Charles Taylor komt uit Canada en doceerde aan Cambridge. Zoals aangegeven in het voorwoord, hij is zelf religieus en zodoende dat de vraag ook bij hem gekomen is. Qua status paste hij er wel, maar qua filosofie niet. Taylor werd bekend met Sources of the Self – making of the modern identity – 1988. In dat boek onderzoekt hij identiteitsvorming van en de identiteitsvormende krachten op onze ‘ik’. Wie ben ik als modern subject? Wat geeft oriëntatie in het leven? Wat zijn de morele bronnen die mij vorming geven? A Secular Age kan als het werk volgend op dat boek gezien worden.
De vraag naar identiteit is verbonden met de noties van het goeden. We bevinden ons in onze morele horizon (moral framework, onderscheid goed/kwaad), daarbinnen lokaliseren wij onszelf. Die horizon is gegeven, cultureel bepaald. Als je niet aan de standaard voldoet dan is er sprake van benevolance. De standaard zijn de mensenrechten. De horizon is dus het collectief. Taylor onderzoekt hoe die horizon begrepen kan worden. En zo ook hoe onze westerse morele moderne horizon tot stand is gekomen.
Er zijn drie delen in Sources of the Self die belangrijk zijn voor A Secular Age:
- Inwardness
- Affirmation of ordinary life
- The voice of nature
1. Inwardness: in jezelf vind je het verlangen naar God. Centraal figuur hierbij is Descartes, terwijl we het juist niet bij hem vinden. Bij hem vindt je dat verlangen binnenin het denken, oftewel in de rationaliteit. Bij Augustinus was dat verlangen nog omhoog gericht. Sinds Descartes is inwardness gelijk genomen met rationaliteit. De rationaliteit is deel van onze morele horizon. Vanuit het denken vind je dus de rede van waaruit je weer de wereld kan kennen. Hierdoor is er sprake van een afstand tot de wereld, een disengaged reason. Hij prijst niet het verleden, hij is positief over de modernisering: de rationalisering geeft winst. De morele bronnen hebben wel een negatieve mogelijkheid. Instrumentalisme is een verschijnsel dat bij rationalisering optreedt (Verlichting). Bij puur instrumentalisme is de wereld en/of zijn de anderen instrument(en) om doelen te bereiken.
2. Affirmation of ordinary life: het gaat niet om contemplatieve leven, maar om actieve leven. In de moderniteit heeft het actieve leven meer nadruk gekregen in plaats van het contemplatieve leven. Een echt mens werkt niet, die beschouwt de dingen. Werken moet gewild worden, dat is al sinds de middeleeuwen zo. In de moderne tijd echter is werken alles.
Vocatio – Christelijke traditie: roeping: uit het leven geroepen en klooster in. Luther stelde dit juist andersom: werk is de heilige roeping. Heiligheid wordt geplaatst binnen het actieve/alledaagse leven (Luther). We gaan werken aan verbetering van het alledaagse leven. Taylor: wij vinden het goed als je iets doet om het concrete leven beter te maken. Zo zit er ook achter de techniek een bepaalde morele inspiratie. De discussie moet weer gaan over die oorspronkelijke morele inspiratie. Daar kunnen we ook de techniek aan verbinden. Achter de techniek zit de morele aspiratie.
3. Voice of Nature: mensen willen zichzelf verstaan als opgenomen in een bepaalde orde die wij van binnenuit kunnen ervaren. Dit is romantisch denken, hypersubjectiviteit en het is instinctief. Ook is dit schematisch gekoppeld aan de inwardness, maar het heeft wel een aparte natuur: de mens wil zichzelf verstaan, iets dat de mens overstijgt, wat de mens wel zelf kan verstaan. Hierbij vinden we ook authenticiteit: jij bent degene die je eigen oriëntatie in de wereld vindt: wij willen graag onszelf zijn. Een negatieve door-ontwikkeling hiervan is de culture of self, het narcisme.
Dit zijn de conflicten. Aan deze drie elementen gaat een joods-christelijke traditie vooraf. De moderne mens is opgedeeld in delen die niet makkelijk te verbinden zijn. Rationalisme geeft geen zin aan het leven. De romanticus is op zoek naar vervulling en die kan juist niet gevonden worden in het rationalisme. We hebben niet de tijd en de vrijheid om te kijken wie we nu eigenlijk zijn. We zijn constant conflicten aan het uitoefenen.
De secularisatie these is al wel te vinden in de Sources of the Self. De conflicten bestaan in voorafgaand intrigerend Christelijk kader en verliest intrigerend karakter en wordt conflictueus (dit bespreekt Taylor tegen het einde van dat boek).
De mens komt tot rijpere ontvouwing in de loop van de geschiedenis. Hier is sprake van een suggestie van moraal en geschiedenis ontwikkeling op Hegeliaanse wijze. Doordat de mens(heid) zich ontwikkelt en daardoor ontwikkelt het idee van het subject.
De geschiedenis is niet zo speculatief, maar spreekt over het subject. Daarom in hoofdstuk 1: moral framework (dat is een handelstheorie).
We stapelen onszelf als modern mens. De moderne tijd is seculier, maar wat is dit? In eerste instantie komt stamt het begrip af van het Latijnse woord: seculum dat wereld/tijd (wereldtijd) betekent. In de late middeleeuwen werd het als juridisch begrip gebruikt en gedefinieerd als het ontvreemden van geld van de kerk en het toewijzen aan de staat en het proces van de priesteres die een werelds bestaan leiden en dus uittraden. Het begrip heeft pas veel later belang gekregen voor sociologische processen met de rol van de religie in de samenleving. Weber gebruikt dit begrip niet, maar spreekt over onttovering. De wereldgeschiedenis ontwikkelt zich in een aantal fases.
In de secularisatiegedachte is er spraken van verschillende fases: van mythisch (Comte en Weber), naar de metafysische/religieuze fase en uiteindelijk naar het positieve stadium. In dat laatste houdt men zich aan de feiten en de regels van de ratio; er bestaat geen diepere betekenis. Het ontwikkelingsproces waarin de mens uiteindelijk komt tot een waarlijke verhouding tot de wereld. Bij Weber vinden we het mythische deels gerationaliseerd in de religie (alles gecentreerd in 1 god, hoogste wezen), maar wel bij een pas voltrokken onttovering. Anders dan bij Comte is er bij Weber ook een verlies erachter: Sinverluft.
Dit beeld met drie fasen wordt als het standaard paradigma gezien in de sociologie. Taylor noemt dit de substraction theorie: het is immers een aftreksom: je haalt het dubbele er vanaf. Dat is volgens Taylor veels te simpel. Peter Berger zette secularisatie-ideeën op papier. De-secularisatie (+/- 1990). Sociologische wet belichaamt door westerse wereld, raar. Dit klopt niet bij Amerika. Dit is niet gemakkelijk te bekritiseren, er is wel degelijk een fundamentele verandering in westerse samenleving. Die verandering probeert Taylor anders uit te leggen, in zijn eigen termen.
Rond 1500 was iedereen vanzelfsprekend religieus, dat is nu wel anders. Religie is nu een keuze: wil je het zijn? Het is vanzelfsprekender om areligieus te zijn. Religie moet je verantwoorden. Het is vanzelfsprekender om te stellen dat er niets is dat dit leven overschrijdt. Er is sprake van pluralisme. De tendens religie is mogelijk, maar dat moet je dan dus wel uitleggen. Daarvoor is het nodig om te definiëren wat je verstaat onder het begrip secularisatie. Daarom gaat Taylor ook eerst dit begrip definiëren. Secularisatie heeft nu ook nog verschillende betekenissen. Ten eerste betekent secularisatie het terugtreden van religie uit het publieke domein en de ontkoppeling van religie en politiek: niet meer democratisch vastgestelde wet die beroep op God mogelijk maakt (institutionele betekenis). Ten tweede heeft secularisatie de betekenis in de afname van geloofspraxis. Kerkbezoekers en hun bezoeken in het belang van geloof is daarbij privé. Er zijn grote verschillen tussen landen. In de EU is er sprake van zeer diverse ontwikkelingen – er is geen eenduidig beeld van bij de EU te verkrijgen. Tenslotte duidt het begrip secularisatie ook op de conditions of belief. Daarbij zijn is geloof dus een keuze binnen onze horizon. Daardoor veel aandacht voor praxis en de dagelijkse ervaring. De praxis is de concrete ervaringen van mensen – de levenservaring waarbinnen zich deze ervaring zich voltrekt.
Taylor wil bestuderen hoe het zover is gekomen dat religie een keuze is die je moet verantwoorden binnen de derde betekenis (zie p.3). Hij zet zich af tegen een platte seculariseringthese, namelijk dat overal waar wetenschap opkomt, de religie zich terugtrekt (p.4). Dit vindt plaats in de praxis.
Wat is het goede in een geseculariseerde samenleving? De vraag nu is dus: wat is het goede en hoe kunnen we dat bereiken? Vroeger was religie hiervoor ons vehikel. Toen ging het goede samen met religie. We hebben dus een morele/existentiële oriëntatie op een goed leven, daarvoor moeten we kijken naar de seculariteit om het goede te begrijpen (p.5). Waar is dat goede nu dan wel? Het goede verondersteld iets buiten ons of iets religieus/humanistisch: het goede ligt in het menselijk zijn zelf besloten. Tussen deze twee opties wordt gekozen bij aanvang van elk debat over het goede. Culturele dominantie van wel of niet geloven maakt niet uit. In de ene samenleving wel en in de andere niet, hoe dan ook: de vanzelfsprekendheid is gebroken en daar gaat het om. Is religie noodzakelijk om naar die seculiere tred te komen? Taylor vindt het verlies van religie niet seculier, het seculiere is juist de breuk.
Het nova-effect wat Taylor noemt is het uitdijen van de religieuze opties. Elke provincie heeft zich zijn naïviteit verloren, bewust niet-gelovig buitensluiten is een bewuste keuze. We moeten dus kiezen – eigenlijk maken we die keuze vaak niet bewust. Er zijn ons bij de keuze drie opties geboden:
- humanistische/immanente positie: we autonomie of vervulling zoeken (dit is de meest markante thematiek die hij aan de orde stelt)
- religieuze positie: we zoeken de genade van God
- anti-humanitsiche positie: de mens wordt niet getrokken door het goede, maar de mens wordt gedreven door natuurlijke krachten (Freud, Nietzsche: Wille zur Macht)
Een centraal begrip hierbij wordt background (p.13). Rond 1500 was de background duidelijk en vanzelfsprekend, nu zijn er dus meerdere opties. Taylor stelt dat er niet zo zeer een verschuiving van een dubbele wereld naar een enkele wereld is, maar dat er van een soort mono-wereld naar een pluralistisch wereldbeeld geschoven is. De verschillende posities verliezen hun vanzelfsprekendheid, zodra er meer dan één positie is. Dan ziet men dat deze positie zichzelf tot iets verhoudt, het is niet zomaar gegeven. Dus er bestaat een moment van keuze.
De opbouw van A Secular Age is als volgt. Deel 1 gaat over afbrokkelen Christendom, Deel 2 gaat over opkomst alternatief: Christendom & exclusive humanism en Deel 3 gaat over meerdere alternatieven.
Bij twee alternatieven moeten mensen kiezen. Als dat eenmaal zo is, dan krijg je meerdere opties. Van 1 naar 2 is het turning point. Ook binnen de veelheid blijft het Christendom – Exclusief Humanisme een belangrijk debat.
Taylor omschrijft drie claims ten aanzien van het exclusief humanisme (p.259). De eerste behelst de alledaagse heiligheid in de modern World order. Mensen worden fatsoenlijk en beheerst. De standaard voor de gewone man gaat omhoog en voor de heiligen omlaag. De goddelijke steun om een moreel mens te zijn is ook steeds minder nodig en de volledige Christelijke genadeleer wordt overbodig gemaakt. Wat het betekent om een moreel mens te zijn veranderd dus. Het idee van goddelijke transformatie verliest aan kracht, want er wordt gedacht ‘we kunnen het ook zelf’. Dit zorgt ervoor dat exclusief humanisme een optie wordt. Daarbij schiet het orthodoxe Christendom eigenlijk tekort (p.262). Dat is een op zichzelf afgeroepen kritiek van en door het Christendom. Enkele geloofsstukken worden bovendien problematisch in verband met het nieuwe mensbeeld: zondigheid, predestinatie en het idee dat slechts enkelen goed worden. Religie wordt steeds verder gedefinieerd door middel van negatieve termen. Het wordt vastgepind op de radicale verschijnselen. Zo wordt het debat tussen exclusief humanisme en religie binnen een bepaald framework gezet. De tweede claim is dat je kunt niet terug naar een andere religie, want het Christendom is de enige religie. Als men hetzelfde zou kunnen met andere middelen vormt het exclusief humanisme in dat geval een bedreiging. Het had niet anders kunnen zijn. Tenslotte gaat de derde claim over de situatie waarin beiden tegenover elkaar staan. Ze definiëren zichzelf in elkaars termen. Daardoor ontstaat de vraag naar het alternatief. En beiden zijn hun alleenrecht kwijt en beiden definiëren zichzelf dus als tegenstander van de andere positie (p.269).
Zie ook mijn begeleidende noties voor:
Op 11 mei hield de Canadese filosoof Charles Taylor een lezing aan de Universiteit Utrecht, getiteld “Master Narratives of Secularity”.

1 reactie tot nu toe ↓
1 Daniel Schotman // 21 Jan 2009 at 13:22
Beste Sharon,
Ik vond je beschrijving van Taylor erg duidelijk. Ik kijk er naar uit om A Seculiar Age te lezen. De Bronnen Van Het Zelf was fantastisch en inspirerend boek. Wel erg Hegeliaans, soms heb ik het gevoel….Taylor legt aan de hand van de Intellectuele geschiedenis uit hoe wij vorm geven aan onze eigen indentiteit, terwijl Hegel dit juist op een abstact niveau laat zien in de Fenomenologie Van De Geest. Maar voor de man die zo’n goede biografie heeft geschreven over Hegel valt dit te verwachten.
Reageer