Deel 1: The Work of Reform
Hoofdstuk 3: The Great Disembedding
Taylor probeert een diepere, onderliggende problematiek aan de orde te stellen. Voor Taylor is de geschiedenis van West-EU een narratieve geschiedenis, want zo bekijken en gebruiken wij het. We moeten vraagtekens plaatsen bij de traditie: overal vindt een breuk plaats met een wereld die heilig is, een eenheid is. Waarin de kosmos, de goden, de mensen en de samenleving een eenheid vormen. Hierbij is de kosmos de kern. Kosmische eenheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de orde van het zijn en de orde van het goede. Wereldse- en niet-wereldse sferen.
Uit individualisme komt de roep om transformatie van de samenleving op. In de westerse wereld ziet men zichzelf steeds meer als individu, die zichzelf tot andere individuen verhoudt. Je moet zelf een oordeel vormen over de context waarin je leeft. De inhoud van deze vorming is in het westen fundamenteel uniek. Taylor ziet een overgang van de poreuze zelf die het gevolg is van die eerdere wereld naar een omsloten identiteit in de hedendaagse wereld waarvoor wij onze religie kiezen. Die omsloten identiteit inspireert ons tot discipline met als streven een rationele orde.
Wat is embedding? (p.147)
- inbedding in de sociale orde
- inbedding in de kosmos (p.150)
- het menselijke goede.
In vroege religie zag men zichzelf gesitueerd als sociaal operend binnen sociale orde in de samenleving. Die samenleving en dus die religie was gesitueerd binnen de kosmos. Die kosmos belichaamde het goddelijke en bepaalde daardoor ook de gangbare interpretatie van het goede. Het goede was eerder nog iets dat ook in het gewone leven bepaald werd door de goden, terwijl dat in de late middeleeuwen en nu niet meer het geval is. Een god is niet meer verantwoordelijk voor het goede en het kwade. Voorheen ging dat het menselijk begrip te boven.
De verandering was tweeledig:
- het ‘transcendente’ domein, de wereld van de goden of geesten, bevatte voorheen elementen die voor het menselijke goede zowel gunstig als ongunstig waren, het goede nu ondubbelzinnig bevestigen.
- Beide cruciale begrippen, het transcendente en het menselijke goede, worden in de loop van het proces herzien.
Zodoende zien wij een contrast met de tijd van die vroege religies en het nu. Daarbij komt een sentiment van overstijgen of vooruitgang zien ten aanzien van toen. Dit gehele proces is wat Taylor the great disembedding noemt.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer