J.-P. Sartre, La nausée. Nederlandse vertaling, De walging. Editie naar keuze.
In deze roman worden zo’n beetje alle thema’s al aangekaart die Sartre in zijn latere filosofische hoofdwerk zou belichten. Roquentin van “La nausee”, Antoine Roquentin, woont tijdelijk in het plaatsje Bouville, om een historisch boek te schrijven over de markies de Rollebon. Terwijl hij met het schrijven van het boek bezig is, wordt hij in zijn afgezonderde leven van tijd tot tijd overvallen door een gevoel van angst en walging. Het hele boek door heeft Roquentin van deze aanvallen, die erg indringend en beklemmend verhaald zijn. Roquentin voelt zich alleen en is het ook. Hij verveelt zich, er zijn dagen waarin hij alleen maar wat loopt rond te dolen. Hij veracht de wereld, en de mensen erin die allen denken een bestaansrecht te hebben. Roquentin komt er achter, dat zijn gevoelens van angst en walging alles te maken hebben met de materiele zaken om hem heen. Na de eerste keer dat hij deze gevoelens bij zichzelf bemerkt heeft, besluit hij een dagboek bij te gaan houden, zodat hij misschien grip op zijn gevoelens krijgt.
De gedachtegang van Antoine tijdens zijn gevoelens van walging wordt in het boek afgewisseld met conversaties met de Autodidact. De autodidact probeert op een quasi wetenschappelijke manier zijn algemene kennis te vergroten door de gehele dorpsbibliotheek op alfabet te lezen. Een interessante discussie in het boek vindt plaats tussen Roquentin en de Autodidact, vrijwel de enige waarmee Roquentin contact heeft. In een gesprek tijdens hun gezamenlijke lunch probeert de Autodidact te leren wat voor soort persoon Roquentin is. De Autodidact geeft aan als Humanist van alle mensen te houden. Hij gebruikt zijn humanisme om Roquentins indifferente benadering van mensen en het leven te omarmen. Roquentin betoogt zeer overtuigend dat het humanisme – ongeacht welke specifiek – van de buitenkant van de mensen houdt. Zo op het eerste gezicht omarmd de humanist zijn tegenstander, omwille van de eigen overtuiging. Maar als men echt mensen zou willen waarderen, dan moet het wel zijn om hun individualisme. Dat individualisme laat zich alleen individueel zien, daarom kan het niet gezien of omarmd worden door het humanisme. Als mensen dus daadwerkelijk zo geweldig zijn, dan moet men dat geweldige de beoordeling geven waarin het getoond kan worden.
Ook Roquentin mijmert over een vroegere liefde Anny. Zij gaf invulling aan zijn bestaan. Als hij haar weerziet wordt hij geconfronteerd met het feit dat zij ondanks totaal verschillende levens te hebben geleidt tot hetzelfde punt van de onverschilligheid zijn gekomen.
Als Roquentin een aanval heeft, vraagt hij zich voortdurend af waarom hij bestaat, wat het nut ervan is. Waarom denken alle mensen zomaar dat ze recht hebben op bestaan? Hij vindt dit niet logisch. Hij is zijn hele leven gevlucht in het avontuur, maar dat heeft hij achter zich gelaten. Hij is er nu van overtuigd dat avonturen alleen in boeken bestaan. Zijn overpeinzingen tijdens zijn angst- en walggevoelens zijn zeer nauwkeurig in de ik vorm beschreven. De existentie gedachte komt hier weer naar voren, waarom besta ik, ik ben niet zinvol, mijmert Roquentin. En hij niet alleen is niet zinvol. De walging vindt ook plaats bij alle dingen die men benoemd om een waardevolle status te geven aan het menselijk leven. Zo ziet Roquentin de ouderen in de samenleving zich beroepen op de ervaring. Hij beschouwd het als iets wat een brave burger doet als laatste verdediging tegen de dood. Het geeft autoriteit en het gevoel van heerser te zijn over alles, inclusief het leven en de dood. In feite is er geen enkele rechtvaardiging voor een waardering van het bestaan van de mens. De mens bestaat, de mens heeft te bestaan.
Roquentin stopt met het schrijven van het boek over de markies de Rollebon na een bezoek aan het. Roquentin ziet na zijn bezoek aan het museum in, dat hij steeds voor de markies geleefd heeft, en dat de markies leefde dankzij hem. Hij zegt hierover: “Een bestaand wezen of ding kan nooit het bestaan rechtvaardigen van iemand of iets anders.”
Zijn walging gaat hij voorbij wanneer hij aan het einde van dit boek besluit om een roman te schrijven. Hij gaat zichzelf niet voorliegen, maar hij gaat een verleden hebben, een geleefd leven dat zijn bevestiging krijgt in de vereeuwiging van zijn naam met het schrijven van die roman. Dit laatste sluit naadloos aan bij de visie die Sartre beschrijft in zijn Cahiers; volgens Sartre is het leven een carrière, dat is de beste invulling die wij eraan kunnen geven. Ook de visie van Roquentin en Sartre op het verleden als een luxe waarin met ziet wat hij of zij wil zijn (zoals Roquentin over zijn verleden met Anny) past hierbij.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer