Sharon Hagenbeek is Watching You!

Maarten van Rossem: ‘Ik klink af en toe wel als een knorrepot’

door

Afgelopen december werd Maarten van Rossem voor de tweede maal verkozen tot historicus van het jaar. Van Rossem onderscheidde zichzelf van de andere genomineerde door zijn gebruik van zijn kennis van de geschiedenis in het publieke debat, aldus de lezers van het Historisch Nieuwsblad.

Zelf reageert hij bescheiden op de eer: “Ik vond eigenlijk dat Fik Meijer dit keer moest winnen. Hij houdt zich bezig met de oude geschiedenis en heeft daar hele leuke boeken over geschreven. In alle opzichten verdiende hij het. Het is een beetje onzin gewoon, zeker aangezien ik de prijs al eens gewonnen heb.” Ondanks deze bescheidenheid is er wel degelijk reden voor deze erkenning. Maarten van Rossem is een aparte man, zelfs als hij nog commentaar toegeeft heeft over de opgegeven reden voor zijn overwinning: “Over het gebruik van de geschiedenis in het publieke debat kun je juist ook weer heel kritisch denken, want het misbruik van allerlei historische analogieën voor de huidige situatie ligt al snel op de loer. Dus het is een compliment dat je heel ambigue kunt op vatten. Ik hoop dat ik die fout niet maak wanneer ik het over de geschiedenis en de actualiteiten heb.”

Er is natuurlijk een grens tussen waar de geschiedvorsing ophoudt en het dagelijkse leven begint, maar zo sec is die grens niet. De geschiedfilosoof Hayden White beschouwde de geschiedenis als een verhaal dat we zelf maken. Volgens hem is er sprake van de ‘fictie van de feitelijke weergave’, want er is niet zoiets als één feitelijke beschrijving van het verleden[1]. Het is eerder zo dat er verschillende keuzes zijn in de manier waarop het verhaal verteld wordt, waardoor er ook meerdere mogelijke uitkomsten zijn. Als gevolg hiervan benadrukt White dus de subjectiviteit van de geschiedkundige, en maakt op basis daarvan zelfs onderscheid tussen de verschillende soorten historici. Een van die categorieën is de historicus die een organisch wereldbeeld ziet, namelijk een wereld waar alles bij elkaar hoort tot een geheel – de wereld bestaat uit gevolgen van natuurlijke oorzaken. Deze stereotype lijkt van toepassing op Maarten van Rossem, die in zijn audioboek Big Bang tot het Heden de grote hoeveelheid Chinezen als volgt uitlegt: ‘Je kunt rijst drie keer oogsten per jaar, daardoor kun je meer mensen in leven houden. Zo waren er eind achttiende eeuw al 300.000.000 Chinezen, er zijn daardoor dus altijd ontzettend veel Chinezen geweest.’

Nog toepasselijker is de theorie van White wanneer men leest dat de organische geschiedkundige gekenmerkt wordt door het gebruik van komische retoriek. Als dat nog niet bekend klinkt, dan zal de lezer de volgende karakteristiek toch wel moeten appreciëren. Volgens White is het geschiedkundigen als Van Rossem te doen om het behoudt van conservatieve waarden, zoals het bekende ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ of zoals Van Rossem zegt: “we leven in een van de meest aangename samenlevingen ter wereld. We mogen daar best wel eens wat meer dankbaar voor worden. De mensen zijn hier vrijer, hebben meer ontwikkelingsmogelijkheden dan de inwoners van bijvoorbeeld Bangladesh. Dat is natuurlijk ook de reden dat al die mensen zo graag naar Nederland toekomen. Immigratie is een teken dat je het goed gedaan hebt.”

Als dat is wat hem tot een conservatieve mopperaar maakt, dan kan hij er wel mee leven: “Ik klink af en toe wel als een knorrepot, maar ik ben een realist.” Met een knipoog vult hij dat aan door te zeggen: “Ik ben niet positief of negatief, ik ben een realist.” Van Rossem probeert mensen de wereld te laten zien zoals die in feite is: “Dat is al moeilijk genoeg natuurlijk, maar als mensen zaken beweren die evident volstrekte kletskoek zijn, dan vind ik wel dat je daar tegen in moet gaan.”

Van Rossem geeft aan wel bekend te zijn met de naam Hayden White, “maar daar houdt het dan ook meteen mee op. Ik ben niet theoretisch verantwoord in mijn geschiedopvatting.” Toch kan hij zich wel herkennen in het genoemde type historicus: “Ik denk dat ik wel redelijk conservatief ben. Ik ben een conservatief die zich realiseert dat als je dingen die de moeite waard zijn wilt bewaren, dat je dan ook noodzakelijkerwijs aan hervorming moet doen. Dat je niet stil kunt staan, dat je de samenleving niet kunt bevriezen, dat kan nu eenmaal niet. In die zin kan ik me er wel in herkennen. En ja, dat je dat soms op komische toon doet heeft volgens mij meer te maken met je karakter en de wijze waarop je hersenen werken, zo is het bij mij altijd geweest.”

Whites theorie over de subjectiviteit van de geschiedopvatting laat Van Rossem snel weer achter zich: “Dan kun je de handen wanhopig ten hemel heffen en zeggen: het kan tóch niet. En je hebt ook allerlei postmodernen die dan beweren dat je net zo goed iets uit je duim kunt zuigen. Ik zou zeggen: leg je neer bij de onmogelijkheid, en probeer het vervolgens zo goed mogelijk te doen. Dat geldt eigenlijk voor het ganser leven en niet alleen voor de geschiedenis. Er kunnen je verschrikkelijke dingen overkomen, uiteindelijk heb je je daar maar in te schikken. Je moet die noodzakelijke beperkingen aanvaarden en gewoon proberen te leven.”

Van Rossem heeft dan ook niet stil gezeten in 2010. Hij liet veel van zich horen. Zo verscheen hij regelmatig op televisie bij shows als Pauw & Witteman, publiceerde hij voor het tweede jaar op rij zijn tijdschrift Maarten, kwamen zijn nieuwe boek Waarom is de burger boos? en zijn nieuwe audioboek Typisch Nederland uit; hij sloot het jaar ook nog eens af met een oudejaarsconference die uitverkocht was. “Voor zover ik het na kon gaan was het wel een succes. Ik was er heel ongelukkig over dat het als oudejaarsconference was aangekondigd. Ik wilde net zoiets doen als ik met Typisch Nederland heb gedaan: een beschouwing van de Nederlandse politiek van het afgelopen jaar, eigenlijk het afgelopen kwart eeuw. Ik was op vakantie toen het tot oudejaarsconference werd bestempeld. Daardoor werden er misschien andere verwachtingen geschept die ik helemaal niet van plan was om waar te maken. In een Oudejaarsconference moet men voortdurend grappen maken, de grappen zijn dan de kern van de zaak. Bij mij zijn de grappen niet veel meer dan illustraties.”

Typisch Nederland[2] gaat niet over Pim Fortuin of zelfs over een Geert Wilders, het gaat over wat typisch Hollands is. “Ik heb geprobeerd om daarin te laten zien hoe mensen zo verschillend over Nederland kunnen denken. Nederland, hoe klein het ook is, is eigenlijk helemaal niet zo homogeen. Ik denk dat Maxima groot gelijk had toen ze zei dat ze de typische Nederlander helemaal niet was tegen gekomen in Nederland. Gekke Geert denkt dat hij de typische Nederlander is, terwijl er weinig mensen zo niet typisch Nederlands zijn als hij.”

En zoals de historicus van White hem ook typeert heeft Van Rossem een belangrijke boodschap over Geert Wilders. Daar was het ook het jaar voor: de samenleving stond op z’n kop en hij zag zich genoodzaakt daar wat van te zeggen. “De kernvraag van die conference was: hoe zijn we in godsnaam aan de PVV gekomen en aan dat rare kabinet waar we nu mee zitten. Dat je daarbij dan ook lollige opmerkingen maakt is haast onvermijdelijk, gezien het wel enigszins komische karakter van de Nederlandse politiek.” Een van die grappen is dat hij Geert Wilders ‘Gekke Geert’ noemt. “Gekke Geert, omdat hij naar mijn idee gek is.”

Van Rossem kan dus voor zijn gevoel niet anders. Hij moet wel een tegengeluid bieden: “Ik vind het een zorgelijke zaak, dat vond ik trouwens niet alleen bij Geert, maar ook bij Pim Fortuin. En ik moet zeggen dat ik me op hem volstrekt verkeken heb. Ik dacht in eerste instantie dat Fortuin, die ik wel eens ontmoet had in de loop der jaren, een leuke debater, maar een volstrekte schertsfiguur was. Dat was mijn indruk, wat schetst vervolgens mijn verbijstering en ontzetting dat die man 26 zetels scoort, tragisch genoeg kort nadat hij vermoord is. Dat is gruwelijk. Ik denk ook wel eens: als hij nou maar was blijven leven, dan hadden we ook niet dat eindeloze gezeur gehad. Dat ‘alles met onze Pim in orde zou zijn gekomen’. Daaraan kun je wel weer zien hoe naïef ik eigenlijk ben, hoe slecht mijn kijk op de Nederlandse kiezer. Ik dacht dat de kiezers wel wisten dat het onzin was, dat het geen zoden aan de dijk heeft gezet.”

Daarna verscheen Rita Verdonk ten tonele. “Bij haar kon ik alleen maar denken: ‘hoe is het mogelijk dat een zo oliedomme vrouw met zulke halfgare opvattingen, op een bepaald moment op 26 zetels in de peilingen heeft gestaan?’” Uiteindelijk kwam Geert Wilders op. “Die lijdt aan een paranoïde obsessie. Mijn tegengeluid betreft eigenlijk dat partijen als de zijne allerlei dingen beweren die helemaal niet waar zijn, en dan vind ik het niet meer dan normaal dat je dan duidelijk maakt dat het helemaal niet waar is. Wordt Nederland bijvoorbeeld op korte termijn geïslamiseerd? Nee, dat is een idiote hypothese, alleen gekken kunnen zoiets geloven. Maar we kunnen nog een hele reeks onzin opnoemen uit hun programma. In feite bestaat het programma van de PVV uit louter leugens.”

Van Rossem laat zich er niet door tegenhouden: “Het treurigste is eigenlijk dat de bestrijding van zulke onzin een zinloze zaak is. De windmolens van de waanzin draaien zo hard dat er geen kruid tegen gewassen is.  Mark Twain had zo’n prachtige uitspraak: terwijl de waarheid nog zijn veter zit te knopen is de leugen al de wereld rondgelopen[3]. Dat is wel waar.”

Waarom er zoveel mensen zijn die het populisme van Wilders geloven is volgens Van Rossem veelzeggend over de aard van het beestje: “Het is een hele droevige zaak. Mensen die zulke onzin geloven zijn bange angstige mensen. Wat Gekke Geert doet is misbruik maken van amorfe angsten van mensen die van niets weten. Het hoort nu eenmaal bij de mens, bij de samenleving. Dat probeer ik ook uit te leggen in mijn boek Waarom is de burger boos?. Ik denk dat er altijd structureel een groep Nederlanders is die ontevreden is, die het gevoel hebben dat men maar wat aan regeert, dat er naar hen niet geluisterd wordt en dat ze niet serieus genomen worden en dat de elite maar doet waar ze zin in heeft.”

Tegen dat soort mensen zeggen dat ze met hun stem verschil moeten proberen te maken of dat ze dan lid moeten worden van een partij heeft geen zin: “Dat doen ze meestal niet, ze blijven liever mopperen, schelden en zeuren natuurlijk. Dat is absoluut een feit. Dan is het eigenlijk de vraag: waarom zijn ze zo ontevreden?  Er zijn in Nederland, in vergelijking met andere landen, weinig goede redenen om zo diep ontevreden te zijn over de hele gang van zaken. Economisch gaat het ons goed.”

Natuurlijk horen de tegengeluiden net zozeer bij de mensheid als de uitingen van ontevredenheid, en gelukkig hebben we daar mensen als Maarten van Rossem voor. “Ik heb nooit bewust besloten om dit soort dingen onder de aandacht te brengen. Ik krijg alleen de gelegenheid om in de media er iets over te zeggen en ik maak daar gebruik van.” Het laatste hebben we dan ook nog niet van deze brombeer gehoord: “Ik probeer mensen te bewegen om zelf eens na te denken, in plaats van al die emotionele lulkoek die maar rond drijft in de mediawereld zonder vraag of stoot op te zuigen. Ik vind wel dat ik het moet blijven doen, zolang de media zelf totaal onkritisch zijn. De televisie is bij uitstek een rampzalig medium voor heldere en feitelijke voorlichting. Televisie is niets anders dan goedkoop theater.”

Het is misschien een ijdele, maar niettemin goed bedoelde poging van Van Rossem om mensen op te roepen om zich te bevrijden van het juk der angst: “Je moet niet luisteren naar je angst. Iedereen is onzeker over dingen in het leven, maar het is belangrijk om je daar niet door te laten leiden.” Hij leeft naar zijn ideeën: “Ik heb nu helemaal weinig om te verliezen, ik ben voorbij de zestig, mijn leven en carrière zitten erop. Dan weet je dat het eind in zicht is. Je hebt dan alle vrijheid om dan nog eens wat geks te doen, zoals een oudejaarsconference.”

In 2011 is Van Rossem van plan om uit de band te springen met een boek dat verschijnt over de kredietcrisis. “Ik werk momenteel aan een historische inleiding van die crisis, om uit te leggen waar het vandaan komt, hoe we eigenlijk zo gek geworden zijn en dat we elke keer denken dat er nu een ideologie gevonden is die verklaard hoe het daadwerkelijk zit. Zoals het Neoliberalisme met ‘De Markt is de oplossing van alles’, dat was voor sommigen ook een hele voordelige oplossing, en zodoende hebben we onszelf eigenlijk in de voet geschoten.” Ondanks dat hij zelf zegt dat zijn carrière ten einde is lijkt het er dus op dat Maarten van Rossem nog lang niet klaar is.


[1] Hayden White: Metahistory: The Historical Imagination in Nineteenth-Century Europe, 1973. Voor inleiding zie onder andere: Chris Lorenz, 1987: De constructie van het verleden – Een inleiding in de theorie van de geschiedenis, Boom.
[2] Typisch Nederlands (2004) is inmiddels niet meer in druk, maar het afgelopen jaar verscheen het als audio-opname van een gelijknamige collegereeks. De oorspronkelijke tekst is eveneens terug te vinden in: De wereld volgens Maarten van Rossem
[3] ‘A lie can travel halfway round the world while the truth is putting on its shoes’. Het is niet te duiden waar Mark Twain dit geschreven zou hebben, maar deze zegswijze wordt wel vaker aan hem toegeschreven.

Interviews

 
 
 

1 reactie tot nu toe ↓

  • 1 Lezer // 2 jul 2011 at 22:28

    Dat is grappig de Nederlandse vertaling van de uitspraak van Mark Twain is pakkender dan in de oorspronkelijke taal. Goed stuk trouwens Sharon.

Reageer

Comment: