Vorige maand was ik nog in Beiroet, aan het genieten van de culturele vermengingen tussen Oost en West, verbaasd over de gemoedsrust die de Libanezen leken te bezitten over onrusten in het buurland Syrië. Sindsdien zijn de problemen helaas dan toch overgewaaid naar Libanon, de bom is letterlijk gebarsten (het begon de afgelopen maand met het ontploffen van een autobom in naam van de Syrische dictator Assad). Elke plaats heeft geschiedenis, elke oorlog die zich er afspeelde heeft oorzaken, maar het blijft op een rare manier te ver weg. Als je je er niet middenin bevindt, kun je alleen maar proberen het je voor te stellen. Het is net zo zeer lastig om de twee kanten van een verhaal goed te zien. Sommige conflicten lopen zo hoog op met als resultaat een hete brij waarvan niemand meer weet hoe het nu precies ontstond. Er sprake van vermenging van het nu en alles wat eraan vooraf ging. Er is misschien nog wel wat over van wat er was, maar dat is niet meer wat er nu is. Dat geldt voor het conflict tussen Oost en West, maar ook voor de spanning tussen magie en realiteit. In de literatuur van het magisch realisme is er ook sprake van een mix van magie en realiteit. Je wordt erdoor als lezer van de wijs gebracht, de realiteit moet plaatsmaken voor iets waar het normaal gesproken geen ruimte voor heeft, met als surrealistisch effect dat het onrealistische soms zelfs meer zegt over de werkelijkheid dan de feiten zelf.
Het zal mij vast niet in dank worden afgenomen dat ik zoiets serieus als de problemen rondom het Midden-Oosten gelijk stel aan de tegenstelling van magie en realiteit – Salman Rushdie kreeg twintig jaar geleden als bedankje een fatwa over zich uitgeroepen. Die gebeurtenis heeft zijn leven bepaald, blijkens zijn autobiografische boek van Salman Rushdie, Joseph Anton, een memoir, dat eind september verscheen. Dat verhaal wordt constant onderbroken door allerlei kleinere verhaaltjes binnen de vertelling – allemaal stukjes die hebben bijgedragen aan het geheel. Net als in het magisch realisme wordt het verhaal onderbroken door fragmenten die tegelijkertijd het geheel bepalen. Met zijn opmaken van de rekening blijkt maar weer eens hoe ver hier en nu van elkaar gescheiden kunnen zijn. Maar weinigen worden zo in het het hier en nu geplaatst als Rushdie. Hij is de schrijver die de spanningen tussen Oost en West belichaamt, het kruispunt tussen heden en verleden, tussen werkelijkheid en fictie. Hij bevond zich middenin het moment waarop alles samenkwam en veranderde – dat moment heb ik niet meegekregen in Beiroet, ik was daar enkel vooraf. Sindsdien is de situatie compleet omgeslagen, het hier en nu zijn er samengekomen. Het realistische nu heeft alle eigenschappen van de magie – zo was er nog geen conflict, zo is het oorlog.
Deze column is geschreven voor en verschenen in de Boekenkrant van november, zie: www.boekenkrant.com.