<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sharon Hagenbeek</title>
	<atom:link href="http://sharonhagenbeek.nl/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://sharonhagenbeek.nl</link>
	<description>Blog over Filosofie in mijn Leven</description>
	<lastBuildDate>Mon, 01 Mar 2010 22:43:20 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Bitterzoete wraak verkrijgbaar in nieuwe pil</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/blog/bitterzoete-wraak-verkrijgbaar-in-nieuwe-pil</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/blog/bitterzoete-wraak-verkrijgbaar-in-nieuwe-pil#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 23 Jan 2010 14:21:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[Boekrecensies]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1289</guid>
		<description><![CDATA[Alexandre Dumas, De Graaf van Montecristo, vertaald en van nawoord voorzien door Jan H. Mysjkin, Uitgeverij LJ Veen, 2010.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Eindelijk is de nieuwe Nederlandstalige <em>De Graaf van Montecristo </em>in de boekwinkel verschenen. Dit boek is geschreven door Alexandre Dumas (1802-1807), de auteur van onder meer <em>De drie Musketiers</em>. Dumas wist wat het was om ‘echte’ boeken te schrijven. Zo is deze vertaling 1177 pagina’s dik – waar voor je geld – maar desondanks is geen pagina van deze forse pil verspild. De opbouwende spanning is slopend; dit is een verhaal waar je nacht na nacht voor opblijft. Daarnaast is het zeker ook een mooi verhaal. Feilloos weet Dumas de emoties te beschrijven waar we ons laten leiden als ons onrecht wordt aangedaan.</p>
<p><em>De Graaf van Montecristo</em> is het verhaal van Edmond Dantès. Zijn vriend, Fernand, is dan misschien wel rijker, toch is hij jaloers op de bescheiden Edmond. Met list en bedrog weet Fernand Edmond te laten verdwijnen in het gevreesde Château d’If. Dat is een gevangenis op het eiland If, ver weg van de rest van de wereld en van Edmonds liefde Mercedes. Terwijl zij uit wanhoop trouwt met Fernand, zit Edmond daar veertien jaar lang opgesloten in de donkere kerkers, tot hij weet te ontsnappen. Eenmaal bevrijdt is zijn leven hem ontnomen, maar hij hoeft het niet meer terug. Hij wil iets beters: hij wil wraak. Zijn vergelding moet overweldigend zijn, Fernand gewoon vermoorden is te simpel. Daarom gaat Edmond op zoek naar een schat waar hij over gehoord heeft, de schat van Montecristo. Oog in oog met die schat is hij niet verblind door al het goud en de edelstenen, hij heeft slechts aandacht voor één ding, de zalige wraak. Met deze bron van rijkdom neemt hij zich voor Fernand alles te ontnemen wat die hem ontnomen heeft. Hij zal zijn zogenaamde vriend het leven zuur te maken. Hij zal hem alles afnemen waar hij ook maar iets om geeft, ook zijn voormalige liefde Mercedes. Dit is het verhaal dat alles heeft: een held met een gebroken hart, een mooi meisje, echte liefde, een geheime schat en een schurk met wrede plannen.</p>
<p>Deze geschiedenis werd al meermaals verfilmd en vertaald in allerlei talen. Nu is er dan eindelijk de nieuwe Nederlandstalige editie. Deze klassieker is een echte aanrader, en tijdelijk ook nog eens voor een speciale prijs verkrijgbaar. Normaal kost deze dikke pil €54,90, maar tot 31 maart betaal je maar € 49,90.</p>
<p>Alexandre Dumas, <em>De Graaf van Montecristo</em>, vertaald en van nawoord voorzien door Jan H. Mysjkin, Uitgeverij LJ Veen, 2010.</p>
<p>[oorspronkelijk geschreven voor www.ezzulia.nl]</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/blog/bitterzoete-wraak-verkrijgbaar-in-nieuwe-pil/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ruud Welten: ‘Existentialisme hoeft niet per se links te zijn’</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/filosofie/ruud-welten-existentialisme-hoeft-niet-per-se-links-te-zijn</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/filosofie/ruud-welten-existentialisme-hoeft-niet-per-se-links-te-zijn#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 09 Jan 2010 19:35:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1285</guid>
		<description><![CDATA[Filosofie van gisteren kan heel nuttig zijn voor de problemen van vandaag de dag. Een goed voorbeeld daarvan is het existentialisme uit de jaren vijftig. Met kernbegrippen als authenticiteit en verantwoordelijkheid is het existentialisme haar toepasselijkheid nog lang niet verloren. Zo vertelt Ruud Welten, filosoof en schrijver van boeken als ‘Zinvol geweld. Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme’ en ‘Jean-Paul Sartre. Fenomenologie van het Niets’.

[geschreven voor het Tijdschrift voor Humanistiek van december 2009]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Filosofie van gisteren kan heel nuttig  zijn voor de problemen van vandaag de dag. Een goed voorbeeld daarvan  is het existentialisme uit de jaren vijftig. Met kernbegrippen als authenticiteit  en verantwoordelijkheid is het existentialisme haar toepasselijkheid  nog lang niet verloren. Zo vertelt Ruud Welten, filosoof en schrijver  van boeken als ‘Zinvol geweld. Sartre, Camus en Merleau-Ponty over  terreur en terrorisme’ en ‘Jean-Paul Sartre. Fenomenologie van het  Niets’.</p>
<p>Welten vertelt over het boegbeeld van  die filosofie, Jean-Paul Sartre, en wat die nu nog voor ons kan betekenen.  ‘Sartre gaat ervan uit dat het bewustzijn handelen is, een handelen  in de wereld. Je kunt niet ergens diep in jezelf keren en ontdekken  wie je bent, dat kun je alleen ontdekken door om te gaan met andere  mensen. Dat is ook heel interessant als je authenticiteit via Sartre  bekijkt.’ Voor Welten is het begrip authenticiteit heel belangrijk,  maar hij is niet de enige. Hij merkt in zijn werk dat het begrip meer  aandacht krijgt: ‘Ik werk heel veel met mensen uit de overheid, topbankiers  of ex-topbankiers. Die komen met hele existentiële vragen. Ik vind  dat heel erg boeiend. En je merkt dat authenticiteit een begrip is dat  meer aandacht krijgt.’ Inderdaad, wat betekent het om authentiek te  zijn en waarom zouden we dat überhaupt willen? Welten heeft daar wel  een antwoord op: ‘Over het algemeen interpreteert men dit begrip volgens  twee uiterste. Of het betekent dat je goed naar jezelf moet kijken,  een inkeer dus en dan is het heel belangrijk en bestaat het wel. Of  men beschouwd het als volslagen betekenisloos. Met Sartre kun je zeggen  dat beide interpretaties ontoereikend zijn om te begrijpen wat het nu  daadwerkelijk is. Je kunt je niet verankeren in het zelf. Dat kan wel  moreel, in de trouw aan jezelf.’ Met andere woorden: het draait dan  alleen een interactie. In die omgang met de ander kun je jezelf uitdrukken.  Dat laatste is niet zo vrijblijvend als het lijkt, aldus Welten: ‘dat  betekent wel dat je verantwoordelijk bent voor die interactie zelf met  de wereld. En die verantwoordelijkheid is je authenticiteit.’ Je eigen  verantwoordelijkheid nemen, dat klinkt als een vervelende iets met lastige  complicatie. Toch moeten we deze interpretatie van de authenticiteit  toch nastreven volgens Welten: ‘Het uitdragen van de verantwoordelijkheid  maakt er wel deel van uit. Authenticiteit is zonder die verantwoordelijkheid  niet mogelijk. Je kunt niet authentiek zijn zonder dat je er verantwoordelijkheid  voor bent. Je kunt niet de excuusjes aankomen van ‘het komt door mijn  jeugd, doordat ik dit of dat heb meegemaakt’. Het betekent dat je  jouw positie moet bepalen en dat hoeft niet te betekenen dat je afstand  neemt van die jeugd of dat voorval. Je kunt het niet in de handen van  de ander leggen, maar je kunt de ander ook niet negeren. Je bent altijd  degene die je ziet door de ogen van de ander.’</p>
<p>Dat gezegd hebbende proost hij op het  existentialisme en begint hij uit te leggen hoe we dat begrip authenticiteit  wel nuttig kunnen gebruiken. ‘Je moet authenticiteit vooral als een  kritisch begrip gebruiken, niet als het cliché van ‘lekker jezelf  zijn’. Het moet de zelfreflectie veronderstellen!’ Helaas kun je  een ander alleen wijzen op je authenticiteit, het gaat er niet om waar  het toe leidt. Het gaat erom waar jij staat. Dat werkt bij alle dingen  die we belangrijk vinden zo. Als voorbeeld gebruikt Welten iets dat  voor veel mensen belangrijk is: trouwen. ‘Als jij vindt dat je moet  trouwen als je een relatie hebt, dan vindt jij dat alle mensen zo in  die situatie moeten handelen. En als men dan roept dat je respect moet  hebben voor alle andere mensen, wat betekent dat dan? Betekent het dat  je onverschillig moet zijn? Als men bijvoorbeeld trouwt in de kerk,  dan hoort dat bij het geloof. Dan vind je ook dat andere dat ook moeten  doen. Als je dat niet vindt, dan lieg je tegen jezelf en dan ben je  niet trouw aan jezelf. Want waarom trouw jij dan? Je kunt immers niet  iets doen vanuit een overtuiging en die overtuiging tegenover een ander  niet hebben.’ Authenticiteit heeft dus te maken met de manier waarop  je leeft. Het is natuurlijk onmogelijk om op elk moment al je overtuigen  uit te dragen, maar dat hoeft ook niet vertelt Welten nadrukkelijk:  ‘het gaat er niet om dat je al die mensen plots moet overtuigen. Je  kunt niet voortdurend schitteren.’</p>
<p>Het rare is dus eigenlijk dat we voortdurend  roepen om overal respect voor te hebben, ook Welten vindt dat maar een  apart iets: ‘Wat is het voor iets raars om respect voor dingen te  hebben die je uit eigen overtuiging niet doet, dan lieg je tegen jezelf.’  Het kan ook lastig zijn om Sartre’s attitude om te omarmen. De verantwoordelijkheid  nemen wordt niet aangemoedigd in onze maatschappij. ‘De verantwoordelijkheid  is niet een moralistisch maar een existentieel begrip. Het heeft te  maken met wie jij bent. En dat is waarom ik vind dat Balkenende de ethiek  onmogelijk maakt. Hij steunt de ethiek niet, hij predikt normen en waarden.  Net zoals bij het conservatisme wordt er in feiten gezegd: ‘Doe maar  zoals de groep doet en denk er vooral maar niet te veel over na. Je  hebt nu eenmaal zo te doen, want je komt uit die groep’.’ Sartre  staat juist voor het tegenovergestelde: ‘hij vindt dat men de eigen  positie daarin moet bepalen. En dat betekent dat je een kritisch denkend  wezen bent.’ In feite is dat heel Kantiaans: het idee van de <em>sapre  aude</em> (vrij vertaald als: durf te denken). Je moet je eigen plek  vinden en maken. Het gaat erom dat je op basis daarvan een maatschappij  kunt bouwen waar iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid kent. Het  existentialisme kan nu dus juist weer een belangrijke bijdrage leveren.  Welten geeft ook een existentialistische interpretatie van wat er nu  fout gaat: ‘Het heeft vooral te maken met het feit dat wij met Balkenende  nadrukkelijk ‘normen en waarden’ zijn gaan nastreven. Sartre leert  ons dat die oproep juist de mogelijkheid van ethiek eerder ondergraaft  dan dat het haar steunt. Daarom denk ik dat het existentialisme een  update zou moeten krijgen. De situatie waarin het existentialisme ontstond  is immers niet de onze.’ Welten is zich dus bewust van het verschil  tussen toen en nu. ‘Het tijdsbeeld was heel anders. Links was in de  jaren vijftig en zestig, het gedachtegoed van de meerderheid van de  studenten. Het was niet zozeer politiek, als wel kritisch. Dat gedachtegoed  gaf de middelen om te laten zien dat de maatschappij niet klopte.’  Maar het linkse gedachtegoed is niet zonder meer over één kam te scheren  met het existentialisme, aldus Welten: ‘De meeste existentialisten  waren inderdaad destijds communisten, maar er was ook een grote groep  Christenen. Je kunt het niet zonder meer gelijk stellen met een bepaalde  politieke overtuiging. Existentialisme hoeft niet per se links te zijn.  Het is maar net hoe je het leest.’</p>
<p>[geschreven voor het <a href="http://www.humanistiek.net/">Tijdschrift voor Humanistiek</a> van december 2009]</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/filosofie/ruud-welten-existentialisme-hoeft-niet-per-se-links-te-zijn/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Crisis? Pluk de nacht!’</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/blog/crisis-pluk-de-nacht</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/blog/crisis-pluk-de-nacht#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jan 2010 19:25:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1279</guid>
		<description><![CDATA[Student maakt zich weinig zorgen

Wat merken student van de economische crisis? Weinig, zo blijkt. Ze maken zich meer zorgen over de universiteit dan over hun eigen portemonnee.
[geschreven voor de Mare van 17 december 2009]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Student maakt zich weinig zorgen</strong><br />
Wat merken student van de economische crisis? Weinig, zo blijkt. Ze maken zich meer zorgen over de universiteit dan over hun eigen portemonnee.</p>
<p>‘Ik denk niet dat het rondkomen met studiefinanciering lastiger wordt. Het bedrag dat je per maand binnenkrijgt, is nog steeds aanzienlijk. Misschien moeten studenten iets creatiever omgaan met hun geld of zuiniger zijn. Maar uiteindelijk kun je altijd lenen bij de IB-groep. Zo heb ik in ieder geval een groot gedeelte van mijn lustrumreis naar Brazilië betaald.’ Aldus Mark van Koperen (23), student psychologie. Zijn advies aan medestudenten: ‘Pluk de nacht!’</p>
<p><em>Mare</em> ondervroeg zo’n honderd studenten over de gevolgen van de economische crisis. Velen zeiden er niets of weinig van te merken. Nog geen tien procent van de ondervraagden houdt er daadwerkelijk rekening mee bij de studiekeuze of -duur. Rechtenstudent Marceline Rietvelt (20): ‘Ik denk niet dat het echt invloed heeft op je keuze.’ De ondervraagde eerstejaars beamen dat.</p>
<p>Een kleine groep ouderejaars anticipeert op een moeilijke toekomst, bijvoorbeeld door langer te studeren of een tweede studie te kiezen. Cassandra Pizzey (22) studeert kunstgeschiedenis en zag zich daartoe genoodzaakt. ‘Omdat mijn opleiding erg specifiek is, heb ik besloten om een minor erbij te doen. Dat moet mijn kansen op de arbeidsmarkt vergroten.’</p>
<p>De crisis is het best voelbaar bij de bijbanen die het merendeel van de studenten heeft. Anne Nauta (23) student rechten en geschiedenis: ‘Ik was medewerker bij advocatenkantoren en banken. Dat was op oproepbasis en daar hebben ze geen mensen meer nodig. Dat hield natuurlijk op.’ Marceline Rietvelt: ‘Ik werk in de horeca en daar is nu veel minder personeel nodig.’</p>
<p>Studente <em>life, science and technology</em> Daphne van Beek ziet de positie van de toekomstige student verslechteren: ‘Op dit moment krijgen we met de studiefinanciering het minimum, als erop gekort gaat worden krijgen veel studenten het moeilijker. Er zijn veel verschillende plannen om te besparen op het onderwijs. Of het collegegeld of de studiebeurs is, maakt dan ook niet zoveel uit. Er wordt sowieso wel ergens gekort.’</p>
<p>‘De bevriezing van de studiefinanciering zal harder gaan door de crisis’, vreest scheikundestudent Marieke Guijt (21). ‘Ik denk dat de toegankelijkheid van een studie daardoor gevaar loopt. Het kan een drempel zijn als je moet lenen om te studeren.’</p>
<p>Het kabinet heeft aangegeven als crisismaatregel de studiefinanciering in 2011 en 2012 niet mee te laten gaan met de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Tegelijkertijd nemen de studiekosten toe; vanaf 2010 tot en met 2019 wordt ook het wettelijk vastgesteld collegegeld jaarlijks met 22 euro verhoogd.</p>
<p>Sommige studenten hebben begrip voor de maatregelen. ‘De studiefinanciering is een extraatje’, zegt Joery Strijtveen (23) politicologiestudent en oud-voorzitter van Augustinus. ‘We krijgen het al gewoon. Noem één ander land met zo’n systeem. De demonstraties van de Landelijke Studenten Vakbond (op 22 september, <em>red.</em>) vond ik ronduit belachelijk. Je hebt het over een paar euro. Het gaat niet goed met de economie, iedereen moet inleveren.’</p>
<p>‘Er moet geïnvesteerd worden in het onderwijs, juist nu’, zegt Anne van Dijk van de LSVb. De vakbond maakt zich zorgen over de stijging van het aantal studenten. ‘Dat betekent een daling in de kwaliteit van het onderwijs. Natuurlijk juichen we het toe dat er meer mensen gaan studeren. Maar dat heeft nu tot gevolg dat het geld over meer studenten verdeeld moet worden.’ De ondervraagde studenten delen die mening. Daphne van Beek: ‘De kwaliteit van het onderwijs heeft te lijden onder de maatregelen. Er zal minder geïnvesteerd worden locaties en faciliteiten, gecombineerd met het groeiend aantal studenten wordt de situatie nijpender.’</p>
<p>Cassandra Pizzey denkt zelfs dat de achteruitgang van de kwaliteit binnenkort al merkbaar zal worden: ‘Er is gekort op docenten bij mijn opleidingen. Dat gaat wel gevolgen hebben voor de kwaliteit van colleges.’ Ook Roeland Stolk (23), student politicologie: ‘Je ziet dat er verscheidende reorganisaties gaande zijn, ook binnen onze universiteit.’ Volgens hem zou het bedrijfsleven de universiteiten moeten steunen. ‘Dat is een van de pijlers waar de universiteit zich op zou moeten richten volgens de overheid. Zeker de kleinere universiteiten die niet nauw verbonden zijn met de industrie zijn zoals de onze komen daardoor in de knel.’</p>
<p>Maarten Smit (22), student Biofarmaceutische Wetenschappen, ziet vooral het gevaar voor de toekomstige generaties: ‘Ik denk dat het onderwijs voor de eerste en tweedejaars met name de impact zal laten merken van de bezuinigingen. In die jaren gaat de kwaliteit meer omlaag dan in de latere jaren.’ Goedkopere en daardoor minder gekwalificeerde docenten zullen volgens hem eerder ingezet worden voor de inleidende colleges dan voor de verdiepingsvakken die hij als ouderejaars nog te gaan heeft.</p>
<p>Student kunstgeschiedenis Marieke Zandvliet (25): ‘Er vallen veel ontslagen binnen de faculteit Geesteswetenschappen. We hadden vorig jaar een tentamen van een docente wist al dat ze werd wegbezuinigd. Het tentamen van haar laatste vak was één grote chaos. Als de docent al weet dat ze eruit gaat dan interesseert het haar natuurlijk ook niet.’</p>
