De afbakening van de periode van de antieke wijsbegeerte, wordt arbitrair voltrokken. Bij mijn college Antieke Wijsbegeerte begint de westerse filosofie vanaf de zesde eeuw voor Christus tot de verovering van Alexandrië door de Arabieren in 640 na Christus. Bij deze verovering zou ook de bekende brand in de bibliotheek hebben plaatsgevonden. Bijkomend vormt het jaartal van deze gebeurtenis, 640 n.Chr, een nuttige grens met de Byzantijnse filosofie, die de Griekse traditie voortzet in Constantinopel, waar rond 610 n.Chr. Stephanus, de laatste bekende Alexandrijnse filosoof, benoemd wordt door keizer Heraclius op een leerstoel voor de filosofie. De eeuwen hierna worden de Griekse teksten door de Arabische wereld vertaald en zo vormt de Griekse traditie de basis voor de filosofie in de Islamitische wereld. De Arabische wereld is een grote bron geweest voor de middeleeuwen, via deze wereld vinden de teksten hun weg terug naar de westerse filosofie, ruim 600 jaar later.
Als beginpunt voor de Antieke filosofie wordt een specifieke datum gehanteerd: 28 mei 585 v.Chr. Op deze datum vindt namelijk een zonsverduistering plaats die voorspelt is door Thales van Milete. Dit is een kenmerkende gebeurtenis, om verscheidende redenen. Zo symboliseert het volgens de westerse traditionele opvatting de overgang van denken op basis van mythen (mythos) naar het logische (logos) denken. Met de geleidelijke verwijdering van de goddelijke personages uit het drama van de natuur presenteert de filosofie zich natuurlijk tot op zekere hoogte als een alternatief voor het mythisch-religieuze wereldbeeld. Ook is er dan sprake van een wetenschap die bedrijft wordt omwille van het weten; de wetenschap wordt niet meer noodzakelijk bedreven om kennis van de goden en diens handelen. En er wordt gespeculeerd; aannames worden gedaan over de werking van het universum, om kennis te vergaren.
Waar men eerder nog meerdere verklaringen gaf voor hetzelfde, wordt nu een poging gedaan tot een systematisch en consistente wetenschap. Men wordt innovatief, in plaats van conservatief. Ook worden theorieën niet langer toegepast om zichzelf te rechtvaardigen, maar men gaat op zoek naar rechtvaardiging in argumentatie. Eerder nog was er een moreel ambivalent begrip, doordat men het handelen van de goden niet altijd goed kon praten, terwijl men nu meer moreel eenduidig kan zijn, omdat de werking van het universum verklaart wordt doormiddel van de natuur. Daarom worden deze vroege filosofen ook wel de Natuurfilosofen genoemd.
Ook worden zij de Presocraten genoemd, omdat met Socrates een nieuwe wending van de Griekse filosofie plaatsvindt, zij waren dus de filosofen die voor de tijd van Socrates dachten over de mogelijke verklaringen van de dingen en de wereld in zjin geheel. De Presocraten vormde geen eenheid en het begrip filosofie bestond nog niet. Er waren geen filosofische scholen met als uitzondering op de regel: Pythagoreïsche school die zich in Zuid-Italië ontwikkelde tot een sekte met een brede aanhang. Ook werden filosofen niet altijd even leuk behandeld. Zo zijn Protagoras en Anaxagoras aangeklaagd. Er werd gevreesd dat zij de inheemse gebruiken (mos maiorum) ondermijnden.
Er zijn vier bekende visies op de Antieke filosofie. Zoals hierboven met de overgang van mythos naar logos, wordt de traditie gezien als Griekse verlichting. Ook is het mogelijk om volgens Annas de antieke filosofie te zien als een voortdurende discussie. Hadot beargumenteerde dat het een manier van leven was. En Sedley zag het als de verzameling van belangrijke vragen. Zoals hij zegt: ‘In reconstructing the thought of the ancients, we need not be seeking to vindicate their beliefs, whether by assimilating our ideas to theirs or theirs to ours. But what we can always fruitfully do is find out what it would be like to face the questions that they faced and to think as they thought.’[1]
[1] D. Sedley, in: Cambridge Companion to Greek and Roman Philosophy, CUP 2003, p5
[Dit is een gedeelte van mijn samenvatting van het college Antieke Wijsbegeerte, waarbij gebruik wordt gemaakt van mijn collegeaantekeningen van het college van drs. Martijn]

2 reacties tot nu toe ↓
1 Bart Coster // 7 dec 2009 at 18:23
Jammer dat het maar tot en met de Presocraten gaat, en niet verder. Is dat verdere stuk ook nog ergens te vinden, ik vond dit namelijk een erg handige bron voor mijn paper over Aristoteles.
2 Sharon Hagenbeek // 7 dec 2009 at 19:01
Ik heb nog wel het een en ander geschreven staan over Aristoteles, moet je maar zoeken op mijn site, maar deze samenvatting heb ik verder nog niet gedaan…tenminste niet online.
Reageer