Sartre (1905-1980) kwam in 1940/41 in aanraking met Sein und Zeit van Heidegger, en zijn L’être et le néant volgde in 1943. Het eerste belangrijk werk na zijn studies over de fenomenologie van Husserl. Hij is de representant van het existentialisme. Zijn verhalen en toneelstukken zijn heel bekend. Hij vond dat we niet moeten gaan vanaf essentie, maar vanaf existentie. De mens schept daarmee zijn eigen leven. Hij heeft een lang en vol leven gehad. In L’être et le néant kenmerkt de mens zich door een bewustzijn van de mens. We hebben weet van wat we doen. Dat bewustzijn stelt je in staat en betekent dat je altijd een bepaalde afstand tot de dingen hebt. Die afstand is een kritische, dat blijkt uit mogelijkheid om vragen te stellen of iets te negeren, negatie, ontkenning. Je ziet dat iemand er niet meer is. De mens gaat er dus niet helemaal op in de positiviteit. De mens kan negatie zijn en dat betekent dat de mens vrij is. Je bent niet louter instinctmatig. De mens is veroordeeld tot zijn vrijheid. Alles wat je doet is een kwestie van keuze. Dan leef je in de authenticiteit. Het is zwaar en vermoeiend om alle keuzes te moeten bekijken. Ontkenen is meer relaxed. Dan leef je in de kwade trouw. Je legt dan de reden bij iets anders, dan ontken je je eigen rol.
De bureaucratie in Frankrijk is een direct gevolg van 1789. De staat heeft het openbare leven zo ingericht dat de klasse van Bourgeoisie de bureaucratische klasse is geworden. Daar heeft Sartre in onze tekst het opgemunt. Het leven van de bourgeoisie is gelijk aan kwade trouw.
In 1960 heeft Sartre zijn politieke filosofie verder uitgewerkt en dit al in tussenliggende jaren te voorschijn gekomen in losse teksten. Veel over het conflict tussen Frankrijk en Algerije, waarbij de martelingen specifieke aandacht krijgen. Dat maakt kleinere geschriften in eens wel weer heel actueel. Mag je martelen voor informatie?
Ook emoties zijn uiteindelijk voorwerp van je keuzes. Wat betekent dat op intermenselijke relaties? Je moet elkaar als vrij persoon herkennen. Daardoor voortdurende strijd om eigen vrijheid. Masochisme of sadisme. Dit heeft hij ingezet in zijn meer politieke en sociale filosofie (met Simone keek en analyseerde hij rechtszaken). Na de tweede wereldoorlog vindt je dit heel sterk terug. Ook dus in de hier besproken tekst van Sartre: Wat is Literatuur?
Wat zegt Sartre over literatuur?
De tekst is uit 1948, het jaar van de rechten van de mens. Noch communisme, noch Amerikaans liberalisme, maar Socialisme. Literatuur moet de werkelijkheid weergeven en schrijvers moeten het werkelijk laten zien. Maar vooral moeten ze bevrijdend werken en dan met name voor de onderdrukte dus die moeten de tekst in. Literatuur staat ten dienste van een beter sociaal klimaat, literatuur is de praxis ten behoeve van een socialistisch Europa. De literatuur is werkelijk een middel voor politieke veranderingen. De schrijver is intellectueel, beoefend ook wetenschap en heeft een taak. Sartre beschouwd de keuzes van de mens als altijd vernieuwend en creatief, dus de schrijver heeft genoeg om mee te werken.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer