‘Roken is het symbolische equilvalent van het zich toe-eigenen van de wereld op een destructieve wijze’
Deze tekst is verschenen in de Filosofie Scheurkalender van 2011 op 1 juli
Inmiddels is het alweer drie jaar geleden dat het rookverbod in de horeca werd ingevoerd. Waarschijnlijk zou Jean-Paul Sartre zich openlijk verzet hebben tegen het verbod – niet alleen was hij een roker, ook was hij een frequent cafébezoeker. Bovendien ging Sartre prat op het plegen van openlijk verzet tegen de gevestigde orde. In het verzet ontstaat volgens hem namelijk de wisselwerking die onze maatschappij vormt. Daarom verdedigde Sartre onder meer communisten, iets wat hem destijds zwaar werd aangerekend. Zijn roem genoot Sartre uiteindelijk om zijn filosofie. Als vader van het existentialisme creëerde hij een filosofie waarin de mens middenin de wereld staat. Het menselijke bestaan wordt bepaald door het handelen, niet door het denken, aldus het existentialisme. In ons handelen laten we dus zien wie we zijn. Dat betekende voor Sartre dat hij alleen zichzelf kon zijn door zijn mening te geven over alles – vandaar ook zijn publieke verzetsdaden. Je bent voor of tegen; kiezen voor neutraliteit was daarom voor Sartre geen volwaardige keuze. Roken is daarentegen een hele bewuste beslissing: je kiest te leven, je kiest de manier waarop je de levensadem tot je neemt. En hoewel niet gezond, is dat wel jouw – destructieve keuze.