Sharon Hagenbeek is Watching You!

Jos van Beek: ‘De kunst kan nu ongeremd haar enthousiasme laten zien’

24 november 2008 door Sharon Hagenbeek

Jos van Beek is een kunstenaar bij wie geen bloed, maar verf door de aderen schijnt te stromen. Want tijdens het maken van een schilderij spaart hij bloed, zweet noch tranen. Hij gaat de strijd graag aan, net zo lang tot dat een goed eindresultaat oplevert. Hij is een schilder van nu die met vele jaren ervaring zegt wat – volgens hem – kunstenaarschap is. De daarbij horende kernwoorden als passie, kracht en enthousiasme, weet hij zelf direct terug te vertalen naar zijn werk.

‘Voor een kunstenaar is het erg belangrijk om zich bewust te zijn van zichzelf, om te weten wie je zelf bent.’ Met dat gegeven in het achterhoofd gaat Van Beek dan ook graag de uitdaging aan om te spreken over zichzelf als kunstenaar en over zijn werk. ‘Zelf ben ik vrij direct in wat ik zeg en wat ik doe is ongecompliceerd en liefst zo spontaan mogelijk. Dat geldt ook voor hoe ik werk: Mijn adagio is: teken niet alles ten volle uit, anders wordt het zo statisch. Vormen slechts heel even aanduiden, niet meer dan dat. Soms denk ik dat ik toch nog te ver ga in mijn figuratie. Ik moet mezelf dan tot de orde roepen: ‘nee, terug naar het grote geheel, en naar het directe en dat spontane. Niet gaan zitten pielen op de vierkante centimeter’. Details kunnen heel boeiend zijn in een geheel, maar je moet wel blijven oppassen dat ze niet een geïsoleerd eigen leven gaan leiden. Over het algemeen wil ik herkenbare vormen niet al te veel uitwerken. Er moet iets te raden overblijven.’

Zijn doorzettingsvermogen en kracht zijn heel passend bij zijn manier van werken met kleuren. Zijn werk is een ware beleving van kleuren. Vroeger heeft hij veel met blauw gewerkt en dat is ook nu nog een belangrijke kleur in zijn werk. ‘De kleur blauw staat voor mij vooral voor de koele kracht en de frisse helderheid. Bovendien is het een kleur die ruimte schept.’ Het materiaal dat hem de kleur geeft – de verf – krijgt een goede behandeling van hem. ‘Je moet vooral respect hebben voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van het materiaal waarmee je werkt. Het proces, de omgang met je materialen, moet je voluit kans geven. Verf kan vloeien, uiteenspatten, transparant of pasteus zijn. In verf kun je vegen, krassen,schuiven, enz. Daar probeer ik gebruik van te maken.’

Het is voor hem dus belangrijk dat een kunstenaar zichzelf laat zien, maar dat hoeft niet automatisch te betekenen dat elke kunstenaar moet tonen hoe zwaar zijn kunstenaarschap hem of haar valt. ‘Het beeld van de gekwelde ziel van een kunstenaar, is een romantisch vooroordeel dat nog bij veel mensen schijnt te bestaan. Maar ik ben een gelukkig mens. Dat mag mijn kunst ook uitstralen. Iedereen komt in het leven ook minder vrolijke zaken tegen. Het is tenslotte niet alle dagen feest; maar ik wil wel laten zien wie ik in hoofdzaak ben. Dat moet via mijn werk ook voor anderen zichtbaar zijn. Voor mij geldt : je moet tot het uiterste willen gaan om jezelf bloot te geven in je kunst.’

Hij begrijpt heel goed dat niet iedereen zo makkelijk over het eigen werk vertelt. In zijn vroegere rol als docent in de beeldende kunst heeft hij vaak geprobeerd anderen daarbij te helpen. ‘Onzekerheid durven laten zien kan heel lastig zijn natuurlijk. Maar zelfs als een kunstenaar dat niet met woorden kan of durft te zeggen kun je het toch vaak direct terug zien in het werk. In mijn tijden van lesgeven kwam ik dat vaak tegen. Ook bij de getalenteerde leerlingen. Nog belangrijker is om te zien hoe het staat met de passie, met de gedrevenheid. Heeft iemand er veel voor over om het beste uit zichzelf te willen halen, dan weet je dat het goed gaat komen. Op dat soort kunstenaars – in wording – moeten we heel zuinig zijn, zeker als ze jong zijn.’

Van Beek ziet voor jonge kunstenaars vandaag de dag meer vrijheid dan in zijn begintijd in de jaren zestig en zeventig. Als hij vertelt over zijn vroegere jaren, is wel te merken dat hijzelf ook toen al wel als kunstenaar tot het gaatje wilde gaan voor zijn werk. Dat zat er al heel vroeg in. Toch waren er in de opleiding grote beperkingen: vooral doen wat voorgeschreven was en wat er van je verwacht werd. ‘Vroeger was alles veel meer aan regels gebonden. Overzichtelijker ook wel, daardoor. Dat was niet erg. Voor sommige mensen bood het zelfs een nuttig houvast. Maar het betekende ook een beknotting van je eigenheid, een strenge beperking voor je ontplooiing. Vanaf de jaren vijftig en zestig werd het gezag omver gegooid. Ik heb in de jaren zestig met vele anderen de vrijheid mogen verwerven om te doen wat ik wilde. Gezag is goed, maar het moet van mensen zelf komen en niet van bovenaf opgelegd worden. Nu we die vrijheid hebben verworven moeten we er ook wat mee doen. We mogen, nee, we móeten onszelf optimaal ontplooien. De persoonlijke remmingen moeten dan wel eerst overwonnen worden. Wat kunst en kunstbeoefening betreft helpt het je niet echt als je , als zovelen, uit een gezin komt waar kunst- en cultuur geen enkele rol speelt. Als je bent opgegroeid met de bekende zigeunerin aan de muur als belangrijkste wandversiering, dan heb je wellicht toch een lichte achterstand weg te werken. Dat was bij mij gelukkig niet het geval, en daar prijs ik mij gelukkig mee.’ Maar los van de gekregen opvoeding, speelt ook het land een grote rol. Het grootste compliment dat hem door Russische collega-kunstenaars werd gemaakt in Vitebsk, Wit-Rusland, tijdens de tentoonstelling daar in 2007: “Jij bent zo ontzettend vrij in je werk. Daar zijn wij zo jaloers op”.

Graag ziet Van Beek de passie terug en niet noodzakelijk volgens dat ouderwetse romantische beeld van de gekwelde kunstenaar. Of dat beeld tegenwoordig veranderd is in het beeld van een kunstenaar die er volledig voor gaat, is een vraag die zich niet eenduidig laat beantwoorden, juist ook door de vrijheid van nu. ‘Er is zoveel diversiteit, er zijn zoveel manieren om je denkbeelden en je gevoelens vorm te geven dat uiteindelijk, door hard te werken en keuzes te maken, uit al die mogelijkheden zich dan de kunstenaar destilleert zoals die wil zijn. Ik ben wel blij dat er zoveel veranderd is. Kunst heeft door de eeuwen heen altijd haar eigen weg moeten zoeken en nu kan de kunst ook ongeremd het enthousiasme waarmee gewerkt wordt laten zien.’

Het enthousiasme moedigt hij niet alleen aan, maar hij draagt het ook uit. En enthousiast is hij niet alleen óver zijn werk, maar ook in zijn werk. Hij vertelt dat hij nooit opgeeft, altijd doorgaat en alle mogelijke tegenslagen tijdens het werken op de koop toe neemt. ‘Je weet bij de start van een nieuw doek meestal niet waar het gaat eindigen. Het is een mix van ervaring, avontuur, durf, nieuwsgierigheid, en de wil om een topprestatie te leveren. Ik stop niet tot het eindresultaat goed is. Soms valt alles spontaan op de goede plek, soms sta je dagenlang te ploeteren om tot een goed eindresultaat te komen. Ik probeer er dan niet te veel over na te denken. Ik word er niet somber van of zo, als het niet direct lukt. De volgende dag brengt nieuwe energie en nieuwe mogelijkheden. Die worsteling hoort er ook gewoon bij. Na voltooiing hang ik de werken een tijdje op in mijn huis om er lang en rustig naar te kunnen kijken. Zo ontdek ik dan soms dat het werk nog niet helemaal af is. Uiteindelijk mag een schilderij alleen de deur uit als ik er echt tevreden over ben.’

En dat zo’n worsteling af en toe ook bijzondere werken oplevert, is te concluderen als Van Beek trots een aantal voorbeelden aanhaalt. ‘Ik blijf het gevecht wel in het werk zelf zien, dat hoort erbij, maar het hoeft niet een belangrijk element te zijn van het werk, dus een toeschouwer hoeft dat er niet in te zien.’ Andere keren verloopt het soepeler: ‘Soms ben ik ook in staat om bij wijze van spreken dansend verder te gaan. Dan heb ik muziek op staan – meestal klassieke muziek, of jazz – en dan merk je dat je onbewust op het ritme en het tempo van de muziek aan het schilderen bent.’

De worsteling enthousiast ter harte nemen betekent ook dat hij het zichzelf graag moeilijker maakt. De grotere doeken genieten daarom momenteel zijn voorkeur. ‘Ik werk liever groter. Doeken van 2 x 2 meter bijvoorbeeld. Voor mij levert dat inmiddels meer uitdaging op dan klein werk. Klein heeft over het algemeen voor mij minder spanning. Onregelmatigheden in de compositie vallen veel meer op in een groot doek.’ Van Beek gaat de uitdaging dus volledig aan en zoekt deze ook bewust op. Mede daarom schildert hij al jaren, naast figuratief-abstract, volledig abstract. ‘Abstract schilderen is veel moeilijker dan realistisch schilderen. Schilder je naar de realiteit, dan heb je enig houvast aan het beeld dat je wilt vastleggen. Bij een abstract werk begin je volledig blanco.’

Hij heeft niet altijd abstract geschilderd. In het begin had zijn werk zelfs een sterk surrealistische inslag. Eerst heeft hij zijn ontwikkeling niet zo precies bijgehouden, maar dankzij de hulp van zijn zoon is dat nu veranderd. ‘Mijn zoon – die zelf ook kunstenaar en tevens kunsthistoricus is – helpt me bij het aanleggen van onze privé-collectie. Dat biedt ook een aardige terugblik. Ik heb laatst een tweeluik gemaakt. Dat was intensief werken,en over het resultaat was ik erg tevreden. Mijn vrouw en zoon waren van mening dat ik het niet meer weg moest doen, maar aan de privécollectie moest toevoegen. We hebben toen besloten dat werk niet te verkopen. Precies één dag daarna meldde zich een koper voor dat betreffende doek: de directeur van de kunstacademie in Utrecht. We hebben het schilderij consequent in de eigen collectie gehouden, maar gelukkig is er een ander doek naar Utrecht gegaan. Daar zijn ze er nog steeds ze heel tevreden mee.’

Momenteel is hij weer bezig met een tweeluik. ‘Ik vind het een uitdaging om een tweeluik met twee echt zelfstandige schilderijen te maken. Het door laten lopen van het ene naar het andere werk op zo’n manier dat het niet in de weg zit en het ook geen rare elementen oplevert, vind ik heel interessant.’ Het komend jaar zal hij in het Museum voor Moderne kunst in Moskou exposeren (vanaf 23 februari 2009) en in Sint Petersburg (augustus 2009). Ook daar zal hij vanuit zichzelf enthousiast te zien zijn in al zijn kleuren.

[Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor www.kunstwerkkopen.nl]

Share Share

Interviews

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer