtkwam op een binnenplaatsje. Daar zag ik twee mannen op een bankje. Beiden waren gekleed in Arabische klederdracht en droegen een lang wit gewaad (kandora) en een hoofdoek (keffiyeh) met band (agal). De een lag met zijn hoofd op de schoot van de andere te rusten, terwijl ze onder het genot van een kop thee aan het praten waren. Ze zagen er tevreden uit zoals ze genoten van de warmte. De rechtopzittende man zat zelfs heel zachtjes door zijn grijze baard te kroelen. Toen hij mij ontdekte gaf hij mij bescheiden een vriendelijk knikje. De zoveelste toerist zal hij wel gedacht hebben, totaal niet belangrijk genoeg om hun sereniteit of het gesprek te onderbreken. Mahfoez’ verhalen gaan vaak over het alledaagse wel en wee van de bevolking. Ieder heeft zo zijn eigen problemen en langzaam maar zeker raakt het allemaal vervlochten met elkaar. Temidden van alle commotie blijven de hoofdpersonen gewone Arabieren. In de Midaksteeg ontkomen ze niet aan elkaar, de hitte drijft ze hun huis uit, overdag op straat en ‘s avonds in het koffiehuis.
Wat had ik die middag graag willen weten waarover die twee mannen het hadden, terwijl ze daar hun intieme onderonsje hadden. Mahfoez zou er wel raad mee weten. Ik zal het nooit zeker weten, maar ik ben er van overtuigd dat ik het gelezen heb in De Midaksteeg.
[Deze column is geschreven voor en verschenen in de Boekenkrant juli 2012, zie: www.boekenkrant.com]