Deel 1: The Work of Reform
Hoofdstuk 1: The Bulwarks of Belief
Charles Taylor heeft kritiek op de standaard of gangbare secularisatiethese als een theorie van verlies of verval. Want de achtergrond van onze morele of spirituele ervaring is dusdanig verschoven dat we nu het geloof niet zoals vroeger (+/- 1500) ervaren. Het is niet zonder meer dat de argumenten tegen het geloof in ene zo sterk zijn dat iemand op basis daarvan afstapt van zijn geloof en alle wetenschappelijke argumenten gecombineerd kunnen alsnog geen uitspraken doen over waarom men wel of niet zou moeten geloven. De inhoud van een geloof, de verinnerlijking ervan overstijgt hetgeen waar de wetenschap zich over uitspreekt.
In dit hoofdstuk bekijkt Taylor de bolwerken des geloofs als een default en daarbij onderzoekt hij het proces van de verschuiving van de background. Een centraal begrip hierbij wordt background (p.13). Rond 1500 was de background duidelijk en vanzelfsprekend, nu zijn er dus meerdere opties. Taylor stelt dat er niet zo zeer een verschuiving van een dubbele wereld naar een enkele wereld is, maar dat er van een soort mono-wereld naar een pluralistisch wereldbeeld geschoven is. Een background is niet een automatische verschuiving naar naturalisme of supernaturalisme, maar van één naar veel. Als je één alternatief hebt dan krijg je er automatisch meer…bij sommige culturen zijn er dominantere visies, maar er zijn wel meerdere. De verschillende posities verliezen hun vanzelfsprekendheid, zodra er meer dan één positie is. Dan ziet men dat deze positie zichzelf tot iets verhoudt, het is niet zomaar gegeven. Dus er bestaat een moment van keuze.
Er zijn 3 elementen waarin de vanzelfsprekendheid van ‘onze visie’ zichtbaar wordt (p.25):
- Natuurlijke wereld die een ordende of bewerkende God heeft. God is aanwezig in de natuur als scheppende en ingrijpende kracht;
- God is vormend of bepalend voor samenleving. In de samenleving wordt bijvoorbeeld de koning als een soort vertegenwoordiger van God gezien;
- Enchanted World: betovering. Een boven-natuurlijke (geesten), de betoverde wereld (Weber: entchauderung).
Wil je van deze drie samen naar een natuurlijk immanente orde komen, dan moeten er echt constructies gemaakt worden: nieuwe ervaringen moeten iets nieuws mogelijk maken. Wat is dat nieuwe en hoe werd dat gecreëerd? De wijze waarop dat ‘nieuwe’ gecreëerd werd verliep volgens vijf ontwikkelingen:
- Er vindt onttovering plaats;
- Verschuiving van het derde naar het tweede niveau, van de samenleving als immanente orde;
- Verlies van het equilibrium;
- Verandering van de notie van tijd;
- Van de oude kosmos naar een modern en neutraal universum, erosie van het idee van de natuurlijke orde met een bewerkende God.
Bij het eerste element komt al de notie van de bufferd self vs. poreus self naar voren. Deze tegenstelling heeft als achtergrond van het zelf dat het in de vijftiende eeuw gezien werd als een geheel of een registratiepunt van veel machten en krachten en moet zich daartoe verhouden: machten komen ook binnen: they inpinche on you. De poreuze zelf kan bezeten zijn. Elk zelf is habitat voor machten en machtswisseling is mogelijk. De dominante theorie in de moderne tijd houdt in dat het zelf afgesloten is met krachten en goden in mijzelf en zelf beslissingen neemt (zie inwardness en p.31). De notie dat wij afgesloten geesten zijn is afwezig. Je bent niet continu onder invloed van externe krachten. Je kunt niet jezelf zien als iemand die zichzelf bezit zoals gangbaar wordt gedacht met die ‘radicale reflexiviteit’. Dan zien we onze innerlijke ruimte als afgesloten, terwijl juist de eigen gevoelens en inzichten ontbreken. Zelfbeheersing is een ideaal. Dat zelf-controlerende ik is ook in de moderne tijd niet standaard aangenomen, de machten en krachten wel. Zo had Hume het over een collectief onbewustzijn.
De pre-moderne ervaringen zijn niet ontoegankelijk, er zijn parallellen. Het gaat om de moderne ervaringen; om je houding in de wereld onder invloed van de intersubjectiviteit. Het bufferd self is een zelf dat denkt als subject externe krachten volledig te kunnen beïnvloeden. Seculariteit is ontstaan mede door het idee van het moderne zelf dat kan besturen. Poreuze zelf in verhouding tot conditions of belief (p.41):
- In een betoverde wereld is ongeloof een heel moeilijke optie. Al het goede wordt in God gelegd en daar kun je je niet aan onttrekken. Hierdoor gaat men in opposities denken. Het word veel belangrijker om je bij het goede te scharen; alles wat afwijkt moet weg. God en de wereld liggen in de enchanted World hel dichtbij elkaar, daar kun je je heel moeilijk aan onttrekken.
- De heersende gedachte dat mens zich in het binaire stelsel van goed en kwaad bevindt en dat de mens zich wel aan de goede kant moet bevinden. Ketters moeten eruit, alles wat gevaarlijk is, is alles wat afwijkt. Er ligt een grote nadruk op consensus, het is ondenkbaar dat de samenleving kan bestaan met radicaal pluralisme. Nu wil men de samenleving ordenen. Dit element maakt een stap in de richting van een andere notie van de samenleving. De zaken worden geordend volgens het goede, de samenleving wordt een soort project.
- Er moeten mogelijkheden zijn waarbij de maatschappelijke orde (het equilibrium) wordt opgeschort, bijv. carnaval. Het is nodig voor de ontlading van de spanning. Later wil men een orde waarin ieder mens streeft naar het heilige – democratisering van het goede. De hele samenleving moet het goede weerspiegelen, iedereen moet hieraan participeren (in plaats van alleen geestelijken). Ondoordacht wordt de samenleving ter discussie gesteld, wat je dan gaat zien is: ‘Eigenlijk kan het niet; een samenleving moet een reflectie van het goede zijn’ – er gaat dan ernst ontstaan in de samenleving. De feesten worden saaier, de orde moet bewaard blijven. Het equilibrium raakt verloren en de lachmomenten worden opgeschort.
- In de middeleeuwen heb je verschillende noties van tijd. Er zijn noties van de tijd aanwezig waarin de tijd ook de heilige tijd kan zijn. Het moment van het heilige is tijdloos. Wat zich wel manifesteert is de lineaire tijd, die de dag een kwalitatief andere betekenis geeft. Denk aan feestdagen, klokkentijd telt niet, het gaat om heilige tijd. En de heilige tijd (moment van het heilige) bevindt zich op een lineaire lijn. Heilige tijd en klokkentijd. Later wordt ook de tijd meer gelijk en meer lineair. Op weg naar de moderne tijd wordt het een controle idee: tijd wordt homogeen, elke dag is hetzelfde, de economische tijd: tijd als neutrale container.
- Het idee van de kosmos als geheel wordt ingeleverd voor een oneindige ruimte. De oneindige ruimte is dat wat zwijgt, dat wat geen eigen orde heeft.
Wat maakt dat deze elementen zich gaan ontwikkelen tot een nieuwe samenleving? Het idee van ‘reform’ (p.61), dat de wereld opgelift moet worden naar een hogere orde, het kwaad moet zoveel mogelijk uitgebannen worden. Er ontstaat een drang tot Reform, rage for order (p.63). Religie speelt een centrale rol, het bepaald de mens in de fenomenale positie in de wereld, het moet nu de menselijke conditie belichten. Je zult sterven en je moet zorgen dat je voorbereid bent. Dus je moet goed leven en dit geldt voor iedereen. Iedereen heeft zelf verantwoordelijkheid. Iedereen gaat God alleen tegemoet. Het verschil tussen heilige mensen en gewonen mensen moet uitgebannen worden en iedereen moet kunnen delen. De samenleving moet zo zijn dat het voor iedereen mogelijk is om goed te zijn. De kwade krachten worden geconcentreerd. Er is maar één vijand, de duivel. Deze verandering wekt angst op. De angst voor de duivel en de angst voor verdoemenis nemen toe. De nadruk op de strijd wordt sterker. Deze kwade krachten worden bestreden door de sociale orde (p.88). Je word aangesproken op je (1) uiterlijke gedrag, (2) op de sociale orde die je nastreeft en (3) op innerlijke gedrag (p.80). Op het innerlijk ligt grote nadruk in de laat-middeleeuwen. Het geloof is dan een innerlijke discipline van het gevoel, uiteindelijk sta je er zelf voor. Iedereen dient heilig te zijn. Bemiddeling van de kerk wordt verminderd. “Priesterschap van alle gelovigen” De mens komt rechtstreeks voor God te staan. Dit streven naar Reform is zowel een kerstening (christianisering) als een individualisering.
De moderne tijd is een grote kersteningspoging niet een secularisatiepoging. Taylor geeft aan dat we niet al te lineair moeten denken. Als je wil begrijpen hoe deze ontwikkelingen hebben plaats gevonden, een zigzag-benadering is veel geschikter. De hypothese is dat er meer vrij zwevende angst aanwezig was, die in werkeljkheid te maken had met de eigen verlossing, en dus werd de kans groter dat mensen meet geweld zouden reageren op het gevaar van bedoezeling van wat zij zich vaag voorstelden als bolwerken van het maatschappelijk geheiligde tegen alle gevaren die zich maar konden voordoen.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer