Sharon Hagenbeek is Watching You!

Dulce Maria Cardoso: ‘Al mijn boeken gaan over het menselijke bestaan’

10 oktober 2009 door Sharon Hagenbeek

Deze zomer won Dulce Maria Cardoso de European Union Prize for Literature. Deze eer werd haar toegekend voor haar tweede roman Os Meus Sentimentos. Recent werd dit boek vertaald naar het Nederlands en is het verschenen onder de titel: “Violeta en de Engelen.” Land van herkomst, Portugal ontving het boek dankbaar, en nu kan ook Nederland er dan eindelijk van genieten.

Het boek verteld het verhaal van een extreem vette vrouw genaamd Violetta. Het verhaal begint met haar laatste momenten, wanneer ze terugkijkt op haar leven. Zij is naar eigen zeggen onbekend met de liefde; gedurende haar leven heeft ze aan haar behoefte naar menselijk contact voldaan met brute seks op parkeerplaatsen langs de kant van de weg. Haar strijd met het hedendaagse schoonheidsideaal is een verhaal van schuld. Ze voelt zich schuldig voor de schaamte die haar familie heeft moeten doorstaan vanwege haar verschijning. De eenzaamheid, het verlangen en het verraad, allen deel van het menselijke bestaan, maken het verhaal verre van een zoetsappig liefdesverhaal. Al snel wordt het duidelijk dat leven veel gecompliceerder is dan gewoon de liefde of het geluk van één persoon.

Cardoso zegt over Violeta’s conflicten: ‘Terwijl ik aan het schrijven was over Violeta, had ik het over discriminatie. Daar zijn vele vormen van; we hebben het wel altijd over de kleur van onze huid, maar niet over hoe we er verder uitzien, zoals over lelijkheid. Violeta is vet en we behandelen haar er anders om. Ooit las ik in een krant dat het erger is om dik te zijn dan om gehandicapt te zijn. En op school zijn kinderen heel gemeen tegen kinderen met overgewicht. Waarom hebben we het altijd over tolerantie, maar kunnen we hier niet goed mee omgaan? Er is geen beter of slechter, we zijn zoals we zijn en we moeten dat accepteren.’

Maar het verhaal van Violeta is niet het enige thema in dit boek. Het belang van de Portugese geschiedenis wordt misschien niet direct gevonden door de Nederlandse lezer, want het is pas later in het verhaal dat het duidelijker wordt. Beetje bij beetje, wanneer Violeta terugdenkt aan haar vader, komt een ander gezicht van de revolutie aan het licht. Hoe terzijde dit ook mag lijken, het is essentieel voor Cardoso: ‘Ik wilde aandacht besteden aan de Revolutie uit 1974, maar op een andere manier dan normaal. Bijna vijftig jaar lang hebben we een dictator gehad en de Portugezen spreken meestal over de daarop volgende revolutie als het beste dat ooit is gebeurd in onze nationale geschiedenis. Natuurlijk was het heel erg goed, maar ik vond dat er ook een ander verhaal te vertellen was, het verhaal van de mensen die niet zo blij waren met de revolutie. Het is niet aan mij om te bepalen welke kant van het verhaal goed of fout is. Ik geloof niet in literatuur als publiek debat, het is gewoon een verhaal. Ik wilde het daarover kunnen hebben en over de veranderingen die plaats hebben gevonden in ons land sinds die tijd. Toen ik klein was waren er veel van die typisch kleine bedrijfjes, de buurtwinkeltjes en de schoonheidssalon zoals in het verhaal van Violeta. Vandaag de dag behoren de meeste van deze bedrijfjes tot internationale ketens of zijn ze simpelweg vervangen door restaurants of Chinese shops. Alles is veranderd.’

Op meerdere manieren is dit een ongebruikelijk boek en dat blijkt duidelijk Cardoso’s intentie te zijn geweest: ‘Toen ik begon met het schrijven van dit boek was ik geïnteresseerd in dood en herinnering.’ Vanwege dit laatste thema koos ze een opmerkelijke schrijfstijl. ‘Ik wilde een formele exercitie qua stijl gebruiken. Dat begint al bij het eerste woord, dat hetzelfde is als het laatste woord van het boek. Dat vertegenwoordigt voor mij het idee van de eeuwigheid. Om dezelfde reden zijn er geen punttekens in het gehele verhaal; ik schreef in opvolgende delen van zinnen, omdat volgens mij herinneringen ook zo werken: die komen tot ons in kleine stukjes. Wat ik bedoel is dat als we ons iets herinneren, dan herinneren we niet het gehele ding maar stukjes ervan. Een herinnering kan tot ons komen door een geur, een geluid, een gezicht enzovoorts.’ Ze vervolgt, ‘Ik wilde ook schrijven zonder toekomstige werkwoordsvormen, want het is een stream of consciousness, een gedachtestroom, dus die werkwoordsvormen zouden overbodig zijn. Het was belangrijk voor mij om geen toekomst te hebben in het verhaal. Ik wilde namelijk werken met het verleden en het heden, en de toekomst is zo’n beetje het tegenovergestelde van herinnering.’ Het is dan ook een behoorlijke prestatie dat de Nederlandse vertaling veel van deze schrijfstijl heeft weten te behouden. Dat zal ten delen ook zijn vanwege Cardoso’s benadering van het vertaalproces: ‘Ik kijk naar vertalingen als een samenwerking, ik heb er geen controle op. De vertalers schrijven in die taal en mijn boek was daarvoor slechts het begin, de vertaling is daarom hun boek. Het zou onmogelijk zijn om dat precies hetzelfde te maken als de originele versie. Ze zijn verschillend en dat vind ik niet erg. Zelfs als je een taal kent, maar het is niet je moedertaal, dan zul je in die taal nooit in staat zijn om te zeggen wat je bedoelt. Voor een schrijver kan dit heel gecompliceerd zijn, omdat we geobsedeerd zijn door woorden. Het kan je ook leren om nederig te zijn. De vertaling van mijn boek, is mijn boek volgens de vertaler. Ik hoop dat men kan genieten van de vertaling, ondanks de verschillen, omdat ik het heb over het menselijke bestaan, over de dood, en in dat perspectief zijn we overal hetzelfde. Al mijn boeken gaan over het menselijke bestaan.’

Cardoso’s ideeën en stijl komen zeker over en het is lovenswaardig dat een schrijver in staat is tot zo’n prestatie, maar Cardoso vind het zelf niet zo bijzonder: ‘Wanneer ik schrijf  probeer ik altijd nieuwe dingen. Geen van mijn boeken zijn daarom hetzelfde, ze zijn volledig verschillend. Waarschijnlijk bestaan er wel andere boeken die lijken op mijn boek, maar die heb ik nog niet gelezen; of ze zijn in een andere taal, of ik heb ze gewoon nog niet gelezen. Alles is al eens eerder gedaan, er bestaat niet zoiets als een nieuw iets, niemand doet iets nieuws.’ Hoe bescheiden ze ook mag zijn, het zal geen verrassing zijn dat ze met haar eerste boek, Campo de Sangue (dat nog niet naar het Nederlands vertaald is) ook in de prijzen viel. Momenteel is ze alweer bezig met het afronden van haar volgende verhaal: ‘Dat zal gaan over macht, weer een totaal ander boek’, en misschien is ook dat weer een prijswinnaar.

Share Share

Interviews · Literatuurwetenschap

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer