Het werk van Longinus – Over het Verhevene – is gericht aan Terentianus[1]. Caecilius was niet een bevredigend lezer, publiek of toehoorder omdat deze zich niet gegrepen en omhoog gevoerd voelde worden door de literatuur. Longinus leeft in de eerste eeuw na Christus. De overgebleven tekst is maar zestig procent en we weten ook niet wie de auteur is. De twaalfde eeuw na Christus werd deze tekst weer veel gelezen vanwege Franse Renaissance. De belangrijkste opmerkingen van Kamerbeek die deze tekst onderzocht is dat dit het eerste schrift uit de oudheid is waarbij het echt om literatuur gaat, niet om het ethische. Dat het er een aanstekelijk enthousiasme naar voren wordt gebracht, een enthousiasme voor de literatuur.
Longinus’ reflectie over literatuur is wezenlijk verschillend van die van Plato en Aristoteles doordat zij veel meer individualistisch is. Tevens is zijn reflectie verschillend omdat zij ook een emotionele benadering bevat. Plato zag de literatuur als middel voor het beïnvloeden van de burgers tot brave en plichtsgetrouwe burgers omwille van de staat. Aristoteles zag de literatuur als middel voor de moreel-ethische opvoeding. Voor Aristoteles zijn de moreel-ethische opvattingen zelfs beslissend voor de analyse van de tragedie. Hij heeft weinig aandacht voor de schoonheid van de taal, het ritmische en het melodische. Het gaat hem dus om de moreel-ethische inhoud. Longinus daarentegen zag hoe de taal van de literatuur de lezer helpt bij de verheffing van de individuele ziel. Hij kent de literatuur daarmee niet eens een verplichte functie toe tot het dienen van het algemeen belang binnen een staat of het opvoeden van een individu in moeilijke moreel-ethische kwesties. Longinus erkent de werking van de literatuur die de schoonheid van de alledaagse gewone zaken toont aan de individuele lezer, omwille van de geestelijke en emotionele staat van die individuele lezer.
Volgens Longinus is literatuur met haar taal in staat om de ziel van de mens te ‘verheffen’ naar het sublieme, ‘het verhevene’. In zijn tekst geeft hij aan hoe literatuur dit kan doen. Een uitvoerig besproken voorbeeld wordt het gedicht van Sappho – Liefdeswaanzin. De dichter is gericht op extase, niet op realisme of aanschouwelijk maken. Hij geeft een uitleg en betoog al vroeg in tekst als hij het heeft over Sappho. De selectie en combinatie tot eenheid van de meest markante trekken is wat een gedicht sterk maakt en zo is het gedicht van Sappho geschreven. Het heeft precies de werking van de verbeelding. Het wezenlijke der dingen wordt eruit halen. De woorden helpen de lezer omhoog! De toehoorders wordt het voor de ogen getoverd. Dit is een van vele voorbeelden, maar wel een voorname omdat het zo goed laat zien waar het om draait; de literatuur gaat om de verheffing van de ziel. De verbeelding van het wezenlijke grote speelt dan mee bij het begrijpen de betekenis van een woord. Die voorstelling wordt door de literatuur gemaakt van de emoties. Deze verheffing van de ziel stelt de lezer in staat om gewone en echte zaken te kunnen achten als grote, wezenlijke en waardevolle zaken. Het wezenlijke uit een tekst halen is dus de werking van de verbeelding van de lezer, wat gestimuleerd wordt door de schrijver en hoe deze te werk gaat. De schrijver kan dit proces in de tekst bewerkstelligen door middel van het maken van een selectie en het combineren tot een eenheid van de meest markante trekken. Hiervoor kan de schrijver gebruik maken van vijf grootste bronnen voor de verheffing van de ziel, te weten: grootste gedachten, sterke pathos, de verbeelding (hier gebruikt wordt het Griekse woord phantasia), het gebruik van stijlfiguren, de nobele dictie en de metaforiek, de compositie en harmonie. De verbeelding wordt hier weergegeven alsof een soort voorstelling meespeelt bij het begrijpen van de betekenis van een woord. De literatuur maakt de voorstellingen van de emoties. De stijlfiguren moeten verhuld zijn, anders wekken ze wantrouwen en verontwaarding. Metaforen zijn goed om te gebruiken, het stapelen van metaforen is helemaal positief. Als goed voorbeeld gebruikt hij Plato als dichter. De compositie en harmonie zijn belangrijk en om weer te geven waarom deze belangrijk zijn hij gebruikt hierbij expres de verwijzing naar muziek: fluit & citer. Compositie is te vinden in harmonieuze zinnen.
[1] Een culturele Romein en een publiek figuur waar verder weinig over bekend is. De voorkeur is dus uitgegaan naar iemand die zich echt kon verheffen dan naar een meer bekend figuur.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer