Sharon Hagenbeek is Watching You!

De Wereld van Bas Haring

door

Bij het weerzien van zijn proefschrift is de verbazing groot en het eerste wat hij kan uitbrengen is dan ook enkel dat het vreselijk grappig is om deze te zien na een lange tijd. Zijn proefschrift draagt de titel ‘Adaptive image segmentation’. “Ja, daar is niet door heen te komen”. Het proefschrift gaat over de automatische analyse van afbeeldingen en is voor een ieder die de wiskundige taal erin niet schuwt verkrijgbaar bij de UB.

Omslag Promotie Bas HaringHet dankwoord wordt afgesloten door: ‘I am convinced that my friends and loved ones will not enjoy reading the whole thesis.’ En dat is niet zonder reden.
“Dat heeft ook een bepaalde geschiedenis. Toen ging het net uit met mijn vriendin en toen dacht ik wie moet ik nu bedanken. Het is dus niet vanwege afkeer voor onduidelijke wetenschappelijke taal. Ik heb trouwens zelfs twee intermezzo’s erin verwerkt die wel leesbaar zijn. Ik ben wel trots op de layout van mijn proefschrift.” Haring verwijst naar de afbeelding op de kaft, waarop een man die een vis vangt te zien is.
“Zelf heb ik hem ergens op zolder liggen en ik heb hem dus al jaren niet meer gezien. Ik glunder ook niet van zoiets. Er is een verschil tussen het schrijven van een proefschrift en een boek. Het verschil tussen alfa en bèta is hier ook van toepassing. Als bèta is het schrijven van een proefschrift iets van je opleiding, wat je ook doet, het volgt meestal naadloos op of is een verlenging van je afstuderen. Dat is een oefening om te leren wetenschappelijk bezig te zijn. Het proefschrift is niet iets wat je persoonlijk markeert en waarop je trots moet zijn. Ik ben op ‘Kaas en de Evolutietheorie’ veel trotser. Dat markeert veel meer wie ik ben en wat ik kan. Ik heb veel harder, echter en intenser moeten nadenken voor dat boek, dan voor mijn proefschrift. Het koste dus veel meer moeite om dat boek te schrijven.”

In zijn eerste boek ‘Kaas en de Evolutietheorie’ maakt Haring veel gebruik van metaforen, wat het uitzonderlijk goed leesbaar maakt. “Daar ben ik primair goed in. Ik probeer metaforen te gebruiken die dingen duidelijk maken, maar geen afbreuk doen aan de wetenschappelijk kern.” In dit boek worden een aantal onderwerpen vanuit de evolutietheorie bekeken. “Ik stel de vraag wat God mogelijkerwijs nog zou kunnen betekenen als je ook gelooft in de evolutietheorie. Ikzelf geloof niet dat er zoiets als God bestaat. Daar durf ik al mijn geld op in te zetten.” Niet alleen God wordt afgewezen, maar ook een morele universele orde. “Er zijn mogelijke manieren om tot de huidige moraal te komen. De eerste is makkelijk, dat is God en hij bepaalt wat goed en kwaad is. Dat ontken ik dus. Ik zou verbaasd zijn als dat het was. Een tweede manier is dat moraal logisch af te leiden zou zijn, daar heb je dus geen God voor nodig. Moraal wordt dan net zoiets als het getal ∏. Dit getal is iets dat afleidbaar is vanuit de ratio, de logica of de wiskunde. Moraal zou net zoiets kunnen zijn. Dat geloof ik ook niet. Ik denk zelf dat moraal, hetgeen dat wij goed en kwaad vinden veel meer een sociaal construct is wat in de loop van de tijd ontstaan is en wat ook proberende wijs is boven komen drijven als de best werkende moraal.”

“De evolutietheorie wordt heel vaak verkeerd begrepen, vind ik. Als iets evolutionair succesvol is, betekent dat niet dat het succesvol is voor het individu. Als een eigenschap evolutionair succesvol is, wil dat niet zeggen dat het een handige eigenschap voor het individu is. Het is bij heel veel eigenschappen wel zo. Het is voor een giraffe handig om een lange nek te hebben, dus giraffe hebben een lange nek. Maar het is niet altijd zo. Een goed voorbeeld is de eigenschap dat organismen altijd voor nageslacht moeten zorgen, een eigenschap die niet handig is voor het organisme an-sich. Maar het is wel handig voor die eigenschap zelf. En dat is ook wellicht zo voor moraal, het is niet noodzakelijk handig voor jou om een bepaald moraal te hebben, het kan wel zo zijn dat een bepaalde moraal goed is in het blijven bestaan in het proces van evolutie. Ik probeer de meeste dingen dus via de evolutie te verklaren.”
Natuurlijk kan men bij een dergelijke verklaringsmethode tegen problemen aanlopen, zoals bijvoorbeeld homoseksualiteit. “Ik wil vooral laten zien dat het idee dat homoseksualiteit onnatuurlijk is een onderliggende aanname bevat, waar ik het niet mee eens ben. Dit is de aanname dat er überhaupt een bedoeling zou zijn achter dingen. Het is evident dat homoseksualiteit een eigenschap is die niet goed is in het blijven bestaan, om zichzelf te vermenigvuldigen, maar dat betekent niet dat er een goed of fout oordeel aan verbonden kan worden. Dat is een kernachtige voor de manier waarop ik nadenk. Er is een fundamenteel verschil tussen goed zijn & overblijven en kwaliteit. Dat is wel een van de fundamentele dingen die ik nu denk.”

Na ‘Kaas en de evolutietheorie’ schreef Haring ‘De IJzeren wil’. Dit boek gaat over de verschillen tussen mensen, konijnen en computers, waarin gevraagd wordt naar wat de wil is en of deze exclusief is toe te schrijven aan mensen.
De vraag naar de wil en de intentionaliteit is ook behandelt door Dennett. Deze filosoof is één van de favoriete filosofen van Haring. Dit is dan ook de reden dat Haring hem in Boston heeft bezocht. Toch zijn er wel punten van verschil tussen de filosofie van hen beide. “Hij vindt dat je machines intentionaliteit mag toekennen. Een machine, een apparaat, waarover je besluit dat het makkelijker is om te zeggen dat deze iets wil. Dat is makkelijker dan iets anders zeggen.” Deze manier van wil toekennen gebruikt Haring wel in zijn boek, op dezelfde wijze als Dennett. ”Ik ben het met hem eens dat je machines intentionaliteit mag toekennen, alleen weet ik niet volgens wat voor criteria je machines en algoritme wel intentionaliteit mag toekennen en evolutie, wat ook een algoritme is, niet. Hij zegt dat een natuurlijk proces als evolutie niets wil. Dit is voor mij en dilemma. Voor mij is evolutie een algoritme en algoritmen willen ook iets. De intentionaliteit van algoritmen.”

Op de vraag naar waar Haring nu mee bezig is, komt zijn variatie te voorschijn. “Ik geef colleges, ik maak televisie en daarnaast ben ik bezig met het schrijven van een nieuw boek, wat ik leuk vind.” De werktitel van dit boek is ‘Voor echt succesvol leven’. “Dat gaat over de vraag of wij onszelf niet veel vaker voor de gek houden dan wij denken. Een hypothese dat de ideeën die in onze hoofden bestaan misschien vaker dan ons lief is de baas over ons kunnen zijn, in plaats van andersom. Wij hebben het idee dat wij de baas zijn over onze ideeën. Dat is een gevestigd idee. Op zich is het helemaal niet erg als onze gedachten ons voor het karretje spannen, tenzij het ten koste gaat van het eigen lichaam. Er zijn dingen in jouw hoofd die zich niet laten vinden door een microscoop, maar die jou voor hun karretje spannen.”
Overigens zijn de boeken van Haring zijn niet te vinden in de UB, maar in Gorlaeus bibliotheek, voor een ieder die nu nog denkt dat Bas Haring niet te vinden is in deze wereld.

[Dit artikel is geschreven voor het Faculteitsblad Thauma, Faculteit der Wijsbegeerte, Universiteit Leiden, 2006]

Filosofie · Interviews · Literatuurwetenschap

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: