Sharon Hagenbeek is Watching You!

Fictie als geschiedenis

4 maart 2009 door Sharon Hagenbeek

Toen Lucifer van Connie Palmen twee jaar geleden uitkwam, deed het flink wat stof opwaaien. In die roman beschrijft Palmen het leven van een componist en de dood van diens vrouw. Het verhaal van de componist in kwestie, Lucas Loos, verwijst naar het leven van de  werkelijk bestaande componist Peter Schat, zoals ook genoemd wordt in het nawoord. Ook heeft het boek de klassieke opzet in vijf bedrijven, samen met de titel een verwijzing naar Lucifer van Van den Vondel.

De vrouw van Lucas, Clara, ondergaat op vakantie een illustere dood die leidt tot veel speculaties omtrent de toedracht. ‘Was het wel een ongeluk?’ vraagt iedereen zich af, onder andere een gezelschap van extravagante vrienden van de componist. Het vertellende personage is de biografe die vierentwintig jaar na dato het relaas van de gebeurtenissen gaat onderzoeken – en zelf ook tot deze kringen behoort.

De vraag of Lucas Clara’s Lucifer is en haar dus heeft omgebracht, blijft onbeantwoord – uiteindelijk kan niemand vertellen wat er precies heeft plaatsgevonden die dag. Maar daarmee hoeft de lezer niet onbevredigd achter te blijven na het lezen van dit boek.  Wie daadwerkelijk schuld heeft is misschien een onbeantwoordbare vraag, maar waar in dit boek mee gespeeld wordt is de discussie of een biografie als werkelijkheid of fictie moet worden gezien.

Het is in dezen niet het vraagstuk van de discussie -of er een moord is gepleegd- dat belangrijk is, maar de discussie zelf. Zoals eerder aangegeven barstte de discussie dan ook los nadat het boek uitkwam, omdat Palmen met de waarheid gespeeld had. Net als in het boek, net als met dit verhaal, is de waarheid een lege intersubjectieve overeenkomst geworden: iedereen kijkt anders tegen wat er gebeurd is aan, iedereen denkt dat de waarheid anders is. Maar belangrijker erbij is de vraag: wat is geschiedenis en wat is fictie?

Fascinerend is: hoe waarheidsgetrouw moet een verhaal zijn zodat het een geschiedenis is en geen fictie meer? Waarom mag geschiedenis geen fictie zijn? In het boek betreft het individuele visies. Ieder van de vrienden die speculeerde over de ware toedracht, bracht fictie ter ore. Wat is nog het kennen van de waarheid? En wat is geschiedenis nog na het lezen van deze tartende roman?

Nooit kan de geschiedenis beschreven worden zonder een verlies van de feiten. Het heden bevindt zich in de vermenging van het verleden en de toekomst. Er is geen nu om vast te leggen. Er is geen moment dat achteraf geheel overzien kan worden. Het verleden is juist ontoegankelijk, niet overdraagbaar als iets tastbaars en beschrijvingen ervan zijn al helemaal niet zonder meer tot de enige waarheid te bestempelen.

Het is een intersubjectieve overeenstemming die wij geleerd krijgen, alvorens wij realiseren dat zij wacht op onze eigen invulling. Het is onze eigen fictie. Wij maken ons wijs dat ons leven zich in het geheel op een bepaalde manier, de ware manier ontvouwt. Wij onderwerpen onszelf en elkaar eraan. Als ik een boek lees wil ik dat het mij met zijn literaire vorm geheel wakker schudt, nieuwe of hernieuwde kennis geeft, mijn werkelijkheid en dus mijn geschiedenis verandert.

Share Share

Boekrecensies · Filosofie

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer