Sharon Hagenbeek is Watching You!

Samenvatting Antieke deel 1 Presocraten, Sofisten en Socrates

door

[dit is een samenvatting van de syllabus Griekse en Romeinse Filosofie, red. K.A. Algra, F.A.J. de Haas, J.M. van Ophuijsen en C.G. Steel, editie: augustus 2006]

Inleiding zie: Inleiding Antieke Wijsbegeerte

1. Presocratici en Hippocrates

1. Thales (620-540)
Milete Ionië
Monist

  • Alles komt voort uit water
  • Heeft zonsverduistering voorspelt op 28 mei 585 vc
  • Meetkunde: 2 helften van cirkel zijn precies even groot
  • 1ste voorbeeld van analogie-redenering
  • Rationele verklaringen in plaats van mythische

(zie: Thales)

2. Anaximander (610-546)
Milete Ionië

  • Leerling van Thales
  • Gebruikte schrift voor niet-poëtische doeleinden
  • Systeem kosmogonie – oorsprong (noemde dat archê) in apeiron (onbepaalde/oneindige)
  • Archê is van goddelijke aard, en goddelijke is niet eigenschap van persoon
  • Oermassa sperma dat warm en koud in zich verenigd
  • Oer-explosie waardoor vuur ingesloten in nevel
  • Cyclus kosmos (vuur en water) en regen
  • Verhoudingsgetallen 1 en 3
  • Vuur sterren en felste is de zon
  • Mens was eerst visachtige en ging daarna pas aan land
  • Tekende wereldkaart waarop 3 landmassa’s (EU, Afrika en Azië)

3. Anaximenes (585-525)
Ionië
Monist

  • Leerling van Anaximander
  • Oneindige lucht/adem
  • Meer recht aan waaarneming
  • Oerelement Lucht is nog steeds aanwezig
  • Oerelementen die uit zichzelf kunnen transformeren. Materie als levend wezen dat beweegt en veranderd zonder dat er een oorzaak vereist is (hylozoïsme)

4. Pythagoras (570-490)
Samos, 530 naar Croton

  • Pytgagoreïsche kwestie – wat is van hem bij Plato
  • Leer van de onsterfelijke ziel (dieren en bonen)
  • Aandacht voor menselijk handelen
  • Mathematisering, tetraktys, octaaf snaar
  • Harmonie der sferen – achtergrondsmuziek uit harmonische getalsverhouding
  • Pneuma & Kenon (is de leegte tussen de punten van het tetraktys)
  • Volgens Aristoteles had hij ook nog een leer van tien paren tegendelen, peras (eindig) vs. apeiron

5. Philolaus van Croton (480-385)

  • Aanhanger van Phytagoras
  • Harmonie apeira en perainonta
  • Hestia is 1 en ademt leegte in. Zo 10 hemellichamen
  • Leer van muzikale intervallen
  • Leer van de ziel – onze ik is gelijk aan goddelijke en onsterfelijke
  • Volgens Aristoteles stond bij hem de theorie boven de waarneming
  • Eerste poging kosmologie te mathematiseren en kenbaarheid der dingen te verbinden met elementen van bepaaldheid en getal

5. Xenophanes (570-480)
Colophon

  • Bizarre wolkenleer
  • Alles bestaat en is voortgekomen uit water en aarde
  • Niets zou zeker zijn
  • Expliciete kritiek op Griekse Goden in werken van dichters
  • Tegenstelling kennis (waarheid) en meningen
  • Nieuw godsbegrip: 1 god, niet als mens, niet immoreel, bestiert alles met de kracht van zijn geest, is zien, horen en begrijpen, altijd op dezelfde plaats, zonder te bewegen

6. Heraclitus (535-475)
Monist

  • De Duistere (ho skoteinos)
  • Gebruikt het woord Philosophos
  • De eenheid der tegendelen
  • Maatschappelijke status quo d.m.v. Natural Fallacy (koppeling natuur en moraal niet vanzelfsprekend)
  • Ethisch Naturalisme
  • Oorlog – in orde
  • Strijd manifesteert zich als vuur in kosmische cyclus (vuur is meest dynamisch van de klassieke elementen)
  • De ‘ene wijze’
  • Phanta Rhei Kai Ouden Menei

7. Parmenides (520-450)
Elea

  • Leerdicht, prooemium, deel 1 en 2
  • Radicale rationalist
  • Eerste ontologie
  • Logische deductie
  • Wat wel (dat is) en niet (dat het niet is) gedachten kan worden
  • Cruciale cognitieve keuze (het is of het is niet)
  • Enige object van denken en kennis is het zijnde
  • Deel 2 meningen, ook kosmogonie en kosmologie, Eros, licht/nacht, maan heeft haar licht van de zon, Venus en Aarde zijn rond
  • Spreken en denken: in termen van ervaring, de werkelijkheid is nooit cognitief toegankelijk.

(zie: Parmenides)

8. Zeno van Elea (490-430)

  • Volgeling van Parmenides
  • Bedenker van paradoxen; reductio ad absurdum, regressus in infinitum
  • Verdedigde Parmenides’ ene zijnde tegen pluraliteit en deelbaarheid
  • Tweedelige dichotomie hardlopen
  • Vliegende pijl
  • Achilles en de Haas

9. Melissus (441)
Elea

  • Vloot Samos 441
  • Hij radicaliseert idee eon (zijnde) dat niet ontstaat en onvergankelijk wordt.
  • Denkt eon als concreet ding.
  • Bol lijkt slechts beeld
  • Eon is eeuwig, 1 ding, onveranderlijk en (verschil met Parmenides:) onbegrensd
  • Geen Kenon
  • Er is iets niet goed met gewone ervaring

10. Anaxagoras (500-428)
Pluralist

  • Naar Athene +/- 455
  • Beschuldigd van godslastering vanweze zijn metarsia (verschijnselen boven ons hoofd) en omdat hij zei dat de zon een gloeiende steenklomp is en geen god.
  • Alles in alles (these iedere stof kan voortkomen uit iedere andere stof)
  • Spermata bevatten moira (klein portie/elementaire deeltjes)van alles
  • Op fundamenteel niveau tezamen gemengd worden (summisgesthai) en van elkaar gescheiden worden (diakrinesthai)
  • Nous alwetende geest of intellect, is oorzaak van beweging/menging
  • Nous bevindt zich in alle levende wezens die een ziel hebben
  • Aanblik van het verborgene is wat aan ons verschijnt
  • Kosmogonie: draaikolk, met lucht en aether (ijle lucht met meer vuur)

11. Empedocles (490-430)
Pluralist

  • Strassburg-papyrus, 1e eeuw nC
  • 2 leerdichten reinigen (katharmoi) en over natuur (peri phuseôs)
  • Zielsverhuizing gedoemd ik
  • Daimôn is een lang levend goddelijk wezen
  • Analyseert menselijk mechanisme zintuigelijke waarneming
  • 4 elementen (als eerste)
  • Krachten haat en liefde in kosmische cyclus
  • Goddelijke bol (sphairos)

12. Leucippus (470-410)
Atomist

  • Grote wereld ordening (Diakosmos)
  • 2 titels

13. Democritus (460-370)
Atomist

  • Kleine diakosmos
  • 61 titels
  • Mechanisch verklaringsmodel
  • Analogie-bewijzen
  • Atomoi ideai – onspleetbare gestalten
  • Kenon+volle – alle dingen zijn combi’s
  • Geen aparte bewegingsoorzaak
  • Beeldjes – eidôla
  • Ethisch en levensbeschouwlijk: streven naar evenwicht, welbevinden (euthumiê), gematigde en terughoudende levenswijze. Fysische basis hiervoor: bewegingstoestand gelijkmatig van de: Zielsatomen

14. Hippocrates (460-370)

  • Arts uit Kos
  • Hippocratische kwestie: velen schreven onder zijn naam
  • De heilige ziekte: epilepsie
  • Eerste kritiek op magie/goden
  • Ziektes hebben een natuurlijke oorzaak
  • Medicijnen, voeding en levenswijze
  • De eed (ethisch)

2. Sofisten
Niet zo’n negatieve connotatie als nu, het was meer zoiets als ‘knappe kop’. Het geldt als 1 beweging omdat ze zich lieten betalen voor het onderricht. Opvoeding boven afkomst voor hun. Twee thema’s: natuur vs. wet/gebruik en methode van stelselmatige tegenspraak verheven tot beginsel. Tegen realistisch standpunt.

1. Protagoras (ca. 490- ca. 420)

  • Mens-maat-stelling (homo mensura) opent de deur voor het relativisme
  • Euboulia (welberadenheid)

2. Gorias (ca. 485-in 4e eeuw vC)
Leontini

  • Leerling Empedocles, daarvan de theorie van waarneming
  • Paradoxale toespraken
  • Natuur is gelijk met ‘wat niet is’
  • Woordenlijst (onomastikon)

3. Prodicus (voor 460-in 4e eeuw vC)
Ceos

  • Vergelijkingen/contrasten van 2 begrippen
  • Indeling/onderverdeling (dihairesis) van woordenveld

4. Hippias (voor 460-in 4e eeuw vC)
Elis

  • Cconventie drijft natuur uiteen
  • Mnemo-techniek

5. Antiphon (ca. 470-411)
Rhamnus

  • Wat volgens conventie juist is, is regelrecht tegenstrijdig met de natuur
  • Ontwikkelde toegepaste psychologie

6. Anonymus Iamblichi

  • Verdediging menselijke wet en morele conventies
  • Gewoonte

Aristophanes (446-386)

  • Correct taalgebruik – taalgebruik omvat woordkeus
  • Schreeft komedie met Socrates als sofist
  • Onderwerp: geldigheid en gezag van de natuurlijke taal en haar verhouding tot de rede

Isocrates (436-338)

  • redenaar/retorica
  • stichtte retorenschool in Athene (392)

3. Socrates (470/469-399)

  • Tegen  Sofisten
  • Kervel
  • Daimonion in zich
  • Deugd is gelijk aan inzicht (socratisch intellectualisme)
  • Methode: 1. elenchos (toetsing) doormiddel van socratische ironie: het veinsen van onwetendheid. Deze dialoog leidt tot een impasse (aporie) 2. Het eigenlijke (inductieve) onderzoek naar de ware aard van het onderwerp, het komen tot een definitie.

Volgelingen:

1. Euclides
Megara

  • de megarici, hij was voornaamste van hen
  • Goede is inzicht, is 1, is zonder tegendeel

2. Cynici
Letterlijk: honds zijn

Antisthenes

  • Deugd bestaat in inspanning (ponos) en genot is haar grootste vijand

Diogenes (412-323)
Sinope

3. Cyrenaïci

Aristippus

  • Hedonisme
  • Het enige waar we vat op hebben is het heden (to paron)
  • Genot is deugd
  • Geluk is geen doel, want het is enkel een aaneenschakeling van genotsmomenten
  • Matiging is nodig om heerser over zichzelf te blijven
  • Praktisch inzicht (phronêsis) is dus nodig

Samenvattingen

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: