Sharon Hagenbeek is Watching You!

Dolph Kessler: ‘Kunstbeurzen en musea zijn dat wat vroeger kerken waren’

12 september 2008 door Sharon Hagenbeek

[Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op www.kunstwerkkopen.nl]

Met de achtergrond van een studie stedenbouwkunde en na een redelijk lange carrière waarin hij onder andere wethouder in Leeuwarden was en studiereizen voor architecten en stedenbouwkundigen organiseerde, maakte Dolph Kessler een omslag. Hij ging zich richten op zijn passie, het fotograferen. Hij volgde een opleiding aan de fotografieacademie, en raakte al snel volledig ingeburgerd in zijn nieuwe vakgebied en ontmoette hij onder andere Gert Jan Zwier. Diens journalistieke reisverslagen werden voorzien van de foto’s van Kessler. ‘Daardoor kwam ik makkelijk in de reisfotografie terecht. Dat is een goede basis. Je krijgt de kans om veel verschillende landschappen te zien en te fotograferen. Een groot bijkomstig voordeel is dat je foto’s ook in een mooi geheel van een verslag afgedrukt worden.’

Naast dit opdrachtwerk is Kessler ook druk bezig met zijn fotoboeken. ‘Ik vind fotoboeken een hele mooie manier om foto’s te presenteren. Mijn allereerste fotoboek heb ik gemaakt op Sicilië tijdens de paasprocessies. De foto’s zijn niet zonder meer een impressie van deze ceremonie, elke foto is op zich bedoeld om de toeschouwer te prikkelen en kan dus ook op zich beschouwd worden. Ik vind het namelijk interessant om foto’s te nemen, waarbij de toeschouwer de foto geprikkeld wordt doordat de mensen op de foto lijken te poseren in opmerkelijke houdingen waardoor het geheel iets lijkt uit te beelden. Het lijkt alsof het geënsceneerd is, maar dat is het niet. Dat is daardoor heel verwarrend en tegelijkertijd heel herkenbaar. Het alledaagse leven krijgt iets raadselachtigs en het is aan de toeschouwer om dat te benoemen. De foto’s roepen op om te vragen: wat zou daar gebeuren? Wat zich daar afspeelt is afhankelijk van de toeschouwer.’

Vanuit de fotoacademie is Kessler in staat geweest om deze eigen stijl te ontwikkelen. ‘De fotoacademie legt juist veel nadruk op de eigen stijl die je moet ontwikkelen dat is de basis geweest van waaruit ik nu verder ga op dit onderwerp. Ik ben documentair fotograaf, met uitstapjes naar de autonome fotografie. Dat autonome is niet meer alleen om het totaal van een beeld en waar dat beeld over gaat; de foto hoeft niet registrerend te zijn, maar is een beeld dat op zichzelf staat en dat prikkelt.’ En die stijl is dan ook al beloond met een prijs bij de PAN L in 2006.

Juist door zijn ervaring met – al dan niet journalistieke – documentaire fotografie is het voor hem ook makkelijker om de fotografie als vak te beschrijven en te zien waar hij zich in dat landschap van de fotografie bevindt.

Ook is in zijn werk de ontwikkeling die hij als fotograaf heeft doorgemaakt goed terug te zien. Zo is zijn focus al aan het verschuiven van dat louter documentaire naar een combinatie daarvan met autonome beelden. Zijn documentaire foto’s zijn autonome beelden die een verhaal lijken vast te leggen. en tegelijkertijd juist alleen maar een opmerkelijke gewaarwording vastleggen – het moment wordt uit de lijn getrokken – en de spanning werkt vervreemdend. Waar hij eerder nog zich voornamelijk verdiepte in landschappen heeft hij zich nu met succes verdiept in een nieuw onderwerp: de dynamiek van de kunstbeurs. Hij zal er rondgelopen hebben en zich verwonderd hebben door de contrasten die de bezoekers vormen tot de verschillende werken die er hingen. ‘De interactie tussen de bezoekers, de galeriehouders en de kunstwerken die er hangen probeer ik in een spannend beeld te vatten. De toeschouwer ziet het beeld en denkt misschien wel dat het ge-photoshopt is. Na een goede bestudering moet men concluderen dat dit geenszins het geval is. Dat maakt de beelden des te prikkelender.’ De herkenbare elementen worden waar mogelijk verminderd ter bevordering van het vervreemdende effect, maar de foto’s worden niet geënsceneerd. De kracht van het alledaagse moment wordt benadrukt, juist omdat het geen alledaagse beelden meer lijken te zijn.

‘Kunstbeurzen en musea zijn dat wat vroeger kerken waren: plaatsen waar het individu zich kan reflecteren terwijl hij of zij opgaat in de massa. De moderne mens kan daar deel nemen aan het grote gebeuren van kunst, net als bij de religie, terwijl ieder nog zijn persoonlijke voorkeur kan ontwikkelen. Ondanks alles blijf je gedeelte van de ‘familie’.’

Kessler werkt nog lang en hard aan deze serie, alvorens hij het afgerond beschouwd. ‘Eind 2009 wil ik de serie afgerond hebben en in een boek bundelen tezamen met begeleidende essays. Ik wil de essays en de foto’s op elkaar laten inwerken.’
‘Er zijn zoveel foto’s gemaakt over zoveel verschillende onderwerpen dat het blijft leuk om een niche op te zoeken en iets te laten zien wat mensen niet op het internet of tussen hun eigen kiekjes kunnen vinden. Mijn foto’s bij reisverslagen zijn daarom wel mooi, maar die vind ik wel minder kunstzinnig. Kunstfoto’s leveren een spannend beeld op waarbij je niet alleen ‘woh, wat mooi’ roept, maar waarbij je geprikkeld wordt en je verder kijkt om te ontdekken hoe het precies in elkaar zit. Details zijn daarbij vaak heel belangrijk, ze kunnen bepalend, verwarrend of verduidelijkend worden. Er zijn documentaire fotografen zoals Jeff Wall die ensceneren, maar ik vind het juist de kunst om dat soort autonome beelden te ontwikkelen juist zonder te ensceneren. Dat is een hele andere invalshoek. Zo is het heel verrassend wat voor beeld je uiteindelijk kunt maken.’

Share Share

Interviews

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer