Sharon Hagenbeek

Recensie Wilde Beesten in de filosofische Woestijn

by

Hein van Dongen, Hans Gerding en Rico Sneller, Wilde beesten in de filosofische woestijn. Filosofen over telepathie en andere buitengewone ervaringen. Kampen, Uitgeverij Ten Have, 2011, 22 x 14, 187 p., € 17,90. Deze recensie in geschreven voor en verschenen in Tijdschrift voor Filosofie, 77/2015,  September 2015, Universiteit Leuven.

Sinds de verschijning van dit boek is het vertaald naar het Engels, zie: Hein van Dongen, Hans Gerding and Rico Sneller, Wild Beasts of the Philosophical Desert. Philosophers on Telepathy and Other Exceptional Experiences, Cambridge Publishing 2014.

Hein van Dongen schreef in de aan William James gewijde uitgave van Wijsgerig Perspectief  (47/2007, n. 4) een opstel getiteld Wilde beesten in de filosofische woestijn. Het vormde de basis voor het eind 2011 verschenen boek dat dezelfde titel draagt en dat hij schreef samen met Hans Gerding en Rico Sneller: Wilde beesten in de filosofische woestijn. Filosofie over telepathie en andere buitengewone ervaringen. William James (1842-1910), die in de filosofie inmiddels voornamelijk bekend is om zijn pragmatisme, was een van de pioniers in de parapsychologie. Zijn filosofie beoogde juist alle mogelijke menselijke ervaringen als onderwerp onder de loep te nemen; zodoende ging hij op zoek naar buitengewone ervaringen die hij de ‘wilde beesten in de filosofische woestijn’ noemde (p.113).

James is niet de enige die in dit soepel en toegankelijk geschreven boek aan bod komt. Naast hem krijgt ook de filosofie van Immanuel Kant, Friedrich Wilhelm Joseph Schelling, Arthur Schopenhauer, Henri Bergson, Hans Driesch en Jacques Derrida aandacht.

Hoewel het boek chronologisch geordend is, is het niet bedoeld als een uitputtende historische weergave. Van Dongen, Gerding en Sneller bieden een bloemlezing en geven zelf al aan dat het niet een volledige chronologie van de filosofie over de zogenoemde exceptional human experiences is. Primair gaat het de auteurs om de telepathische ervaring, maar ook andere buitengewone ervaringen komen aan bod zoals: (voorspellende) dromen, ‘animale magnetisme’ of  ‘mesmerisme’, (verschijning van) de geesten(wereld), hypnose, magie, somnambulisme en mystieke ervaringen.

Van Dongen, Gerding en Sneller merken op in hun inleiding dat het niet gaat om de waarde van de filosofieën die aan bod komen. Het draait er voor hen om deze filosofen, die hun eigen interesses volgden en van wie de filosofie niet blijft binnen de grenzen van wat ‘normaal’ is, voor het voetlicht te brengen. Ook geven de auteurs aan dat ze niet eenduidig geloven in ‘het paranormale’. (p.19) De filosofen die ze bespreken zijn voor hen een voorbeeld omdat ze niet binnen het afgekaderd wetenschappelijke wereldbeeld blijven, zoals vandaag de dag maar al te gebruikelijk is.

Een filosofie is niet alleen maar de som van het theoretische werk van een willekeurige filosoof, het is juist de mogelijkheid om de praktijk met al haar uitzonderlijkheden binnen de theorie met open armen te ontvangen. Dat laatste vereist lef. Elk van de besproken filosofen had dat lef. Voor een ieder die onderzoek doet naar het werk van Kant, Schelling, Schopenhauer, James, Bergson, Driessch of Derrida, biedt dit boek dan ook een nuttige aanvulling, een weergave van hun poging om het buitengewone te incorporeren binnen hun filosofie.

De keuze voor Derrida erbij is met name erg interessant. Niet alleen is hij de vreemde eend in de bijt (zijn tekst Télépathie is, zoals de auteurs ook aangeven, het minst bekend van allen en is zelfs grotendeels onbekend gebleven onder Derrida-kenners tot op de dag van vandaag). Ook is zijn werk over telepathie een typisch werk van Derrida: het gaat meer over onze houding en omgang met telepathie, dan over telepathie zelf. Van Dongen, Gerding en Sneller doen wat ze later ook bij Derrida beschrijven: ze laten hun eigen positie in het ongewisse, want “alleen zo zal het (lezers)publiek niet verstarren in een definitief oordeel, maar dit oordeel juist constant in beweging houden. Daarmee plaatsen beiden [Derrida en zijn lezers] de telepathie, in Derrida’s woorden, als het ware buiten het weten. Onze verhouding tot het telepatische, zegt Derrida, op een bepaald moment, Freud nabootsend, is er niet één die behoort tot het genre van ‘weten’ of ‘niet-weten’.” (p. 152)

Daarmee sluit dit succesvolle boek af* en krijgt de filosofische lezer een kritische vraag mee: in hoeverre staat of valt uw denken met de gebieden die de wetenschappen en daarmee ook de filosofie liever buiten beschouwing laten?

 

—-
*Het boek is inmiddels vertaald naar het Engels, zie: H van Dongen, H. Gerding en R. Sneller: Wild Beasts of the Philosophical Desert. Philosophers on Telepathy and Other Exceptional Experiences, Cambridge, Cambridge Scholars Publishing, 2014.

Deze recensie in geschreven voor en verschenen in Tijdschrift voor Filosofie, 77/2015,  September 2015, Universiteit Leuven.

Academic Book Reviews