Sharon Hagenbeek is Watching You!

Kierkegaards Enten-Eller oproep tot genieten

24 augustus 2009 door Sharon Hagenbeek

Kierkegaard is zijn tijd vooruit met zijn boek Of/Of, nog steeds is het onderwerp en Kierkegaards visie zeer actueel. In dat boek zet hij op prachtige wijze de esthetische en de ethische levenswijze of keuze tegenover elkaar.

De estheet heeft een hekel aan het saaie leven, die wil het leven in al haar pracht wil beleven, degene die een kunstwerk maakt van zijn leven; Johannes de verleider die maakt een kunstwerk van zijn eigen leven. Hij doet denken aan Don Juan, en de estheet (A) uit het eerste deel spreekt ook over Don Giovanni, de opera van Mozart als het Kunstwerk. A beschrijft de drie stadia van de esthetiek: Allereerst is er de ontwaking van het zinnelijke dat leidt tot een melancholische stemming. De begeerte is dan nog niet ontwaakt, die komt tot leven in het tweede stadium. In het eerste stadium vallen het object en de begeerte nog ineen, in het tweede stadium is het onderscheidt tussen het object en de begeerte in een dialectische beweging. Het derde stadium is tenslotte het hoogste stadium waarin we de opera Don Giovanni moeten plaatsen. De begeerte is dan absoluut en leidt uiteindelijk ook tot de ondergang van Don Juan. A stelt dat Don Juan geen existentie heeft, de personificatie in de opera zou ook moeilijk zijn zonder stem. A wil namelijk uitleggen dat Don Juan niet in morele categorieën of in existentie bestaat: hij is geen persoon, hij is de stem der zinnelijkheid. Hij verdwijnt uit de tijd. Muziek is daarom ook zo uitmuntend: het is een tijdsmoment. De onmiddellijkheid staat tegenover de reflectie. Bij Don Juan is de liefde uit de zinnen, niet uit de geest. Pas in het ethische stadium gaat het bewustzijn een rol spelen.

Het stuk over Don Juan is echt een beroemd stuk uit dit boek. Don Juan is de ultieme genotzoeker, en tegelijkertijd is er de opera die vooral de kunstvorm is om het gevoel van Don Juan in uit te drukken. Hij omschrijft hoe knap hij de opera vindt, de muziek past zo goed. Don Juan is een soort natuurgeweld op het gebied van de erotiek. A noemt hem ook a-moreel, hij leeft niet volgens het moraal. Don Juan wordt dus uitgelegd als alleen maar onmiddellijk vanuit zijn impulsen te reageren. Don Juan heeft vrouwen nodig als brood, en hij zou vrouwen tekort doen als hij daar niet aan tegemoet zou komen. Daarom noemt de filosoof Cohen hem wel een moreel persoon. Een interessante hedendaagse vergelijking is te vinden in American Psycho. Daarin is de hoofdpersoon, Patrick Batman, estheet op een zelfde wijze als de estheet van Kierkegaard. Hij omschrijft zichzelf als een leegomhulsel, dat zegt A ook over zichzelf: ik ben leeg, ik ben er niet. Het leven, de handeling daarin is het kunstwerk, niet zijn inhoud.

Het tweede deel bestaat uit twee brieven en een preek. De rechter, de hoofdpersoon van het tweede deel, is niets voor niets rechter, hij is conservatief en beschouwd een morele invulling van leven als juist. Rechter Willem (B) wijst kunst enerzijds af en anderzijds probeert hij het op te nemen in het ethische stadium in het tweede deel. Daar spreekt hij over een evenwicht tussen het esthetische en ethische. Zo wordt de romantische liefde, het erotische, opgenomen in het huwelijk. B handhaaft dus het schone van het leven.

De vraag is wat is ironisch bedoeld? Kierkegaard heeft heel veel boeken aangeboden met wat hij noemt ‘de linkerhand’ en ook heel veel boeken geschreven met ‘de rechterhand’. Al die boeken met de rechterhand zijn geschreven onder eigen naam. De boeken van de linkerhand vereisen eigen interpretatie en wat is Kierkegaard zelf. Je kunt Of/Of zo als roman lezen. In een van zijn dagboeken schrijft hij over Of/Of dat het hele boek kan worden samengevat in de eerste en de laatste van diapsalmata:

Wat is een dichter? Een ongelukkige, die in zijn hart diepe smarten verbergt, maar wiens lippen zo zijn gevormd dat zuchten en jammerkreten, wanneer die over ze uitstromen, klinken als schone muziek. Het vergaat hem als de ongelukkigen die in de os van Phalaris* langzaam door een zacht vuur werden gepijnigd, hun kreten konden niet tot het oor van de tiran doordringen om hem vrees in te boezemen, voor hem klonken ze als zoete muziek. En de mensen verdringen zich rond de dichter en zeggen tot hem: zing weldra weer, dat wil zeggen, moge nieuw lijden uw ziel folteren, en mogen uw lippen zo gevormd blijven als tevoren; want uw smartenkreten zouden ons alleen maar angst aanjagen, maar die muziek, die is lieflijk. En de recensenten treden naderbij en zeggen: heel goed, zo moet het zijn naar de regelen der esthetiek. Nu, dat spreekt vanzelf, een recensent lijk ook sprekend op een dichter, alleen kent hij niet die zielensmarten, heeft hij niet die muziek op zijn lippen. Zie, daarom wil ik liever varkenshoeder zijn op Amagerbro** en worden verstaan door de varkens dan dichter zijn en worden misverstaan door mensen.

*Phalaris, tiran in Agrigentum op Sicilie, 6e eeuw voor Chr., had een holle bronzen stier, waarin hij gevangen stoofde (Lucianus Phalaris I II)

**Ten zuidoosten van Kopenhagen ligt, met de stad door bruggen verbonden, een eiland ter grootte van Noord-Beveland: Amager, de moestuin van de hoofdstad. Amagerbro is het deel van het eiland dat vlak voor de stad ligt.

Iets wonderbaarlijks is mij overkomen. Ik werd opgetrokken in de zevende hemel.* Daar zaten alle goden in vergadering bijeen. Als bijzondere genade werd mij de gunst verleend een wens te doen. ‘Wil je’, zie Mercurius, ‘wil je jeugd, of schoonheid, of macht, of een lang leven, of het mooiste meisje dat er is, of iets anders van al het heerlijks uit ons assortiment, doe je keus, maar het mag maar één ding zijn.’ Ik was even van mijn stuk gebracht, maar vervolgens sprak ik de goden als volgt toe:: Hooggeëerde tijdgenoten, ik kies één ding: altijd de lachers op mijn hand te hebben. Geen van de goden gaf me  ook maar iets ten antwoord, daarentegen begonnen ze allemaal te lachen. Daaruit maakte ik op dat mijn wens in vervulling was gegaan, en ik vond dat de goden zich met smaak wisten uit te drukken; het zou immers niet passend zijn geweest in volle ernst te antwoorden: dat is je vergund.

*Cf.2 Corinthe 12:2

Bron: vertaling Of/Of, Jan Marquart Scholtz, Boom, Amsterdam, 2007.
Het moge duidelijk zijn, Kierkegaard was een echte schrijver en met de literatuur probeert hij zijn filosofische ideeën te verwerken, hij neemt het ervan, hij schrijft esthetisch en denkt tegelijkertijd ethisch. De titel van Of/Of is een verwijzing naar de keuze die men heeft. Het gaat niet over de keuze tussen het esthetische of ethische. Hij wijst aan het einde van het boek in Het Ultimatum nog een derde weg aan: de religieuze.

Kierkegaard stond over het algemeen niet negatief over kunst. Hij geeft het een theologische lading hij zegt over de kunst en de religie dat je het belangrijkste ervan zelf moet toe-eigenen. Geloof is pro me, voor mij, het moet worden toegeëigend. Het wordt pas waarheid als het waarheid voor mij is (zie einde Of/Of). B noemt de kunst ook als uitdrukking van het leven, dat wil hij zelf ook, en dan moet je het leven ook kunstwerk noemen. Het kunstwerk moet werkzaam zijn, het moet een betekenis krijgen in je leven. Bij B zie je de ontwikkeling van zijn visie op kunst; kunst moet wat betekenen voor mensen. Daarmee is hij een voorloper op hedendaagse kunst en diens ideeën, performativiteit bij de toeschouwer en de kunstenaar.

Onterecht werd het boek door de vroegere filosofen gelezen alsof de ethische punten van Rechter Willem, dat het Kierkegaard is. Vandaag de dag staan de levensgenieters ook vaak genoeg tegenover de ethici. Esthetica, kunstfilosofie, heeft veel aan vooral het eerste gedeelte van het boek. Daarin spreekt A over het esthetische als breder dan alleen maar de kunst. Helaas zijn Kierkegaards eigen ideeën over deze twee standpunten niet direct duidelijk te zien, want hij schrijft de twee visies onder pseudoniemen die brieven aan elkaar schrijven. Het is dus belangrijk dat niet uit het oog te verliezen en tevens de titel goed in gedachten te houden.

De heersende tijdsgeest met de sterk kerkelijke gevormde religie, probeerde Kierkegaard met dit boek te bevechten: religie is een deel van het mens zijn, en men moet het schone leven, het leven van de mens in al haar pracht, leiden!

Vraag jezelf, en blijf jezelf vragen, tot je het antwoord vindt; want men kan een ding vele malen hebben herkend en hebben erkend, men kan een ding vele malen hebben gewild en hebben beproefd, en toch, pas de diepe innerlijke bewogenheid, pas de onbeschrijfelijke ontroering van je hart, pas die overtuigt je ervan dat de kennis die je deelachtig bent geworden je ook toebehoort, dat geen macht je die kan afnemen; want alleen die waarheid die opbouwt is waarheid voor jou.

Share Share

Boekrecensies · Filosofie · Samenvattingen

2 reacties tot nu toe ↓

  • 1 Mari Stoel // 4 Jun 2010 at 15:08

    Een heel mooie samenvatting. Met jou permissie gebruik ik er een paar zinnen uit. Ik schrijf nu over mijn werk of mijn houding tegenover de beeldende kunst, in verhouding tot het OF/OF van Kierkegaard. Ik begin er steeds meer van te begrijpen. Kierkegaard kan een leermeester voor het leven zijn, zo eentje die je nooit ontmoet maar je wel af en toe schrijft.

  • 2 Sharon Hagenbeek // 4 Jun 2010 at 15:16

    Hoi Mari,

    Ja hoor.

Reageer