Sharon Hagenbeek is Watching You!

Ruud Welten: ‘Ik ben tegen de reductie van Sartre’

15 mei 2009 door Sharon Hagenbeek

Een authentieke filosoof die in staat is om veel van de menselijke persoonlijkheid ruimte te geven binnen zijn filosofie. Dat is niet alleen de omschrijving van Sartre of een ander Franse existentialist, het is ook de omschrijving voor Ruud Welten. Ook hij gebruikt het leven, zijn eigen ervaring ermee en zijn contact met anderen erin, om zijn filosofie fijn te slijpen van de ruwe diamant tot een echt juweeltje.

Zijn laatste juweeltje is het boek Zinvol Geweld uit 2006. Het is een prachtige existentialistische analyse van het geweld van nu als ‘de boemerangs van ons eigen geweld’, gesteund door een weergave van de filosofie van Sartre, Merleau-Ponty en Camus. Met dat boek wijst Welten ons op het belang van de vraag in hoeverre onze cultuur zelf onvermijdelijk haar tegendeel creëert. ‘Bush’ uitspraak ‘Either your with us or your with the terrorists’ getuigt van dezelfde houding als die van het Franse regime tegen Algerije. Dat heb ik proberen te laten zien. Er is een bepaalde blindheid waarbij je het model hanteert waarin je het goede nastreeft en waarbij als je er niet op let daar ook het kwaad in kan sluipen. Vaak gaan dat soort modellen die uit van een scheiding tussen goed en kwaad en daarbij zijn wij goed en zijn zij kwaad.’

Het resultaat waar deze analyse om vraagt is dat we onszelf niet alleen moeten vrijwaren van die manier van denken, we moeten zelfs onszelf er tegen beschermen. De tijd van Sartre leert dat ons. ‘De analyse van Sartre laat vrij scherp zien dat wanneer wij ons bedreigd voelen en ons overtuigd voelen van ons eigen goed dat wij als gevolg proberen te waarborgen, het kwaad veel eerder van binnenuit komt in plaats van dat het conflicteert met het oorspronkelijke goed. En dat was heel erg het geval bij de Algerije strijd en dat is de parallel die opgaat in de strijd van Bush tegen Irak en het terrorisme. Zijn uitspraken zijn illustraties van wat Sartre zei over het Franse Regime – Bush deed een beroep op broederschap, maar hij deed dat op een gewelddadige manier.  Het is niet een broederschap van dialoog en verschillen, nee als je tegen hen bent dan ben je hun vijand. Terwijl 11 september juist ook is gebeurd als resultaat dat soort denken, maar dat wordt niet gezien. Sartre doet een hele mooie scherpe uitspraak in het bekende voorwoord van Frantz Fanon’s Les damnés de la terre, hij zegt daar dat ‘het geweld terugkomt als een boemerang’. Dat is ook het geval voor Twin Towers geweest. Maar je moet er wel mee oppassen, je kunt het niet zonder meer zo toepassen en zeggen ‘zie je wel, ze hebben het gedaan’. Het gaat om een zekere blindheid die er zeker bij de Bush-regering wel was. Nu is er wel veel veranderd. Het gaat Sartre om het bewust worden van die blindheid. Bush heeft het dan ook moeilijker gekregen omdat de critici zich meer bewust zijn geworden van die blindheid.’

Het is een waar spel van tegendelen, maar zoals gezegd komt die analyse niet uit niets voort. Tijdenlang is Welten bezig met zijn reflecties en dan kristalliseren zijn ideeën tot scherpe analyses en accurate weergaves van de geschiedenis, van de filosofie en van nu. Dat is ook voor Zinvol Geweld het geval geweest. ‘Ik was bezig met Sartre en ik stuitte op zijn gedachten over terrorisme in zijn tijd en dat bleek de angel in zijn enorme ruzie met Camus te zijn. Dat vond ik heel interessant om uit te diepen, maar eigenlijk gewoon als historicus. Wat is er nou precies gebeurd?’

Een veel omstreden bezoek van Sartre aan een van de eerste leiders van de RAF (Rote Armee Fraktion), Andreas Baader in 1974 is hierbij een beginpunt geweest voor Welten. ‘Ik vond het fascinerend: daar gaat een filosoof in gesprek met een terrorist. Dat is een mooi uitgangspunt en ik heb duidelijk proberen weer te geven wat er is gebeurd. Ik heb niet geprobeerd om in het algemeen een filosofische benadering van terrorisme te geven, dan moet je heel anders te werk gaan. Dan waren er veel meer filosofen te bespreken geweest. Ik heb van binnenuit Sartre’s visie gaan kijken en dan kom je al snel bij de noodzaak om Merlau-Ponty en Camus erbij te betrekken.’

Hij is zich bewust van het verschil tussen toen en nu. ‘Ik denk niet dat het linkse op die manier terugkomt. Het tijdsbeeld was heel anders. Links was in de jaren vijftig en zestig het gedachtegoed van de meerderheid van de studenten. Het was niet zozeer politiek, als wel kritisch. Het geeft de middelen om te laten zien dat de maatschappij niet klopt. Dat is in feiten een modernistisch uitgangspunt. Het is zien dat het niet goed gaat en dan met een alternatief komen. Net als Freud, Husserl en Marx, dat zijn denkers die willen doen. Dat model is heel erg in de verdrukking gekomen niet zozeer het politieke links, maar dat komt omdat de politieke situatie waar het politieke links toen op reageerde er nu gewoon niet meer is. De Amerikaanse rassenstrijd in die jaren is min of meer opgelost. Wat er nu nog gebeurt zijn excessen die buiten de wet vallen die je kunt aanpakken. Toen was er echt een hevige rassenstrijd. Op die manier heeft links in die tijd wel zijn werk gedaan.’

Existentialisme vandaag de dag is niet hetzelfde als het linkse denken van toen en het is ook weer meer in trek. Welten heeft wel een idee waardoor dat komt, zo wordt duidelijk als hij vervolgt. Daarvoor geeft hij een scherp onderscheid tussen het linkse en het existentialistische gedachtegoed. ‘Je hebt links en je hebt existentialisme. De meeste existentialisten waren inderdaad destijds communisten, maar er was ook een grote groep Christenen. Je kunt het niet zonder meer gelijk stellen met een bepaalde politieke overtuiging. Existentialisme hoeft niet per se links te zijn. Het is maar net hoe je het leest. Ik denk wel dat linkse politiek een andere vorm moet krijgen. Het existentialisme kan nu wel voor het eerst sinds lange tijd een belangrijke bijdrage leveren. Dat heeft vooral te maken met het feit dat wij met Balkenende nadrukkelijk ‘normen en waarden’ zijn gaan nastreven. Sartre leert ons zeker dat die oproep juist de mogelijkheid van ethiek eerder ondergraaft dan dat het haar steunt. Daarom denk ik dat het existentialisme toch een update zou moeten krijgen. De situatie waarin het existentialisme ontstond is niet meer de onze. En de vroegere situatie heeft geleidt tot bijvoorbeeld de koude oorlog waarbij het ging om de vraag ‘waar sta je? Ben je een brave of een brutale?’. Die dichotomieën bestaan niet meer. Het heeft geen zin om die weer op te halen. Ik vind het interessanter om te bekijken wat het existentialisme voor ons kan betekenen.’

Dat gezegd hebbende proost hij op het existentialisme en begint hij met uit te leggen hoe zijn ideeën en visies ontstaan en hoe hij die combineert met de realiteit. En dat betekent niet dat het per se allemaal over de persoonlijke sfeer gaat; nee, de existentialist van nu ziet nog steeds het problematische onderscheid tussen de persoonlijke en de publieke sfeer. ‘Ik werk heel veel met mensen uit de overheid, topbankiers of ex-topbankiers. Die komen met hele existentiële vragen. Ik vind dat heel erg boeiend. En je merkt dat authenticiteit een begrip is dat meer aandacht krijgt. Als je het woord authenticiteit gaat zoeken, daar wordt niet zoveel over gezegd. Zelfs Sartre is er vrij negatief over, het begrip komt wel voor in zijn L’être et le néant. Het is toch een van zijn thema’s. Ikzelf ben sinds kort aan het schrijven over authenticiteit. Zoals wel meer van mijn thema’s ben ik erbij gekomen doordat ik met een filosoof die erover schrijft bezig was. Ik ben eerst gepromoveerd op Levinas. Vanuit daar ben ik bezig gegaan met fenomenologie. Toen ben ik mij gaan verdiepen in Husserl, die vind ik nog steeds een belangrijk en groot denker. Gaandeweg ben ik Sartre meer gaan waarderen, helaas wel tegen de stroom in. In Nederland is het niet zoals in Amerika, Frankrijk of Engeland, bij ons moet je altijd uitleggen waarom je met Sartre bezig bent. Wat het tegen heeft is dat het een soort cultus was. Daar word je enorm op afgerekend. Het is heel belangrijk om filosofen als reagerend op elkaar te zien. Maar dat kan ook doorslaan en zo wordt Sartre gezien als een regelrechte kopie van Heidegger.’

Het is gemakkelijk om gelijk te vervallen in een discussie over Sartre simpelweg Heidegger heeft nageaapt, maar voorbij dat tegen te spreken is het veel interessanter te kijken naar wat Sartre nog meer biedt. Met zijn exemplarische voorbeelden, direct uit het café genomen, gebruikt Sartre Heidegger’s visie. Maar hij keert deze blik naar buiten in plaats van naar binnen. ‘Als gezegd wordt dat Sartre Heidegger beter begrijpt dan dat Heidegger dat zelf deed, dan ben ik het daarmee eens. Sartre moet je lezen als literatuur en je hoeft niet te zeggen dat het geen filosofie is. Je kunt het lezen als Proust, als een voortdurende zelfreflectie. Als je dat probeert samen te vatten dan stuit je op problemen. Er zitten wel wat valkuilen in de vergelijking tussen Sartre en Heidegger. Het is waar dat Sartre begrippen overneemt, maar als je kijkt hoe hij ze gebruikt dan zie je dat het totaal anders is. Een goed voorbeeld hiervan wordt duidelijk bij Heidegger’ Was ist Metaphysik?. Sartre verwijst er naar in L’être et le néant, maar die uitleg toont temeer dat hij er een andere interpretatie op nahield. Want precies waar Heidegger zegt dat het niets niet via de negatie te begrijpen is, lijkt Sartre die interpretatie over te nemen, maar uiteindelijk druist zijn hele idee van het le néant regelrecht in tegen wat Heidegger daar zegt. En dat néant is wel de kern van wat Sartre uiteindelijk gaat doen.’

Bij Sartre aangekomen trok Welten een ware beerput open. Zoals de meesten wel weten had Sartre bepaald niet stil gezeten tijdens zijn leven. Zo maakte Sartre met velen ruzie, ook met Camus. ‘Die ruzies die hij heeft zijn heel interessant om naar te kijken. Ze zijn heel principieel. Ook zijn relaties zijn heel gecompliceerd. Er valt wat voor te zeggen dat hij een slechte filosoof is. Hij is heel slordig. L’être et le néant is heel problematisch. Hij probeert daarin een fenomenologie of een ontologie te schrijven, terwijl hij is op dat moment helemaal in de ban van Husserl en Heidegger. Hij spreekt dus hun taal, maar wat hij in feite aan het schrijven is – als je hem goed leest – is een pure dialectiek. Wat bij Husserl en Heidegger niet mogelijk is. Het hele idee van Husserl van ‘het bewustzijn is een bewustzijn van iets’ dat wordt bij hem de conclusie dat het betekent dat het ik niets is, dat het dus leeg is, dat het een pour-soi is dat het tegenover het en-soi staat. Het en-soi wordt dialectisch uitgespeeld. Als  je dat niet ziet, gebeuren er rare dingen in dat boek. Hij spreekt de taal die eigenlijk niet past bij het gene wat hij aan het doen is. Dat heeft hij zelf ook zo gezegd. Ik heb ook geworsteld met zijn Critique de la raison dialectique. Het is langdradig, want hij schrijft maar door. Qua dat feit is Critique de la raison dialectique eigenlijk veel zuiverder van methode, omdat hij daar zelf doorheeft wat hij aan het doen is.’

Om je te kunnen doordringen van de impact van Sartre’s denken, is het noodzakelijk Sartre duidelijk in het vizier te krijgen. Ook Welten heeft dat uitvoerig gedaan. Hij kwam tot ogenschijnlijk onoorbare conclusies die later bij een tweede blik nog niet eens zo vreemd zijn, het is zelfs verhelderend. ‘Ik heb in ‘Jean-Paul Sartre. Fenomenologie van het Niets’[1] geschreven over Sartre en waarom hij geen fenomenoloog is. Dat is een beetje raar. In zekere zin is hij de fenomenoloog bij uitstek, maar niet op de manier waarop dat van hem verwacht wordt. Hij is namelijk fenomenoloog in de zin van de directe waarneming, daarin is hij echt meesterlijk. Dat is het grootste aan L’être et le néant: hij zit ergens in een café, met zijn slechte zicht kon hij niet verder kijken dan vijf meter, al zijn voorbeelden vinden plaats direct aan zijn tafeltje in het café. Maar methodisch gebeuren er in feite hele rare dingen in L’être et le néant. Dan is Heidegger als fenomenoloog veel zuiverder, veel beter te volgen.’

Er zijn redenen genoeg om Sartre zelf aan een onderzoek te onderwerpen. Al snel blijkt dat het veel levendiger, nuttiger en praktischer wordt.’Het wordt ook ethischer. Heidegger heeft altijd gezegd dat hij geen ethiek wil bedrijven. Maar in feite is dat wel wat Sartre doet. En hij kan ook niet anders. Want hij gaat ervan uit dat het bewustzijn handelen is, een handelen in de wereld. Dat is ook heel interessant als je authenticiteit via Sartre bekijkt. Want je kunt niet ergens diep in jezelf keren en ontdekken wie je bent, dat kun je alleen ontdekken door om te gaan met andere mensen. Daarin is hij heel groots.’

Met het oog op die ethische kant is het een goede leestip om Pour une morale de l’ambiguïté, van Simone de Beauvoir te lezen om een beter begrip van Sartre’s denken te kweken is. ‘Zij had vreselijk goed door wat Sartre deed. Dat is de beste tekst om L’être et le néant te begrijpen. Wat hem tegenstond is een mensbeeld te scheppen, waar hij toch altijd op uitkwam. Zij geeft aan dat het juist die ambiguïteit is die deze filosofie zo waardevol maakt: we kunnen niet zeggen de mens in wezen dit of dat is. Sartre wil daar altijd onderuit proberen te komen. Het feit is dat je een pour-soi bent, dat je geen identiteit hebt, dat je alleen maar een identiteit kunt aannemen, dat je alleen maar kunt doen alsof je en-soi bent en dat je alleen maar in een rol kunt zitten. Dat betekent dat het project van authenticiteit gedoemd is te mislukken, maar dat betekent niet dat het niet zinvol is om het na te streven. Maar het zal je nooit lukken. En dat ziet zij al heel goed in die vroege teksten. Zijzelf verlaat erom de filosofie en gaat in het vervolg autobiografisch schrijven. Dat is de enige manier om het op een exemplarische wijze duidelijk te maken. Als je dat project bij haar hebt gezien en je gaat weer terug naar Sartre, dan kun je Sartre op een andere manier lezen. Wat hij zelf ook later zegt over zijn vroegere filosofische werken L’Imagination, Esquisse d’une théorie des émotions en L’être et le néant, is dat het in feiten manieren zijn om zichzelf te kunnen begrijpen, hij zoekt manieren om zichzelf staand in de wereld te begrijpen. De energie waarmee hij schrijft daarbij is heel belangrijk voor hem. Het gaat om die stroom, die stream of consiousness die hij niet beschrijft, maar die hij is.’

Voor Welten heeft zijn lezing van Sartre en Beauvoir hem genoeg opgeleverd. Zoals hij zelf al aangaf is hij momenteel aan het schrijven over het begrip authenticiteit. ‘Dat is een heel belangrijk begrip aan het worden, niet voor mij alleen. En dus moeten we er kritisch naar kijken. Sartre gebruikt het niet vaak, maar wel is voor hem wel de inhoud van het woord heel belangrijk. Het moet ethisch en niet moralistisch, worden ingevuld. Bij Levinas vind je heel sterk de gedachte dat ethiek gebaseerd is op de relatie tot de andere mens. Bij Sartre is die ethiek in eerste instantie gebaseerd op jezelf. Hoe sta je er zelf in, is daarbij de vraag. Authenticiteit heeft veel te maken met Sartre’s mauvaise foi (kwade trouw). Dat is in onze maatschappij gelijk aan de manier om onze verantwoordelijkheden af te kopen. Daar krijgen we veel mogelijkheden voor. Jammer genoeg zijn we dan in feiten aan het liegen tegen onszelf.’

Sartre analyseerde zijn mauvaise foi (kwade trouw) uitvoerig en beschreef die in voorbeelden met behulp van zijn existentiële psychoanalyse. Het lijkt als onderdeel van zijn theorie onvermijdelijk te zijn. Maar dat is nog niet het einde van de authenticiteit. ‘Ik denk dat daarmee niet het begrip authenticiteit overboord gegooid hoeft te worden. Je kunt het namelijk niet verankeren in een diepere zelf, maar je kunt het wel verankeren in een trouw aan jezelf. Dat zie je bij Sartre eigenlijk alleen in zijn L’existentialisme est un humanisme. Daarin roept hij mensen op om zich uit te spreken. Wanneer je vindt dat je vegetariër, dan heb je ook de plicht om andere daar op aan te spreken, net zo als voor de oorlog in Irak. Wat betekent het anders als je dat vindt.’

Het begrip authenticiteit weet Welten te nuanceren op zo’n manier dat de relevantie voor nu gelijk duidelijk en onontkoombaar is. ‘Over het algemeen interpreteert men dit begrip volgens twee uiterste. Of het betekent dat je goed naar jezelf moet kijken, een inkeer dus en dan is het heel belangrijk en bestaat het wel. Of men beschouwd het als volslagen betekenisloos. Dat is een post-modernistisch of hermeneutisch benadering waarbij men zich altijd in de wereld en met andere mensen bevindt. Met Sartre kun je zeggen dat beide interpretaties ontoereikend zijn om te begrijpen wat het nu daadwerkelijk is. Zoals gezegd kun je het niet verankeren in het zelf, dat kan fenomenologisch niet. Dat kan wel moreel, in de trouw aan jezelf. Nu zijn recente ontwikkelingen in de Philosophy of mind die dezelfde kant op gaan. Dan is er niet zoiets als jezelf, er is dan alleen een interactie. Maar dat betekent wel dat je verantwoordelijk bent voor die interactie zelf met de wereld. En die verantwoordelijkheid is je authenticiteit. En dat is een overeenkomst met Levinas. De verantwoordelijkheid is niet een moralistisch maar een existentieel begrip. Het heeft te maken met wie jij bent. En dat is waarom ik vind dat Balkenende de ethiek onmogelijk maakt. Hij steunt de ethiek niet, hij predikt normen en waarden. Net zoals bij het conservatisme wordt er in feiten gezegd: ‘Doe maar zoals de groep doet en denk er vooral maar niet te veel over na. Je hebt nu eenmaal zo te doen, want je komt uit die groep’. En Sartre staat ervoor dat men de eigen positie daarin moet bepalen. En dat betekent dat je een kritisch denkend wezen bent. In feite is dat heel Kantiaans: het idee van de sapre aude (vrij vertaald als: durf te denken). Het is niet zozeer een liberaal uitgangspunt, dat niets te maken heeft met dat jij jouw eigen plek moet vinden. Maar dat je op basis daarvan een maatschappij kunt bouwen waar iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid kent.’

Je eigen verantwoordelijkheid nemen, dat klinkt als een vervelende iets met lastige complicatie. Maar waarom we deze interpretatie van het begrip authenticiteit toch moeten nastreven, weet Welten goed te verwoorden. ‘Het uitdragen van de verantwoordelijkheid maakt er wel deel van uit. Authenticiteit is zonder verantwoordelijkheid niet mogelijk. Je kunt niet authentiek zijn zonder dat je er verantwoordelijkheid voor bent. Je kunt niet de excuusjes aankomen van ‘het komt door mijn jeugd, doordat ik dit of dat heb meegemaakt’. Het betekent dat je jouw positie moet bepalen en dat hoeft niet te betekenen dat je afstand neemt van die jeugd of dat voorval. Je kunt het niet in de handen van de ander leggen, maar je kunt de ander ook niet negeren. Je bent altijd degene die je ziet door de ogen van de ander. Dat ziet Sartre ook en bij hem krijgt het een negatief beeld: de ander ontneemt mij mijn vrijheid. Het is de blik van de ander die mij doet blozen. Ik ben niet alleen maar een en-soi ik ben ook een pour-soi. Je moet authenticiteit vooral als een kritisch begrip gebruiken, niet als het cliché van ‘lekker jezelf zijn’. Het moet de zelfreflectie veronderstellen!’

Terugkomend op Beauvoir’s visie, onthult zij een nieuwe kant van het begrip authenticiteit. ‘Sartre zelf is nogal een zwart-witdenker. Beauvoir verheldert het begrip en dat vind ik enorm vruchtbaar. Daarin is  authenticiteit namelijk onmogelijk en onvermijdelijk. Je zult er onvermijdelijk naar moeten streven, maar het is ook onmogelijk. Je kunt niet een van de twee kiezen, zo van ‘als het onmogelijk is dan hoef ik het niet te doen’. Het is die ambiguïteit die hoort bij het streven naar de authenticiteit. Authenticiteit is niet het kloppende hart in onze ziel, zoals het vaak wordt verondersteld. Het kan zich juist pas ontwikkelen in interactie met anderen. Het is een responsief begrip. Met de authenticiteit is het de vraag wat verstandig is om te zijn? Is het beter om te luisteren? Je maakt het jezelf soms heel erg moeilijk. Maar het verondersteld toch een zeker positief iets. Ergens zit daar een spoor naar het goede, waar je bij Sartre heel moeilijk bij komt. Daar heeft Sartre helemaal niets mee. Het speelt in zijn Cahiers pour une morale speelt het wel een rol, maar hij komt er niet uit. Hij vindt het een heel verdacht begrip. Het toont ons een heel Sarteriaanse vraag: op welk moment lieg je tegen jezelf?’

Dat als criterium genomen is de ander heel belangrijk en vaak ook niet de meest behulpzame partij. ‘Je kunt een ander er alleen op wijzen. Dat is ook een existentialistisch punt. Je kunt bij jezelf kijken, je wijst niet naar de ander en zegt ‘jij moet existentialistischer worden’. Het gaat er niet waar het toe leidt. Het gaat erom waar jij daarin staat. Bijvoorbeeld dat als jij vindt dat je moet trouwen als jij een relatie hebt, dan vindt jij dat alle mensen zo in die situatie moeten handelen. En als men dan roept dat je respect moet hebben voor alle andere mensen, wat betekent dat dan? Betekent dat dat je onverschillig moet zijn? Als men bijvoorbeeld trouwt in de kerk, dan hoort dat bij het geloof. Dan vind je ook dat andere dat ook moeten doen. Als je dat niet vindt, dan lieg je tegen jezelf en dan ben je niet trouw aan jezelf. Want waarom trouw jij dan? Je kunt immers niet iets doen vanuit een overtuiging en die overtuiging tegenover een ander niet hebben. En het gaat er niet om dat je al die mensen plots moet overtuigen. Het begint bij de manier waarop jij in je leven staat, dat is het met authenticiteit. Je kunt niet voortdurend schitteren, wat wij heel erg in onze maatschappij doen, terwijl we ondertussen voortdurend roepen om overal respect voor te hebben. Wat is het voor iets raars om respect voor dingen te hebben die je uit eigen overtuiging wel of niet doet, dan lieg je tegen jezelf.’

Het is niet makkelijk voor de meeste mensen om het begrip dan nog te gebruiken. ‘Sartre laat ook zien is dat in onze maatschappij het ontlopen van je verantwoordelijkheden zelfs wordt toegejuicht. Maar zo moet je een filosoof niet lezen. Daar heb ik zelf een hekel aan: een filosoof lezen en dan anderen uitleggen dat hij het heel goed of helemaal niet heeft begrepen. Het is veel nuttiger en interessanter om de vraag te stellen ‘hoe kan dit denken of bepaalde delen ervan mij verder helpen?’. Dan kan de filosofie je verder helpen. Anders blijf je steken in één visie. Er moeten dingen tussen haakjes gezet worden,  om Husserl’s woorden te gebruiken. De eigen visie moet tussen haakjes gezet worden. Wil je dingen begrijpen dan moet je er niet nog meer theorieën tegen aan moeten gooien. Ik ben tegen de reductie van Sartre, daar heeft men geen baat bij.’

Meer over Ruud Welten is te lezen op zijn blog: http://ruudwelten.blogspot.com/


[1] In: Ciano Aydin (red.), De vele gezichten van de fenomenologie.

Share Share

Filosofie · Interviews

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer