Sharon Hagenbeek is Watching You!

Over Hume en The Standard of Taste

door

David Hume (1711-1776) heeft nauwelijks brood verdiend of een plek aan de universiteit gehad, vanwege zijn kritische sceptische geluiden over het belang van religie. Wel heeft hij veel gereisd (Frankrijk en Italië) in 1743 en na 1763 en kwam hij tijdens zijn reizen langs bij de salons als die van Madame Geoffin. Daar werden discussies gevoerd met mensen zoals onder meer Rousseau.

Hume stelt dat we uit de reden alleen nauwelijks kennis verkrijgen, hooguit logische waarheden (dat wil zeggen ideeën die je kunt verbinden met elkaar of impliceren elkaar, dat kan de ratio bedenken. Bij Kant is dit a priori en bevat het geen moraal. De Wende zum Subject maakt van het subject de oordelende instantie.

Hume staat duidelijk in de Schots/Engelse traditie van zijn tijd en heeft zodoende veel aandacht voor gevoelens. De esthetiek wordt daarmee verbonden met de ethiek. Deze verbinding is niet zo zeer bij de Fransen of in het Christelijk denken aanwezig. Kant maakt deze verbinden ook. Het gaat daarbij echter wel om smaakoordeel.

Hume is van mening dat voor andere kennis ook zintuigen nodig zijn. Van alle indrukken worden kopieën (ideeën) gemaakt. We associëren door middel van prikkels. Contigue & contigent en oorzaak & gevolg zijn ook van dit soort verbanden.

Het maken van deze verbindingen is de belangrijkste geestesactiviteit voor Hume dij hij de imaginatio noemt. De verkregen kennis heeft status van ‘belief‘. Zekere kennis is alleen logica en wiskunde. Een variant van imaginatio is ‘fancy‘, daarbij is de band met de werkelijkheid verloren. Memorie is ook ideeën, de volgorde blijft dan nog wel bewaard.

Cognitieve emoties vinden we in de passies. Die zijn belangrijk ze hebben te maken met handelen van de mens. Zij geven uiteindelijk aan hoe te handelen. “Reason is and ought to be the slave of passions”. Op deze manier is ook ons gevoel voor de moraal verbonden.

In de tekst Of The Standard of Taste zoekt Hume zoals de titel al duidt naar de standaard van onze smaak. In de grotere geheel zijn er heel simpel zoveel smaken, zoveel zinnen en mensen met allerlei verschillende opvattingen, dat je er weinig over kunt zeggen. Toch gebeurd dat wel, zo hebben we de algemene opvattingen zoals over kunst. Als Hume hier over kunst spreekt dan heeft hij het over literatuur. Is er dan een soort standaard? Ja, de delicacy of imaginatio en de gepaste gevoelens oftewel de proper sentiments, dus het oordeel van de kenner.

Typisch voor verlichting is de criticus. Het kritische is nog rationeler dan Hume aanvankelijk dacht. Het bevat de overtuiging dat je een soort van objectiviteit kan bewerken of kan leren.

Smaak gaat over schoonheid en lelijkheid, over esthetische categorieën. In tegenstelling tot oordelen in de wetenschap is de standaard is niet te vinden in iets feitelijks. De smaak van de proevende persoon is hoogst subjectief.

Zoals gezegd spreekt Hume hier over literatuur en Milton is zijn key-figure. Een probleem is dat de beweging naar subjectiviteit leidt tot een vastloper. Beauty is in the eye of the beholder. Maar daar kunnen we het niet bij laten. Er is namelijk ook een overeenstemming. De standaard kunnen we niet in de rede alleen vinden. We moeten vertrekken vanuit een ervaring van behagen of plezier. Dit is te divers en te algemeen, het is niet grijpbaar in objectiviteit. Dat doen we door te kijken naar wat mensen zeggen en oordelen. Als we zeggen dat Milton mooie gedichten schreef, zit daar al iets algemeens in dat oordeel.

Het moet gaan om proper sentiment. Deze ambigue formulering van Hume, betekent dat het oordeel ook aangepast aan object moet zijn. Proper is hier een delicacy of imagination, en dus een vermogen van het subject. En tegelijkertijd is er ook sprake van een meer essentieel stuk: het is ook de aard van het object. Die natuur maakt of geeft toch bepaalde juistheid (dit is ook formule van Adam Smith over moraal overigens). Er moet verschil gemaakt worden tussen de reeds verfijnde mens en de mens die nog regels nodig hebben. Verfijning is aan te leren, de oefening baart kunst. Opvoeding is ook heel belangrijk. Met de juiste achtergrond is er sprake van een subject met objectieve eigenschappen. De standaard is dus de kunstkenner, die weet wat de gepaste gevoelens tot de kunst zijn. De goed criticus is echter een zeldzaam verschijnsel.

Anders dan Plato redeneert Hume niet vanuit de censuur, maar bij hem is het oordeel in het individu gelegen. Er is een grotere afstand tot datgene waar het kunstwerk over gaat en het oordeel zelf is verbonden met gevoelens en verbeelding. Ook ligt er nadruk op plezier of behagen van schoonheid dat wij ervaren.

Filosofie

 
 
 

1 reactie tot nu toe ↓

  • 1 c.s.schagen // 2 nov 2011 at 12:52

    Bedankt voor het artikeltje. Maar wat een slordigheden in stijl en spelling !
    Desinteresse of haast ?

Reageer

Comment: