Sharon Hagenbeek is Watching You!

Recensie van The Thief of Time

door

Boekbespreking van Andreou, Chrisoula and White, Mark D. (Eds.), The Thief of Time. Philosophical Essays on Procrastination. Oxford UP, Oxford/New York, 2010 24 x 16, XIV-300 p., £ 40. Deze recensie is geschreven voor en verschenen in Tijdschrift voor Filosofie, 4/2015, Universiteit Leuven.

De titel van dit boek is een luchtige referentie aan Terry Pratchetts roman Thief of Time, waarin goddelijke wezens de tijd stil zetten in de hoop dat de mensen dan eindelijk hun papierwerk af weten te krijgen. De auteurs van het onderhavige boek denken niet zoals Pratchett’s goden dat tijd het probleem is, volgens hen is het procrastinatie.

In het merendeel van de bijdragen worden de vruchtbare discussies bedankt die plaatsvonden bij een CSMN workshop (Center for the Study of Mind in Nature, University of Oslo). In het voorwoord vinden we geen verwijzing waaruit blijkt of die bijeenkomsten verantwoordelijk zijn voor dit boek, maar naast de dankbetuigingen wekt ook de eclectische verzameling van auteurs dit vermoeden. Belangrijker is echter dat de interdisciplinaire compilatie een meer empirische kijk op het onderwerp geeft.

Het boek is verdeeld in drie secties. De eerste beslaat analyses van procrastinatie. Vervolgens wordt de relatie tussen procrastinatie, prudentie, en zeden bekeken. Uiteindelijk worden verschillende strategieën om om te gaan met procrastinatie belicht.

De lezer wordt allereerst in diep economische analyses van procrastinatie geworpen; tijd, zo blijkt, is slechts een manier om procrastinatie te meten. Daarna komt een mix van filosofische, sociologische, (moreel) psychologische en ethische benaderingswijzen aan bod. Geen van deze interpretaties onderzoekt onze lastige relatie met de tijd als mogelijke oorzaak van procrastinatie. Over het algemeen wordt procrastinatie gezien als irrationeel gedrag, een zonde, of een gebrek aan deugd. Interessanter is Sarah Strouds filosofische benadering van procrastinatie als wilszwakte – waarbij ze tot de conclusie komt dat het geen wilszwakte is.

Uiteindelijk bereikt dit boek niet de broodnodige definitie van procrastination. Wel weet men het iets meer af te bakenen. Zo laat Olav Gjelsvik zien dat het rationeel kan zijn om iets uit te stellen ten behoeve van iets anders. Als dat zo is, waarom schrijven we het nog steeds toe aan een zonde, gebrek aan deugdelijkheid of wilszwakte? Waarom beschouwen we het dus als een negatief iets? Volgens Gjelsvik moeten we onze negatieve ervaring van procrastinatie toeschrijven aan de onjuistheid (wrongness) van onze winnende voorkeur, en dus niet aan de rationele afweging waardoor we tot de keuze voor die voorkeur komen. We doen in procrastinatie dingen op een later tijdstip dan we zouden (should) moeten doen.

In het derde deel van dit boek vallen twee essays op. Het eerste van Chrisoula Andreou, omdat ze spreekt over het laten vieren van de teugels: leveraging control. Ze geeft als enige een weergave van procrastinatie die verschillende niveaus kan hebben, waar de anderen, zoals gezegd, geneigd zijn om het te behandelen als verschillende vormen van een gebrek aan zelfcontrole. De gangbare Nederlandse vertaling van ‘procrastination’, ‘uitstelgedrag’, is slechts één van de vormen; zelfkwelling, bijvoorbeeld, is een andere vorm die genoemd wordt. De andere auteurs beschouwen het niet als iets dat gebruikt kan worden in bepaalde maten, als in: ‘Ik spendeer altijd 20% van de tijd die ik heb om papers te schrijven op Facebook’. Andreou’s gezichtspunt is realistischer en opent de weg naar vragen die dit boek niet stelt: heeft procrastinatie misschien ook een positieve waarde? Gebruiken we het bijvoorbeeld om het creatieve deel van onze hersens te activeren? En vereist succes altijd dat we een zekere hoeveelheid van procrastinatie toestaan?

Het tweede essay dat opvalt is van Joseph Heath en Joel Anderson. Zij nemen namelijk een heel nieuw standpunt in ten aanzien van procrastinatie. Ze gaan voorbij aan de oorsprongsvraag en hoe het individu ermee om moet gaan, en bespreken de problemen voor de samenleving die voortkomen uit procrastinatie door het individu. Ze hebben het over serieuze problemen; niet over het uitstellen van het terugsturen van wat oude kleding aan een vriend (een bekend voorbeeld van George Akerlof dat meermaals aangehaald wordt in dit boek), maar mensen die hun gezondheid verwaarlozen, hun inkomsten verliezen, en die niets bijdragen aan de gemeenschap. Daarbij is de hoofdvraag: zou een samenleving procrastinatie moeten tegengaan?

Dit boek werkt als een interessante introductie in het denken over een ongewoon onderwerp als procrastinatie, vanwege haar combinatie van empirie met filosofie. Het is niet een volledige weergave van alle ontwikkelingen op dit onderwerp tot nu toe, en het toont voornamelijk aan dat er nog veel werk te verzetten is op dit soort gebieden, maar dat er wel veel winst mee te halen is. Het is tenslotte makkelijk om irrationaliteit en rationaliteit als een zwart/wit kwestie te zien, maar die these is alleen houdbaar als we juist ook concepten als procrastinatie weten te plaatsen aan één kant van die scheidlijn, in plaats van in het onbepaalde grijze gebied. Tot die tijd is dit boek in ieder geval aangename afleiding voor diegenen onder ons die bijvoorbeeld de hele dag Kant lezen.

Boekrecensies · Filosofie

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: