Sharon Hagenbeek is Watching You!

Twan de Vos: ‘Uiteindelijk blijft het persoonlijk wat je mooier vindt, maar ik was wel trots dat Paul de Leeuw mijn werk koos’.

3 juli 2008 door Sharon Hagenbeek

[Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor www.kunstwerkkopen.nl]

Als moderne kunstenaar zoekt hij duidelijk zijn persoonlijke ontwikkeling op. Als echte creatieveling is hij met allerlei kunstuitingen druk bezig, want hij houdt van de uitdaging en de afwisseling. En van al die bezigheden heeft hij veel opgestoken, dat blijkt al snel als hij in zijn atelier begint met het vertellen over de diverse technieken die hij zich met de jaren eigen heeft gemaakt.

Op de academie leerde hij het werken met linosnedes. Bij deze techniek wordt een plaat linoleum besneden in spiegelbeeld en vervolgens wordt daarmee een afdruk gemaakt; per laag wordt verf aangebracht op de hogere vlakken. Nadat deze is afgedrukt, wordt het proces per laag herhaald tot er een aantal verschillende kleuren en diktes verf het werk compleet maken. Het is daardoor ook een unieke techniek: nadat een volgende laag is gemaakt kan er niet meer teruggegrepen worden naar een eerdere bewerking van voor die laag. Deze techniek werd populair doordat Picasso ook gebruik maakte van linosnedes.

‘Picasso is een grote invloed voor mij en de gehele kunstwereld geweest natuurlijk. Maar wat me ook heel erg aanspreekt bij het gebruik van linosnedes is de textuur van de verf. Je kunt dikke vlakken maken en de verf echt naar voren laten komen. In het begin drukte ik de snedes op het papier met een lepel of bij grote werken liep ik eroverheen.’

‘Het is een techniek waarin ik heel erg heb kunnen groeien. Door het maken van linosnedes ben ik in staat geweest mijn schilderen verder te ontwikkelen. Ik heb daar meer overzicht in gekregen. Dat is wel grappig, want op de academie had ik de linosnedes nodig als bevrijding van het schilderen en nu brengt het mij terug naar de schilderkunst met een verbeterde schildertechniek. Het is heel leuk en leerzaam om te merken hoe je indirect door de technieken je andere werk weet te verbeteren.’

‘Ook het samenwerken met andere kunstenaars is heel leerzaam. Je merkt dat je technieken geleerd zijn en dat juist de toepassing je individuele keuze is. Maar het is ook lastig, uiteindelijk wil je allemaal je eigen ding kunnen neerzetten en dan resulteert het wel eens in teveel compromissen. En daar ben je allemaal niet gelukkig mee.’

‘Je probeert jezelf in verschillende richtingen te ontwikkelen. Daarbij zijn opdrachten weer iets heel anders. Dan probeer je, zonder jezelf te verloochenen, in de huid van je opdrachtgever te gaan. Je gaat dan planmatiger te werk, want het is belangrijk om dan eerst over het werk nadenken. Wat moet in het werk tot uiting komen, waar moet de nadruk op liggen en wat voor sfeer moet het geheel krijgen zijn dan vragen die je probeert te beantwoorden.’

‘Maar het is toch het leukst om jezelf te kunnen laten gaan en ongedwongen tot iets te komen dat een reflectie is van thema’s die voor jezelf belangrijk zijn. Het liefst heb ik wel een afwisseling tussen beide. Dat is een prettige verhouding waarmee je je creativiteit kunt beheersen op zo’n manier dat je het ook aan iets kunt wijden in plaats van je alleen maar creatief te voelen in de volledige vrijheid.’

En dat hij de afwisseling opzoekt blijkt wel als hij vertelt over zijn andere bezigheden. ‘Ik heb ook een zeefdrukkerij en dat is weer iets totaal anders. Dat is veel meer de mechanische kant. Het is een praktische bezigheid. Ook geef ik workshops. En dat levert veel meer interactie op. Daarin kun je visie op kunst verder ontwikkelen. Je moet tenslotte goed weten wat je doet, voordat je het kunt overdragen.’

‘De kunstenaar van nu heeft ook een ander bestaan dan die van vroeger. Je ontkomt er niet aan om jezelf op meerdere vlakken te laten zien. Toen wij vroeger begonnen was er niets. De computer kwam net kijken en langzamerhand is iedereen daarmee gaan prutsen. Nu is alles kant en klaar te koop. Ik denk dat het traditionele schilderij het lastig heeft nu. En toch blijven de traditionele reproductietechnieken aanzienlijk beter.’

‘De moderne markt heeft als voordeel dat het nu zelfs zo is dat het kunstzinnig vormgeven van dingen meer gemeengoed is geworden en dat iedereen het zelfs verwacht. Alles moet vormgegeven worden. En daarvoor heeft niet iedereen dezelfde creatieve capaciteiten. En gelukkig blijft je eigen toevoeging, je beeldtaal, toch wel iets unieks. Daardoor kun je als kunstenaar ook op veel meer manieren uitkomst bieden en dus ook jezelf op meer manieren uiten.’

Als moderne kunstenaar zoekt hij duidelijk zijn persoonlijke ontwikkeling op. Over zijn nieuwste uitdaging vertelt hij dan ook trots. ‘Daarom heb ik me ook opgegeven voor ‘Sterren op het Doek’. Het is toch altijd leuk om weer iets nieuws en iets anders te doen. De andere schilders maken van hetzelfde portret toch weer iets totaal anders, dat is leuk om te zien. Daarnaast is het ook een heel ander soort opdracht dan normaal. Je krijgt toch ook de mogelijkheid wat van jezelf te laten zien.’

‘Je weet niet wie je gaat portretteren. En dan zie je hem. Hij heeft wel echt een sprekende persoonlijkheid, dus dan ben je al blij. Hij leent zich goed voor een mooi portret. En vervolgens heb je een paar weken om dat vorm te geven en ook nog eens af te hebben.’

‘En toen stonden we met z’n drieën te wachten, terwijl Paul de Leeuw in de andere hal zijn keuze maakte. We zeiden tegen elkaar dat het leuk zou zijn als je zou winnen, maar dat het niet te zeggen is wie er zou winnen. Het was niet zo dat mijn werk kwalitatief beter was dan de anderen. En uiteindelijk blijft het wel persoonlijk wat je mooier vindt, maar ik was wel trots toen Paul de Leeuw mijn werk koos. En het is natuurlijk extra leuk. Al met al was de ervaring an-sich iets unieks.’

[Dit interview is oorspronkelijk gepubliceerd op www.kunstwerkkopen.nl]

Share Share

Interviews

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer