Sharon Hagenbeek is Watching You!

Het ontstaan van de Falāsifa

door

In de westerse historische discipline die de Arabische of Islamitische filosofie onderzoekt bestaat er een tweedeling over hoe deze filosofische periode te bestempelen, als Arabische of Islamitische filosofie. Om dit gedachtegoed ‘Islamitisch’ te noemen, betekent het te reduceren tot een filosofie van religie en als we het ‘Arabisch’ noemen worden belangrijke stromingen, denkers en vertalers buitengesloten.

De Falāsifa (Arabisch voor: filosofie, en wordt ook wel falsafa genoemd, dat is de Arabische Aristotelische en neoplatonistische filosofie) begint kort na de oprichting van de Islam in 622 tot in de vroege middeleeuwen, maar allereerst is het noodzakelijk om de context van deze filosofie te omschrijven. In het westerse denken bestaan namelijk de nodige misvattingen over het leven van toen. Wanneer we spreken over de Griekse wereld was die niet sec Griekstalig, net zo min als dat voor de Arabische wereld het geval is. Het is een interculturele samenleving. Zo reist men op en neer rond de middellandse zee. Ook zijn er allerlei religies en talen die naast elkaar bestaan. Niet alle Arabische filosofen waren moslim en zij schreven ook niet allemaal in de Arabische taal.

De context
De 9e eeuw was een tijd waarin de wetenschap bloeide, overal rondom de middellandse zee werd het volop bedreven. Het was een komen en gaan van verschillende culturen en talen. De dominantie van de Grieken en de Romeinen in de regio is niet van de een op de andere dag verloren geraakt. Het meest van belang is dan ook om goed in het oog te houden dat er geen sprake is van een directe breuk tussen het Griekse denken en het daaropvolgende Arabische of Islamitische denken.

In de hoogtij dagen van Athene was kwamen filosofen uit alle uithoeken van het mediterrane gebied. Nadat keizer Justinus in 529 de laatste platonische school laat sluiten, de filosofen moesten vluchten en gingen naar allerlei uithoeken rondom de Middellandse Zee, maar zij kwamen weer bij elkaar in nieuwe steden waar ze wel academische vrijheid genoten, zoals aan het Perzische hof. Ook in Alexandria concentreerde zich een groep filosofen, daar incorporeerde men het Christelijke denken beter waardoor het werd getolereerd binnen de Romeinse beschaving. Wanneer in 641 moslimlegers onder leiding van generaal ’Amr ibn al-‘As Alexandria veroveren, wordt ook de bibliotheek van Alexandria vernietigd. Terwijl het Romeinse rijk valt, wordt de fakkel langzaam maar zeker overgenomen door de Arabische wereld.

Sedert het begin en lang daarna is er veel verwevenheid met het Islamitische geloof en de Patriarchische filosofie. Tegelijkertijd betreft het ideeën die voortborduren op de Griekse filosofie en die worden niet noodzakelijk in het Arabisch geschreven zijn (zo vinden bijvoorbeeld ook in Syrië belangwekkende ontwikkelingen plaats). De Byzantijnse, Joods-christelijke en Islamitische vertalers zorgde ervoor dat veel teksten over logica, fysica, geneeskunde en ethiek uiteindelijk een Arabische versie kregen. We zijn de Arabische vertalers zelfs het nodige verschuldigd voor onze kennis van die filosofen en hun werk.

Een vertaalslag
Het vertalen, incorporeren en verbeteren van het werk van denkers als Aristoteles, Plato, Proclus, Plotinus, en vele anderen heeft ertoe geleid dat er tot ver in de middeleeuwen er nog misvattingen bestonden over de oorsprong van bepaalde teksten. Zo werd lange tijd verondersteld dat het boek Liber de Causis geschreven was door Aristoteles, tot Thomas van Aquino in de dertiende eeuw ontdekte dat het daadwerkelijk Proclus’ Elements of Theology betrof. Al die tijd was de Arabische tekst, die in het Latijn was vertaald door Gerard van Cremora in de twaalfde eeuw, aan gezien voor het werk van Aristoteles en niet voor het werk van de Neo-Platoonse Proclus. Hierbij zien we gelijk een belangrijk element in deze filosofie: de vermenging van het aristotelische en platonische denken. Tezamen vormen deze stromingen een van de fundamenten van het Islamitische denken. Meermaals worden het Aristotelisme en (Neo-)Platonisme te werk gesteld ten behoeve van het religieuze denken, daarom worden ze gretig vertaald in de Arabische wereld.

Lang voordat er filosofen in de Arabische wereld opstaan begint het vertalingproces. Langzaam maar zeker wordt er meer vertaald vanuit het Grieks (al dan niet met een omweg in het Syrisch) naar het Arabisch. Een echte katalysator vinden we in het mecenaat van Abū Ja’far Abdullāh al-Mā’mūn ibn Harūn (813-833), de belangrijkste ‘Abbāsid kalief. Naast Griekse teksten over de gebruikelijke onderwerpen als medicijnen en astrologie, laat hij ook veel filosofische teksten vertalen. Meer en meer begint men de teksten niet alleen te vertalen, maar ook te verbeteren en te becommentariëren. Yahia b. al-Britīq (geboren in 775) is de eerste die vertalingen gaat maken van echte filosofische teksten. Ook hij werd gesteund door Al-Mā’mūn. De ‘Abbāsid kalief, Al-Mā’mūn, richt zelfs al in 830 het Bait al-Hikmah (Huis der Wijsheid) op. Het Bait al-Hikmah is vanaf dien het officiële instituut voor vertaling en onderzoek, geheel compleet met een eigen bibliotheek.

De ingeslagen weg is definitief, het zal echter nog ruim twee eeuwen duren alvorens de echte Falāsifa daadwerkelijk aanvangt. Daarbij zal zij steun krijgen uit een onverwachte hoek: de Islam heeft haar nodig om de Qoer’ān (Koran) goed te begrijpen. Het is zodoende onmogelijk om een goed begrip te krijgen van de Falāsifa terwijl de Islam buiten beschouwing wordt gelaten.

De invloed Islam
In 622 Mohammed (+/-570-632) van Mekka (zijn geboortestad) reist naar Yathrib (het latere Medina, dat is Arabisch voor: stad van de profeet). Deze reis heet in het Arabisch hidjra en zal later als het begin van de Islamitische jaartelling gaan gelden. In 610 heeft Mohammed dan al openbaringen van God mogen ontvangen via de engel Gabriël. In de jaren daarna zal hij nog meer van deze openbaringen krijgen die hij later zal opschrijven in de Qoer’ān.

Volgens de Islam is het Arabisch de taal die God gekozen heeft om te praten met de mens. Daarom heeft het Arabisch een absoluut en transcendentaal karakter. Qoer’ān is het Arabische woord voor oplezing of voordracht. Volgens het Islamitische gedachtegoed zijn het de letterlijke woorden van God. Het is daarom niet mogelijk om de Koran te vertalen, want dat zou interpretatie betekenen. De woorden van God zijn heilig en daarom niet door zijn onderdaan de mens te interpreteren. Elke vertaling van de Qoer’ān is dan ook slechts een interpretatie. Met zijn opschrijving is de Islam als religie definitief gevestigd. In het Arabisch betekent Islam ‘onderwerping of overgave aan God’. In de eeuwen die volgen op het ontstaan van de Islam zal de Arabische filosofie veel ruimte krijgen, omdat zij de theologie onderbouwd en bekritiseerd. Uiteindelijk is het tenslotte van belang God’s woorden juist te interpreteren.

Kalām
Kalām (letterlijk: goddelijke woord, tegenwoordig: de Islamitische theologie) is zo heilig dat de moslimse geleerden in de periode na het ontstaan van het Islamitische geloof probeerden morele wetten en het recht af te leiden van de heilige tekst. Zo ontstond als gevolg van de Islam de disciplines van het lezen, de exegeses en de jurisprudentie, want het moest duidelijk worden wat precies de tekst van de Qoer’ān is en betekent. In de twee eeuwen die volgden werd ook grammatica en retorica ontwikkelt als studie. De scholastische theologie die toen ontstond wordt nu Kalām genoemd. Uiteindelijk werd de tekst van de Qoer’ān vastgesteld gedurende de regeerperiode van de derde kalief, Uthmān (644-656), en ter eren van hem wordt de geautoriseerde versie van de Qoer’ān sindsdien de ‘Mushaf Uthmān’ genoemd.

De Mu‘tazilieten worden gezien als de mensen die leven volgens de traditie. Hun studie van de teksten van de Qoer’ān werd daardoor gezien als conservatief. Het werd onvermijdelijk dat hun benadering primair kon blijven. Er ontstonden discussies over in hoeverre de teksten metaforisch en antropomorfisch geïnterpreteerd moesten worden. Naast de Mu’tazlitische traditie ontstond uiteindelijk ook het Ash‘arisme. Al-Ash’arī (gestorven in 935) was een hervormer die het orthodoxe gedachtegoed probeerde te verdedigen, juist door het gebruik van de Griekse ideeën.

In de tijd dat de Falāsifa opkomt zijn er dus al theologische scholen die veel gezag hebben. Toch heeft de Falāsifa haar ontstaan dus ook te danken aan die scholen, want nu was er een school met veel behoefte aan Griekse teksten. Het vertalingproces, dat reeds in de zesde eeuw begon, groeit nu niet alleen, ook wordt er meer en meer meegewerkt. Wanneer we deze ontstaansgeschiedenis in het achterhoofd houden, zullen we bij het bestuderen van de Arabische en zelfs Islamitische denkers, moeten we concluderen dat zij behoorlijk veel vrijheid genieten en af en toe behoorlijk kritisch tegenover de Islam staan. Langzaam maar zeker zal de Islamitische filosofie de intermediair tussen vroeg en laat westerse filosofie worden.


Deze tekst is geschreven met behulp van de volgende boeken:

  • A History of Islamic Philosophy, Majid Fakhry, 2004, Columbia University Press
  • The Cambridge Companion to Arabic Philosophy, edited by Peter Adamson & Richard C. Taylor, 2005, Cambridge University Press

Filosofie · Samenvattingen

 
 
 

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer

Comment: