Sharon Hagenbeek is Watching You!

Tekstanalyse van “The Devoted Friend” (1888) van Oscar Wilde

door

Het verhaal moet iets teweegbrengen.

In deze analyse heb ik tijd, ruimte en ritme samengevoegd, omdat deze tezamen meer vertellen over de verschillende vertelniveaus in het verhaal. Tevens heb ik gekozen om de fabula eigenlijk geheel niet te analyseren. Dit omdat expliciet wordt aangegeven dat het tweede vertelniveau een moraalvertelling is, wat maakt dat ik het geheel eerder als een discussie tussen de vertelniveaus zag, als daadwerkelijk in de directe events. Waar nodig heb ik het verhaal zo kort mogelijk uiteengezet.

Van tijd, ruimte en ritme naar vertelniveaus

In dit verhaal zijn geen duidelijke afwijkingen in de tijdlijnen te ontdekken. Wel is er duidelijk sprake van twee vertelniveaus met elk hun eigen tijd. Het verhaal begint met wat lijkt (dus voor nu) een external narrator die de focalisatie afgeeft aan meerdere dieren.Dit gebeurt binnen één plaats (bij de vijver) en tijd in het verhaal (de events, voor zover deze te onderscheiden zijn buiten de tijd als verschillende, zijn opeenvolgend), deze situatie is dus plaats en tijd gebonden, al is de tijd zelf niet specifiek te bepalen.Grappig is om hierbij te vermelden dat de aanwijzingen in de noten dingen aan het verhaal wel meer aan een specifieke tijd verbindt, zoals de Gilly-Flower die was al ‘out of date in the nineteenth century’.

De tijdspanne van het verhaal is grofweg de benodigde tijd voor Green Linnet (één van de dieren dus) om zijn verhaal te vertellen naar aanleiding van de opmerkingen van Water-rat naar aanleiding van de les die Mother Duck haar kinderen probeert te geven. En afsluitend het gesprek over het door Green Linnet vertelde verhaal.

In de ruimte van hun gesprek binnen het verhaal ontstaat de plaats en tijd in het verhaal voor het tweede vertelniveau. Het verhaal van Green Linnet ontstaat dus op een tweede vertelniveau. Het tweede niveau heeft eigen tijdspanne, ritme en zelfs zoals ook aan het einde aangegeven een eigen moraal. Een verhaal in een verhaal. De tijdspanne van het tweede verhaal niveau is grofweg het in kaart brengen van de vriendschap van Hugh the Miller en Little Hans, hoe de eerste dingen uitlegt aan de laatste, hoe Hugh the Miller besluit om niet tijdens de winter Little Hans te bezoeken, de toewijding van Little Hans voor zijn vriendschap gedurende de lente, zijn hulp tijdens de storm d.m.v. het halen van de dokter, het overlijden en de begrafenis van Little Hans. Hier is dus sprake van een tijdspanne van voor de winter tot aan de begrafenis van Little Hans na de grote storm in de lente.

Het verhaal heeft op het eerste niveau een stabiel ritme, waarbij de vertelling van het verhaal op het tweede niveau onderbroken wordt, waaruit op te maken valt dat het verhaal op het eerste niveau rustig doorgaat. Het verhaal op het tweede niveau heeft wel verschillen in ritme. Bepaalde scènes worden verteld, waar hele tijden worden overgeslagen. Hier is dus sprake van slow-downs en summarys naast deze scènes.


Karakters en vertelniveaus

Wat de karakters betreft zijn er een tweetal opmerkelijke dingen aan de hand. Ten eerste is het verhaal op het eerste niveau gevuld met dierlijke karakters. Een vaak gebruikte vorm van kinderverhalen is een vertelling met dierlijke karakters. De karakters worden goed zichtbaar gemaakt voor kinderen middels deze specifieke uiterlijke vormen. Opmerkelijk is dan ook dat het verhaal op het tweede niveau geen dierlijke karakters bevat. Het tweede vertelniveau is, zo wordt expliciet vermeldt, als moraalvertelling. Een moraalvertelling moet iets teweegbrengen bij de lezer/luisteraar. De opvoedende functie die kinderverhalen vaak wordt toegeschreven is passend voor een moraalvertelling. Binnen dit verhaal is er sprake van een vertelinstantie Green Linnet. Die vertelt aan Water-rat, het kind dat uitleg behoeft over dat toewijding voor vriendschap niet alleen geëist kan worden, maar er ook wat voor terug gedaan behoort te worden. Ten tweede heeft de external narrator de focalisatie afgegeven aan Green Linnet. Green Linnet neemt met zijn vertellen de functie van de narrator waar, hij is deze echter nog niet. Hij is de narrator op het tweede niveau. Het verhaal op het eerste niveau, zoals al eerder aangegeven lijkt in beginne verteld te worden door een external narrator, welke zich pas kenbaar lijkt te maken in En de afsluitende zin: ‘And I quite agree with her.’ , maar deze wordt daardoor niet aan een karakter, aangezien deze ik niet gefocaliseerd wordt. Hier wordt de narrator een non-perceptible character-bound narrator. Immers Green Linnet is een verteller op het tweede niveau en wordt gequote. Door het uitspreken in de ik-persoon wordt de externe verteller benoemd tot een characterbound narrator, de narrator plaatst zichzelf binnen het verhaal. Iets wat niet eerder in het verhaal gebeurt en ook niet verder waardoor deze non-perceptible blijft.


Conclusie

In het voorgaande heb ik geconcludeerd dat er via diverse wijze zichtbaar sprake is van twee vertelniveaus. Zo waren er twee verschillende tijdspanne en ritmes met verschillende plaatsen. Opmerkelijk was de verschillende vormen van karakters die duidelijk verschilde tussen de niveaus, te weten dierlijk en niet dierlijk. Wat dit verschil teweegbrengt is dat het eerst nog zo voor de handliggende (op het eerste vertelniveau) karakter van dit verhaal, te weten een kinderverhaal, niet meer noodzakelijk is. Binnen het eerste vertelniveau starten de dieren inleidend een discussie over wat lieve kinderen zouden moeten doen, gehoorzamen, luisteren naar de vertellende ouder. Water-rat spreekt van toewijding, vervolgens wordt hem een moraalvertelling (verteld op het tweede vertelniveau) voorgelegd, waarmee hij vervolgens niets wil doen (p.34). De toewijding van vrienden is tevens in de titel benoemd, wat maakt dat men geneigd is dit als de moraal van het verhaal aan te stippen. Maar uiteindelijk wordt er geen conclusie verbonden aan de moraalvertelling op het tweede niveau.

Wat een onderliggende discussie toont, te weten de discussie over dat een luisteraar/lezer van een kinderverhaal ontvankelijk moet zijn voor de opvoedende functie, doormiddel van ervoor openstaan en oplettend genoeg om de moraal te vatten.

Als aan het einde de tot dan toe nog external narrator zich kenbaar maakt en tevens aangeeft het eens te zijn met de mening van Mother Duck, wordt er nog een extra nadruk gelegd op de onderliggende discussie of onderwerp dat wordt aangekaart. De narrator geeft aan het ook gevaarlijk te vinden een moraalvertelling te vertellen aan iemand die er niet naar wil luisteren. De vraag die dan rest is of deze tekst een bedoelt moraal heeft over te dragen. Zo ja, dan is het niet het ogenschijnlijke moraal, te weten de toewijding van vrienden. Immers aan die moraalvertelling wordt geen conclusie verbonden en het is ook niet waar de narrator zich over uitlaat.

Boekrecensies · Literatuurwetenschap

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: