[Dit artikel is oorspronkelijk geschreven voor www.kunstwerkkopen.nl]
Al meer dan 50 jaar is Jan Bakker als kunstenaar actief. Zijn beelden en schilderijen zijn kunstwerken waarbij de details ondergeschikt zijn aan het geheel.
Oorspronkelijk begon Jan Bakker zijn carrière als navel architect. Voor zijn werk reisde hij veel. De reizen gaven hem de mogelijkheid belangrijke indrukken op te doen van andere kunstenaars, zoals Gustav Vigeland en Edvard Munch. Ook nu, op leeftijd reist hij nog regelmatig. Met een gezelschap reist hij af naar allerlei steden om aldaar de architectuur te bekijken. Het moge duidelijk zijn, het ruimtelijke is erg belangrijk voor Jan Bakker. Daarom maakt hij beelden én schilderijen in Spijkenisse. Daar is hij op verschillende manieren betrokken bij de gemeente. Zo maakt hij deel uit van de kunstenaarsgroep Regio Art Rijnmond. Zij hebben hun eigen galerie in Spijkenisse. Ook heeft hij het beeld gemaakt voor de architect van het winnende gebouw van de ‘Dag van de Architectuur’.
Een belangrijke invloed voor hem was Cor Heeck. Hij is twee jaar leerling geweest van Heeck en in totaal heeft Heeck hem zes jaar lesgegeven in zijn privé atelier. Hij geeft aan een heleboel van Heeck geleerd te hebben; met kunst omgaan; naar kunst kijken en erover praten. Iets mooi vinden kan iemand je niet leren, maar de rest wel. Wat men mooi vindt is heel persoonlijk. Daarom weet hij ook niet wie zijn werk zal krijgen. Hij maakt ook kunstwerken in opdracht. Daarbij geldt eveneens dat hij iets probeert overdragen, waarvoor de details minder belangrijk zijn.
Wat de beelden betreft gebruikt hij voornamelijk vijf materialen: staal, brons, cement, gietsteen, perspex. De keuze voor het materiaal vindt plaats tijdens het proces van de realisatie van het beeld, hij werkt niet vanuit het materiaal. Op een gegeven moment weet je met welk materiaal een beeld gemaakt moet worden.
Wel zijn er specifieke series die hij gemaakt heeft, die juist weer vanwege de achterliggende techniek voor een bepaald materiaal bedoeld waren. De vaardigheid bij het ontwerpen is belangrijk voor het beeld. Zo kan een kundig oog de complexiteit van het werk zien. Men maakt een houten model om vervolgens een gegoten beeld op te leveren. Het model zelf wordt helemaal verast. Het voorbereiden van het gieten, het model en het proces dat leidt tot het uiteindelijke beeld in zijn geheel vereisen een goede beheersing en kennis van de techniek. Het kan een werk bijna wiskundig maken. Voor Jan Bakker zijn de techniek en het beeld uiteindelijk belangrijk, niet het materiaal zelf.
Ook kan de keuze voor het gebruikte materiaal bepaald worden door andere factoren. Zo vindt hij voor beelden die in parken komen te staan cortenstaal mooier om te gebruiken.
Ontwerpen bij beelden is leuk. Je kunt experimenteren met ruimtelijkheid, bijvoorbeeld door het creëren van ruimtelijkheid met platte vlakken. Dat wordt heel anders als je op het doek met hetzelfde onderwerp bijvoorbeeld het aanzicht van een haven, te werk gaat. Een schilderij gebruikt meer compositie en kleur voor ruimtelijkheid. Bij beide kunstvormen draait het niet om de details.
De beelden en schilderijen die hij maakt tonen naar eigen zeggen eenzelfde handtekening. Als Bakker mensen uitbeeldt is het vaak meer een suggestie van mensen, dan een volledig gedetailleerde weergaven. Het totaal mag niet onderdoen voor de details. Waar de details bijhoren, daar moeten ze. Een portret kent meer details dan een beeld, maar het principe van: ‘meer hoeft niet, minder kan niet’, blijft. Op een gegeven moment is een werk af. Als je een schilderij constant probeert te verbeteren kan het misschien wel beter worden, maar de spontaniteit eruit. Meer details zijn wel aan te brengen, maar op een gegeven moment komt het moment dat je denkt: nu is het goed, nu moet je ervan afblijven.
Op de vraag of een schilderij meer een gevoelsdaad vertegenwoordigd geeft Bakker aan zelf hier ook al wel over nagedacht te hebben. Zo duidelijk toont zich het verschil tussen de kunstvormen bij de schilderijen die hij maakte van zijn vrouw. Hij heeft nooit beelden van haar gemaakt. Na haar overlijden heeft hij een tijd lang niets gemaakt en toen hij weer aan de slag ging, pakte hij als eerste zijn penceel weer op.
Maar daadwerkelijk een duidelijke patroon in het maken van de keuze tussen het creëren van een beeld of een schilderij, heeft hij niet bij zichzelf kunnen ontdekken. Behalve het meetellen van de winter dan; in de winter ben ik liever binnen bezig dan buiten of in een schuur en dus dan schilder ik meer. Met een knipoog geeft hij te kennen dat het dan weer eens tijd is voor een zelfportret.
Bekijk hier het werk van Jan Bakker op Kunstwerkkopen.nl.
[Dit interview is oorspronkelijk gepubliceerd op www.kunstwerkkkopen.nl]


0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer