Thales is de eerste filosoof van de westerse traditie. Deze traditie wordt namelijk afgebakend met de dag waarop hij een zonsverduistering voorspelde, 28 mei 585 v.Chr. Thales komt uit Milete, Ionië (Klein-Azië) en hij zal deel uitmaken van wat wij later de Ionische filosofen noemen.
De Ionische filosofen pogen een materialistische verklaring willen geven voor de kosmos en benoemen daarbij één bepaald element waar alles uit bestaat. Voor Thales is dat water. Zijn voornaamste stelling is dan ook dat alles is voortgekomen uit water en naar alle waarschijnlijkheid hebben de goden daar geen rol bij gespeeld.
Zijn theorie is vandaag de dag misschien wat minder goed serieus te nemen. Zo drijft de aarde als een soort vlot op het water van de oer-oceaan waaruit ze ooit is voortgekomen. Hiermee verklaart hij de rust waarin volgens onze ervaring de aarde verkeerd. Ook verklaarde hij in zijn kosmologisch model nog een ander natuurfenomeen: aardbevingen; dit zijn de bewegingen van het materiaal van het vlot op de golven. Dit is tegenwoordig niet heel geloofwaardig meer, maar belangrijker voor ons hieraan is dat het niet meer een uiting van een woedende god is.
Zoals gezegd voorspelde hij ook een zonsverduistering. Dat was natuurlijk niet met de precisie van tegenwoordig, dus ook gedeeltelijk geluk. Maar ook hiervoor geldt dat het belangrijker is dat het geen interventie van de goden was, maar een natuurfenomeen dat gewoon zo hoort.
Ook wordt de uitspraak dat ‘alle dingen zijn vol van goden’ aan hem toegeschreven. Ondanks dat dit natuurlijk weer een positieve behandeling van de goden toont, kunnen we wel concluderen dat het godsbegrip bij Thales en zijn directe opvolgers aan het veranderen is. Het godsbeeld van de mythe wordt van zijn antropomorfe elementen ontdaan. Wat overblijft is een begrip van het goddelijke als een bezielende factor of bepalende kracht in de natuur.
Een ander element van het denken van Thales is dat hij meer zou hebben gewild dan alleen natuurfilosofie, en daarom zou hij zich ook beziggehouden met meetkunde. Zo heeft hij enkele meetkundige stellingen geformuleerd en bewezen. Een voorbeeld hiervan is de stelling dat de helften van een cirkel precies even groot zijn, die bewezen wordt door ze door omklappen op elkaar te leggen. Symmetrie had bij hem een hoofdrol in zijn bewijzen.
Bij Aristoteles vinden we de volgende uitspraak: ‘Thales baseerde zijn oorsprongsthese op de gedachte dat in de wereld om ons heen levende wezens groeien door water en dat ook het zaad waaruit zij ontstaan meestal vochtig is’. Dit is een eerste voorbeeld van een analogie-redenering, waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen Mikro-kosmos en Makro-kosmos. De analogieredeneringen zijn typerend voor de presocratische natuurfilosofie, leveren een nieuwe benadering van de werkelijkheid op en maakt het voor het eerst mogelijk om kosmische processen rationeel te verklaren en die verklaringen vervolgens te toetsen en te verbeteren.
De preoccupatie met bewijsvoeringen die we bij Thales en de andere vroegste filosofen vinden is nieuw en bijzonder. Zij waren niet onbeargumenteerd of arbitrair aan het speculeren. Deze preoccupatie heeft ook een grote invloed op het verloop van de Griekse wiskunde hebben.
[Dit is een gedeelte van mijn samenvatting van het college Antieke Wijsbegeerte, waarbij gebruik wordt gemaakt van mijn collegeaantekeningen van het college van drs. Martijn en het handboek Griekse en Romeinse Filosofie van o.a. F.A.J. de Haas en die tekst is hier dan ook in terug te vinden]

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer