Sharon Hagenbeek

Arthur Schopenhauer in de Filosofiescheurkalender 2016

by

Deze tekst is verschenen in de Filosofiescheurkalender 2016 op 16 maart.

‘Inderdaad behoort afwezigheid van elk doel, van elke grens, tot het wezen van de wil op zichzelf, die een eindeloos streven is.’ – Arthur Schopenhauer in De wereld als wil en voorstelling (1818).

Sinds Immanuel Kant (1724-1804) het Ding-an-Sich vorm gaf in de zeventiende eeuw, was de wereld volgens de filosofie verdeeld in het subject en het object. Aan de ene kant hebben wij onze ervaring van de wereld – en dan is er ook nog zoiets als de daadwerkelijke wereld met objecten die op zichzelf staan (Ding-an-Sich), los van onze ervaring daarvan. De hamvraag werd: kunnen we dat Ding-an-Sich dan wel kennen? Schopenhauer beantwoordde deze vraag door te stellen dat het Ding-an-Sich eigenlijk de wil is. Deze wil behelst niet onze driften of neigingen; Schopenhauer omschrijft de wil als een onstuitbaar streven, een blinde drang die zich als een onophoudelijke cyclus, doelloos en eindeloos, voortbeweegt. Zo is op de korst van een kleine planeet, in een van de duizenden zonnestelsels in het heelal, vanuit een schimmellaag, denkend leven ontstaan – zonder reden, zonder doel, haast als een praktische grap van de wil.

Popular Philosophy