Sharon Hagenbeek is Watching You!

Het foute van de Romantiek

door

De modernisten vinden dat er grote vernieuwingen nodig zijn. Daarom zetten zij zich af tegen de romantiek. Zo zagen zij de romantische vervreemding tussen de bohemien en de bourgois niet als een aan de mens verbonden tegenstelling tussen de begeeste natuur en de mens. Er is wel vervreemding maar deze is niet verbonden aan de emoties en het geestelijk leven van de mens. De modernistische vervreemding is tussen het anonieme individu en de grote stad. Dat individu houdt het geestelijke in zijn menselijkheid vast te midden van de geïndustrialiseerde, objectieve, empirisch beschrijfbare, droge en harde wereld.
De geest en de emoties zijn hierin opgesloten in de individuele mens, zij passen niet in deze wereld. Bij hen is er voor het individu dus sprake van een gebrek aan thuisgevoel in deze wereld. Zo geeft Hulme aan dat er een wens is naar het klassieke idee dat de mens een gelimiteerd en bepaald dier is, welke een constante natuur heeft. Dit staat tegenover het romantische idee van de mens, het individu, welke een oneindigheid van mogelijkheden in zich heeft waarmee deze de samenleving kan scheppen en veranderen naar eigen inzicht. De wereld is volgens de modernisten echter iets waar de menselijke natuur zich in te voegen heeft door zijn gelimiteerde en bepaalde vorm, en waarin de anonieme individuele mens verwordt tot een vervreemd wezen. Het onderscheidende geestelijke en emotionele van de mens heeft geen ruimte in die wereld. De modernisten koesteren hiermee het probleem van solipsisme, welke de romantiek als overbrugbaar zag. Dat de modernisten dit doen is duidelijk te zien bij Elliot. Hij vindt dat een gedicht niet gezien moet worden als een expressie van de emotie van de dichter, zoals de romantiek erover denkt. De in het gedicht te vinden emoties horen bij het object dat beschreven wordt.
Bovendien maakt deze visie een empirische benadering van de wereld en de mens in die wereld mogelijk. Op deze manier benaderd vindt men enkel een slechte metafysica die ruimte heeft gekregen door de romantiek. Dit is echter een voordeel voor de modernisten. Hoe de wereld echt is moet omarmd en niet langer ontkend worden.
Ook de taal krijgt een empirische benadering en dient transparant te zijn. Ezra Pound waarschuwt dichters zelfs voor het gebruik van abstracties. Heldere, duidelijke taal leidt volgens hem tot een beeld van de dingen zoals ze echt zijn. Dit is zijn ‘Imaginisme’. De interpretatie van de woorden tot een helder beeld maakt de romantische metafoor overbodig en zelfs ongewenst. De taal moet door de dichter met de techniek worden toegepast en zonder slechte ornamenten.

De modernisten streven dichten dus na met de volgende uitgangspunten. Ten eerste dient een gedicht in duidelijke taal te zijn, waardoor de toch gebruikte metaforen niet dienen tot het romantiseren van het object dat wordt weergegeven. Ten tweede dient de dichter niet zijn eigen emoties weer te geven in het gedicht. In plaats daarvan dient de dichter de emoties die zich bij een empirische benadering van deze wereld voordoen weer te geven. Ook dient een dichter de limitering van de mens in deze wereld weer te geven en dit dus niet te romantiseren. De plaats van de mens in deze wereld dient daarom juist in het gedicht voor te komen, als anoniem wezen in de wereld. Daarnaast dient het gedicht een beeld te geven van de wereld zoals hij echt is, te hard en te kil om nog warme romantische ideeën over het mensbeeld te vormen.

Als voorbeeld van modernistische poëzie wil ik The Love Song of J. Alfred Prufrock van T.S. Eliot gebruiken. Typisch modernistisch aan dit gedicht is de emotie en hoe die weergegeven wordt. Die emotie wordt ervaren door het lyrisch subject, dat als verloren over de wereld dwaalt. Gaandeweg lijkt dit gedicht zich eigenlijk meer als een interne monoloog te ontwikkelen. Het oogt als een smeekbede van het lyrisch subject aan een vrouw om goedkope hotels te bezoeken en fysieke uiting te geven aan de innerlijke gevoelens. Daarin is de kloof tot de andere mensen te zien. Het innerlijke wil bevrijdt worden en contact maken. Deze emotionele wens moet niet langer ontkend worden. De noodzaak voor deze wens maakt realistisch gezien deel uit van de echte wereld.
Ook worden in het gedicht intertekstuele verwijzingen gegeven naar hoogstaande literatuur. Zo wordt er gebruik gemaakt van Dante en Hamlet, waar Eliot zelf essays over schreef die zijn verzameld in The Sacred Woods. In het essay over Dante beweert Eliot dat de Goddelijke Komedie een weergave is van allerlei emoties, een indexering. De genoemde emotie wordt bij Hamlet, door Shakespeare, tot een extreme gedreven en bekritiseerd, en niet voor zichzelf gelaten wat het is. Dat geeft dus de mogelijkheid dit gedicht te interpreteren alsof het een weergave van emoties is die bij Dante nog niet geïndexeerd waren. Het gedicht betreft daarbij enkel een empirische benadering van die emotie, want het wordt duidelijk niet tot het extreme gedreven en bekritiseerd, zoals Shakespeare bij Hamlet wel liet gebeuren. En inderdaad waren de modernistische emoties van een vervreemd anoniem individueel wezen bij Dante nog niet geïndexeerd. De moderne mens door middel van dit gedicht geïndexeerd.

De aansluiting van de filosofiebeoefening in het begin van de 20e eeuw bij het modernisme.
De filosofiebeoefening in het begin van de 20ste eeuw sluit aan op het modernisme met haar Logisch Positivisme. Aan het eind van de 19e eeuw was er bij Nietzsche ook al sprake van vervreemding tussen de mens en de begeeste natuur. Nietzsche beschouwt de mens echter wel verbonden aan deze tegenstelling. De modernisten koesteren niet langer dit romantische idee. Zij zien de wereld als de plek waarin de mens door de industrialisatie vervreemd van zijn natuur raakt. Deze wereld van de grote harde en kille stad waarin het anonieme vervreemde wezen zijn gelimiteerde leven leeft dient niet langer ontkent te worden. Ze beogen een heldere en transparante taal waarin deze wereld eerlijk en zonder romantische verbloeming wordt weergegeven. Dit is het punt waarop zij en de logisch positivisme hun overeenkomst vinden.
De logisch positivisten staan een filosofie voor die niet langer een geschiedfilosofie is, zoals bij Comte in de 19e eeuw. Zij streven naar een empirische benadering van de wereld en zij willen haar objectief weergeven. Hun filosofie houdt zich bezig met de mogelijkheden hiervoor. Zij willen een onderscheid zoeken tussen betekenisvolle uitspraken en de romantische betekenisloosheid die volgt uit alle ongefundeerde uitspraken. Zij zien uitspraken dus alleen als zinvol als zij geverifieerd kunnen worden door de empirische wereld. Daarom wensen zij ook alleen het gebruik van heldere en transparante taal.

Filosofie · Literatuurwetenschap

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: