Voor Tekstanalyse 2005-2006
Inhoudsopgave
- Inleiding
- Intertekstualiteit
- Eliot over Dante’s Guido
- Eliot over Shakespeare’s Hamlet
- Wat Prufrock wel kan uiten?
- Conclusie
- Literatuurlijst
Inleiding
Ik moet mij allereerst verontschuldigen voor het gebruik van teveel woorden. Naast dat het gedicht een aanzienlijk formaat heeft, heb ik ook nog 798 woorden gebruikt voor noten, dus dat verlicht weer enigszins. Het was moeilijk om een deel weg te laten. Zo heb ik misschien te veel woorden gebruikt voor de intertekstualiteit van het gedicht. Ik ben bij de intertekstualiteit van dit gedicht mezelf specifiek gaan richten op twee uit het oogspringende elementen Dante en Shakespeare. Vervolgens ben ik met de daaruit gekomen informatie het gedicht als zodanig gaan bekijken.
Eliot over Dante’s Guido
Bij een eerste overlezing was ik bijzonder nieuwsgierig naar de epigram. Dit is een tekst van Dante’s Hel, specifiek canto 27. In deze Canto komt Graaf Guido da Montefeltro van Romagna aan het woord. Hij komt als een vuurtong, het uiteinde van de vlammen van de helring onder deze, ten tonele. Dit is als de yellow fog uit het hier te analyseren gedicht.
Guido werd door de paus in de ban gedaan. De nieuwe paus, de door Dante gehate Bonifatius VIII, doet Dante voorkomen alsof deze Guido vooraf absolutie had beloofd om de pauselijke vijanden te sussen. Na dit gedaan hebbende bleek Guido alsnog in de vlammen en niet in de hemel terecht te komen, omdat absolutie moet volgen op berouw, welke niet mogelijk is als de daad nog niet gepleegd is.
Het specifieke stuk dat T.S. Eliot heeft genomen uit de canto laat zich als volgt vertalen:
‘Als ik mijn antwoord aan een mens moest geven,’
Sprak zij, ‘die naar de aard terug zou gaan,
Dan had u mij hier voor het laatst zien beven.
Maar omdat niemand levend hiervandaan
Is wedergekeerd, als ik de waarheid hoorde,
Antwoord ik u; daar kleeft geen schande aan.
Uit de vertaling van Ike Cialona en Peter Verstegen, 2000.
Bij deze regels weet Dante nog niet wie tegen hem spreekt. Dante vraagt hem te zeggen wie hij is, opdat het niet verzwegen wordt op de aarde. Als op men op aarde zou vernemen hoe het Guido daadwerkelijk verlopen was, dan zou het hem in de toekomst wel anders vergaan.
In het essay Dante uit The Sacred Wood: Essays on Poetry and Criticism beweert T.S. Eliot dat Dante’s Goddelijke Komedie een weergave van emoties is, doormiddel van de karakters (in dit geval Guido) die deze emoties hebben, de manier waarop deze karakters de emoties uitten en de positie waarin zij verkeren.
To have lost all recollected delight would have been, for Francesca, either loss of humanity or relief from damnation. The ecstasy, with the present thrill at the remembrance of it, is a part of the torture. Francesca is neither stupefied nor reformed; she is merely damned; and it is a part of damnation to experience desires that we can no longer gratify. For in Dante’s Hell souls are not deadened, as they mostly are in life; they are actually in the greatest torment of which each is capable…
A variety of passages might illustrate the assertion that no emotion is contemplated by Dante purely in and for itself. The emotion of the person, or the emotion with which our attitude appropriately invests the person, is never lost or diminished, is always preserved entire, but is modified by the position assigned to the person in the eternal scheme, is coloured by the atmosphere of that person’s residence in one of the three worlds. About none of Dante’s character is there that ambiguity which affects Milton’s Lucifer. The damned preserve any degree of beauty or grandeur that ever rightly pertained to them, and this intensifies and also justifies their damnation.
Het idee dat dit gedicht een weergave van een emotie is, als een soort van psychoanalyse kan bevestigd gezien worden in de naam genoemd in de titel Prufrock, wat in het Engels qua klank gelijk eindigt als kikker. Op regel 57 in het gedicht wordt het geformuleerd zijn als vastgepind weergegeven. Een manier om kikkers te bestuderen, was (hopelijk niet is) om deze vast te pinnen.
Eliot over Shakespeare’s Hamlet
Maar welke emotie wordt dan weergegeven in het gedicht? Om een mogelijk emotie te benoemen heb ik gekeken naar de tweede in het oogspringende intertekstuele verwijzing.
Over Shakespeare heeft Eliot in het eerder genoemde essay onder andere geschreven:
But Dante’s is the most comprehensive, and the most ordered presentation of emotions that has ever been made. Dante’s method of dealing with any emotion may be contrasted, not so appositely with that of other “epic” poets as with that of Shakespeare. Shakespeare takes a character apparently controlled by a simple emotion, and analyses the character and the emotion itself. The emotion is split up into constituents—and perhaps destroyed in the process. The mind of Shakespeare was one of the most critical that has ever existed. Dante, on the other hand, does not analyse the emotion so much as he exhibits its relation to other emotions. You cannot, that is, understand the Inferno without the Purgatorio and the Paradiso.
De genoemde emotie wordt bij Hamlet, door Shakespeare, dus tot een extreme gedreven en bekritiseerd, niet voor zichzelf gelaten wat het is.
In een ander essay, Hamlet and His Problems, uit hetzelfde boek van T.S. Eliot laat hij zich eveneens uit over het gebruik van een gedicht als weergave van een emotie. Hamlet is een stuk dat gaat over het effect van een moeders schuldgevoel op haar zoon.
Mr. Robertson is undoubtedly correct in concluding that the essential emotion of the play is the feeling of a son towards a guilty mother: [Hamlet's] tone is that of one who has suffered tortures on the score of his mother’s degradation…. The guilt of a mother is an almost intolerable motive for drama, but it had to be maintained and emphasized to supply a psychological solution, or rather a hint of one.
The only way of expressing emotion in the form of art is by finding an “objective correlative”; in other words, a set of objects, a situation, a chain of events which shall be the formula of that particular emotion; such that when the external facts, which must terminate in sensory experience, are given, the emotion is immediately evoked.
The artistic “inevitability” lies in this complete adequacy of the external to the emotion; and this is precisely what is deficient in Hamlet. Hamlet (the man) is dominated by an emotion which is inexpressible, because it is in excess of the facts as they appear.
The levity of Hamlet, his repetition of phrase, his puns, are not part of a deliberate plan of dissimulation, but a form of emotional relief. In the character Hamlet it is the buffoonery of an emotion which can find no outlet in action; in the dramatist it is the buffoonery of an emotion which he cannot express in art. The intense feeling, ecstatic or terrible, without an object or exceeding its object, is something which every person of sensibility has known; it is doubtless a study to pathologists. It often occurs in adolescence: the ordinary person puts these feelings to sleep, or trims down his feeling to fit the business world; the artist keeps it alive by his ability to intensify the world to his emotions.
Weer wordt middels dit essay ruimte gegeven voor de interpretatie van het gedicht als een soort psychoanalyse. In het gedicht zelf wordt gesproken over an overwelming question (regel 10), welke op regel 30 van de uit het onderbewuste op youre plate wordt gedropt.
Hetgeen wat de passage uit canto 27 en het verhaal van Hamlet gemeen hebben is een angst om zich te uiten. Guido verteld Dante immers enkel zijn naam, omdat hij aanneemt dat zijn naam geen mens op aarde zal bereiken. Hamlet is niet in staat zich uit te drukken via de kunst, op zo’n manier als in een gedicht zou kunnen.
Wat Prufrock wel kan uiten?
De titel geeft een adoratie voor een vrouw aan. Deze lijkt ook aangesproken te kunnen worden middels de apostrof in regel 1. Gaandeweg lijkt dit gedicht zich eigenlijk meer als een interne monoloog te ontwikkelen. Het oogt als een smeekbede van het lyrisch subject aan een vrouw om goedkope hotels te bezoeken en fysieke uiting te geven aan de innerlijke gevoelens.
In het gedicht is sprake van meerdere herhalingen in de tweede strofe treffen wij de eerste herhaling aan. Het is een zin die gebruik maakt eindrijm en heeft een regelmatig metrum, bestaande uit trochees in de eerste regel en jambes in de tweede. Deze bevindt zich op regel 13/14 en 35/36. Via meerdere wegen heb ik geleerd dat deze zin een gedeelte gelijk is aan de Laforgue, een dichter die een bron van inspiratie zou zijn geweest voor T.S. Eliot. De zin verschilt op de tweede regel. Hier wordt Michelangelo genoemd, een groot kunstenaar. Iemand die zich kon uitdrukken in de kunst, de manier om dingen te verwoorden wat het lyrisch subject nog steeds niet durft, to express himself, wat volgens T.S. Eliot – zoals eerder beschreven – het probleem was voor Hamlet. Het lyrisch subject is zichzelf nog steeds aan het overhalen om uitdrukking te geven aan zijn (artistieke) gevoel.
In de derde strofe wordt begonnen met een anafoor The yellow. De mogelijke berouw vooraf aan de daad (in de personificatie van Guido bij Dante) komt opduiken als de yellow fog, het is immers niet eerbaar om dit van een vrouw te vragen. Met een apostrof vraagt hij haar om niet te vragen naar wat hij nu denkt. De mogelijk foute daad om te plegen is immers om te zeggen wat hij denkt en voelt. De yellow fog gebruikt zijn tong wel en aangezien het smoke is komt het in eerste instantie ook bedreigend over. Hierbij wil ik opmerken dat de fog en de smoke geen gelijke zijn. De eerst gekomen fog is minder dreigend, eerder een sluimering, de smoke is iets waaraan je moet ontsnappen.
De eerste twee regels van deze strofe (regel 15/16) bevatten niet alleen een anafoor, maar ook een epifoor the window-panes. De vensterruiten worden later ook nog op regel 25 herhaalt. De ruiten zijn te zien, de ramen zijn dicht. Dit staat tegenover de ramen die later open lijken te staan.
De constante herhaling van time in de vierde strofe om erover na te denken, ervan af te zien. Tijd die de hele tijd toeslaat. Waarbij weer een apostrof you, hij is niet de enige die kan twijfelen.
In de zesde strofe wordt weer de tijd beschouwd, het moment van kiezen om de straten van de eerst genoemde strofe te doorlopen, of om terug te keren. Zijn kraag omhoog, zijn das bij elkaar gehouden door een pin, als een walk of shame. Do I dare? (drie keer in deze strofe) Disturb the universe? Is dat misschien de eerder gestelde vraag. Durft hij de sociale verwachtingen en standaarden te trotseren? Durft hij deze keuze te maken, twijfel vraagt om meer tijd.
In de zevende strofe wordt gebruik gemaakt van een tweetal herhalingen known them all in de eerste regel en should I presume in de laatste regel. Dezelfde herhaling vindt plaats in de twee opvolgende strofen op dezelfde regels. Zodoende worden deze hier tezamen bekeken. Bij het wegsterven van de geluiden van de wereld – de stemmen en de muziek – lijken de tijden voorbij te gaan en heeft het lyrisch subject nog niets gedaan. Het innerlijke wat niet tot uitdrukking kan worden gebracht is wat blijft. De vraag naar hoe de zelf te formuleren en hoe deze uit te drukken, worden geformuleerd buiten de tijd en de externe wereld. Hoe te beginnen aan de artistieke exercitie waarbinnen het lyrisch subject zijn zelf en zijn systeem kan uitdrukken. Hoeveel van zijn leven moet hij analyseren vraag hij op regel 60. Al kent hij ze allemaal, wat moet hij aannemen om deze vragen te beantwoorden.
Strofe 10 en 11 zijn een afgesloten gedeelte van de tekst doormiddel van de stippellijnen. Hoe een uiting van de (artistieke) gevoelens te verantwoorden, het te laten bekritiseren (zoals Shakespeare bij Hamlet deed)? Bij het ondergaan van de zon, het komen van de avond, waarin eerder de avond al volledig werd afgetast door de smoke, is hier goed het verschil tussen Dante en Shakespeare te zien. Guido heeft zijn berouw, Hamlet heeft het opproppen van zijn gevoelens.
Hier komen weer de ramen op regel 72, dit keer zijn ze niet alleen open, maar hangen er eenzame manen uit. De smoke komt daadwerkelijk uit de pijpen van die mannen in de lugubere straatjes. Zij roken het berouw, welke zij nu voelen in hun eenzame hel.
Het gekras dat klauwen kunnen maken over de vloer van de stille zee in strofe 11 zijn als de innerlijke schreeuwen van Hamlet die gedempt worden door de zee.
In strofe 12 zijn een aantal opmerkelijke dingen, regel 80. Heeft het lyrisch subject innerlijk de kracht, is deze in staat om die kracht op te bouwen, om het moment van crisis te bereiken waarin hij zichzelf niet meer onder controle hoeft te houden en zichzelf kan laten gaan en hij uit kan drukken wat hij nu niet doet. Daarnaast op regel 83, de vergelijking van het verhaal van Johannes de Doper (o.a. te vinden in het evangelie naar Matteüs 14:1-12). Koning Herodes zegt de dochter van Herodias dat hij haar alles zal geven wat zij vraagt, waarop zij vraagt naar het hoofd van Johannes de Doper, wat haar gebracht wordt op een schaal. Het offer wat de koning geeft als uiting van zijn affectie en voor de liefde, is waarin het lyrisch subject zichzelf ziet. Hij is geofferd voor de uiting van (artistieke) gevoelens.
De daarop volgende regel bevat al een voorbode voor strofe 13, hij is geen profeet, en zelfs naar een profeet wordt niet geluisterd. Lazerus die in strofe 13 genoemd wordt, mocht niet worden terug gestuurd op verzoek aan Abraham van de rijke man, omdat als men zelfs niet naar profeten luistert waarom zou men dan wel luisteren naar iemand die al is wedergekeerd (zie het evangelie naar Lucas 16:19-31). Dit kan direct teruggekoppeld worden aan het epigram van Dante (zie eerder over het epigram).
In strofe 13 wordt, net als in strofe 14, gebruik gemaakt van een herhaling van all, waarbij het aan het einde van beide strofe er een herhaling van een zin die uitgesproken lijkt te worden door de aanhalingstekens. Waar het lyrisch subject in strofe 12 nog zegt bang te zijn (regel 86), is hij in de strofen 13 en 14 zich aan het vrijpleiten. Dit was niet wat hij bedoelde. De zielroersels in de hel van Guido zijn geuit op aarde, in de daadwerkelijk fysieke wereld en ze zijn niet juist ontvangen. Het lyrisch subject heeft het moment naar de crisis gebracht met zijn innerlijke kracht, die hij niet meer kon onderdrukken. Hij heeft het hen alle op aarde verteld. Het is maar net hoe de ontvanger het horen wil.
Strofe 15 geeft een duidelijke verwijzing naar Hamlet. Het lyrisch subject is niet bedoeld om alles binnen te houden, op te proppen, maar Hamlet ook niet. Hij roept Hamlet op zich uit te drukken, volledig en onbezonnen, als een Fool.
Strofe 16 gebruikt de herhaling op de eerste regel die aangeeft dat het lyrisch subject de tijd voorbij is gegaan. Hij is oud geworden en zal zijn broekspijpen droog proberen te houden door ze op te rollen. Niet meer als een dolle door de plassen lopen.
De strofen 17,18 en 19 lijken een gezamenlijk ander onderwerp te bevatten. Hier wordt de zee veel herhaald. Eerder werd de zee gebruikt als het lichaam waar in het diepe de gevoelens opgepropt worden. Een herhaling die eerder gebruikt is: Do I dare wordt nu gevolgd door een metafoor die in deze tijd gelijk staat aan orale bevrediging van een vrouw.
Hij zal op het strand lopen (met zijn broekspijpen dus netjes opgevouwen), niets meer verbergen, niet meer de zee ingaan. Hij hoort de zeemeerminnen zingen, de innerlijke gevoelens zijn zo expressief, maar niet meer voor hem. Hij weet niet hoe hij de zee moet bedwingen, terwijl hij ze dat zonder probleem heeft zien doen. Hij heeft geprobeerd bij ze te zijn, maar toen kwam hij in de fysieke menselijke wereld en was verloren in de poging vast te houden aan deze gevoelens.
Conclusie
De met apostrof aangesproken vrouw lijkt eerder nog een representatie van de artistieke niet-gepaste gevoelens die expressie vragen te zijn. Ik ben dan ook van mening dat dit gedicht speelt met de vraag in hoeverre een gedicht als een expressie of een weergave van emoties en de systemen van die emoties, gezien of gemaakt moet worden. Tevens roept het de vraag op naar in hoeverre een gedicht een state of mind weergeeft of deze bij een lezer teweeg moet brengen. Dit gedicht heeft in ieder geval heel duidelijk een eigen state of mind. Weg bij het fysieke en bij het metafysische is het lyrisch subject binnen dit gedicht te vinden.
Literatuurlijst
• T.S. Eliot – The Waste Land and other poems;
• Ernst van Alpen – Op Poëtische Wijze;
• W.J. Craig, M.A. – The Complete Works of William Shakespeare;
• Ike Cialona en Peter Verstegen – De Goddelijke komedie;
• T.S. Eliot – The Sacred Wood: Essays on Poetry and Criticism;
• Bijbel;
• Dominic Mamganiello – T.S. Eliot & Dante;
• Lee Oser – T.S. Eliot and American Poetry;
• George Williamson – A Reader’s Guide to T.S. Eliot
• Collegeaantekeningen;
• Diverse internetbronnen, zoals aangegeven.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer