Sharon Hagenbeek

Edmund Gettier in de Filosofiescheurkalender 2016

by

[Deze tekst is verschenen in de Filosofiescheurkalender 2016 op 7 januari.]

‘Allereerst, “gerechtvaardigd” in die zin dat S gerechtvaardigd is in het geloven van P, is een noodzakelijke conditie van dat S weet dat P, het is daarmee mogelijk voor een persoon om gerechtvaardigd te zijn in het geloven van een propositie die in feite onjuist is.’

– Edmund Gettier in Is Justified True Belief Knowledge (1963)

Edmund Gettier (1927) deed de filosofie op haar kop staan in 1963 met een artikel ter grote van twee A4-tjes. Het artikel begeeft zich op het vlak van de epistemologie, de theorie over de oorsprong en fundering van kennis. Daarbinnen ging men er tot 1963 altijd vanuit dat men gerechtvaardigd was in het geloven dat een uitspraak kennis bevatte op het moment dat men er bewijs voor had. Gettier stelde daartegenover: wat als ik denk dat Pietje een baan krijgt, omdat mijn baas me dat vertelde? Daarnaast weet ik dat Pietje tien muntjes op zak heeft. Dan ben ik gerechtvaardigd te geloven dat de uitspraak ‘Degene die de baan krijgt heeft tien muntjes op zak’ waar is, en dus kennis is. Als echter blijkt dat in feite niet Pietje, maar ik de baan krijg, en dat ik zonder het te weten ook tien muntjes op zak had, dan is de uitspraak nog steeds waar, ondanks dat ik die als waar beschouwde op basis van een onjuiste veronderstelling. Met nog geen duizend woorden had Gettier laten zien dat een gerechtvaardigde overtuiging in de waarheid van een uitspraak niet hetzelfde is als waarlijk gefundeerde kennis.

 

Popular Philosophy