Uit Sneeuwwitje, opgetekend door de gebroeders Grimm.
Natuurlijk zijn sprookjes bedoeld voor kinderen, dat weet iedereen. Het leven verloopt niet zoals in deze vertellingen, laat staan dat de liefde bestaat zoals die voorkomt in bijvoorbeeld Sneeuwwitje. Maar waarom bestaan er dan sprookjes? Zijn wij ermee dan echt alleen maar voor de gek gehouden door onze ouders?
De meeste sprookjes zijn opgetekend door de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm. Minder bekend is dat beiden beroemd taalkundigen waren. Ze bemoeiden zich niet zonder reden met deze vaak orale vertellingen. Ze zochten naar de algemene ideeën van de mens. Ze zagen het magische wereldbeeld van sprookjes vol met karikaturen. Ze vonden het belangrijk dat deze voorgespiegelde idealen goed gedocumenteerd werden, omdat ze een kern van waarheid zouden bevatten. En misschien hadden ze daarmee ook wel gelijk; wie kan zich immers niet vinden in het karakter van de knappe prins of prinses die gekweld wordt door een boze heks? Volgens de broers hebben we gedurende ons hele leven te maken met normen en waarden die aan ons zijn overgeleverd door deze sprookjes. Niet alleen leerden deze verhalen ons over de liefde, ook kunnen we erbij terecht voor het verschil tussen goed en kwaad. Al onze morele ideeën zijn erin gevat.
[Deze tekst is verschenen in Filosofie Scheurkalender 2011 op 13 februari]