<p>[geschreven voor <a href="http://www.mareonline.nl/artikel/0910/15/0101/">de Mare </a>van 17 december 2009]</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/blog/crisis-pluk-de-nacht/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oek de Jong: ‘Ik ben altijd op zoek naar de intensiteit’</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/oek-de-jong-ik-ben-altijd-op-zoek-naar-intensiteit</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/oek-de-jong-ik-ben-altijd-op-zoek-naar-intensiteit#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Dec 2009 12:15:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuurwetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1262</guid>
		<description><![CDATA[Portret van een schrijver en zijn werk in de literaire traditie.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Portret van een schrijver en zijn werk in de literaire traditie.</p>
<p>Dertig jaar geleden, in 1979, verscheen het opmerkelijke boek <em>Opwaaiende Zomerjurken</em>. Het werd al snel een daverend succes en beleefde tot op de dag van vandaag herdruk op herdruk. In dit jubileumjaar is nu een speciale editie uitgekomen met foto’s van de auteur van het boek, Oek de Jong en een door hem geschreven verhaal over het ontstaan van het boek. Tijd om met de schrijver terug te blikken op de ideeën en betekenissen van toen.</p>
<p><em>Opwaaiende Zomerjurken </em>werd bijzonder goed ontvangen, buiten alle verwachtingen van ook de destijds debuterende De Jong om: ‘Toen ik het inleverde had ik het gevoel dat er maar een paar duizend lezers voor zouden zijn. Ik geneerde me er ook lichtelijk voor. Het was dan ook een grote verrassing dat er in een jaar meer dan honderdduizend exemplaren werden verkocht. Tegenwoordig gebeurt dat wel vaker, maar in die tijd niet. Zeker niet bij een romandebuut, en al helemaal niet bij een jonge auteur.’ Het succes verbaasde hem maar het intrigeerde hem ook, tot lang na de hype. ‘Het eigenaardige is dat ik zelf tijdens het schrijven dacht dat ik een blik gaf in een karakter dat misschien wel aan <em>borderline</em> grensde, maar dat tegelijkertijd ook een heel ingewikkeld karakter was. Daarom beschouwde ik het als iets particuliers, iets intiems van dat personage, Edo Mesch. Dan is het verbazingwekkend om te merken dat zoveel lezers zoveel herkenden in dat ene personage. Er moet dus een reële substantie inzitten, anders was het alleen maar een hype gebleven, terwijl het nu nog steeds veel gelezen wordt. Zonder me daar van bewust te zijn ben ik, door iets particuliers op te schrijven, met Edo Mesch op iets heel universeels uitgekomen.’ Dat universele wat in het boek zit, is volgens De Jong het collectieve onderbewustzijn: ‘Ik denk dat er sprake is van een persoonlijk onderbewuste en een collectief onderbewuste. Die categorieën onderscheidt Carl Gustav Jung. Volgens hem hebben we allemaal een onderbewuste, maar delen we ook een ander onderbewuste, het collectieve, waarin dezelfde symbolen en archetypen fungeren. Dat zie je aan de hoofdpersoon van <em>Opwaaiende Zomerjurken</em>.’ Hoezeer het boek uitdrukking geeft aan iets dat iedereen ervaart, is niet wat de zeventwintigjarige De Jong destijds verwachte: ‘De grote verrassing destijds was voor mij dat zoveel mensen dat het leven ook zo zien: de gekkigheid die in je hoofd ronddoolt is er kennelijk bij iedereen. Er is een onderbewustzijn en ons bewustzijn is slechts het topje van de ijsberg van onze hele persoonlijkheid. Aan de oppervlakte is tien of twintig procent bewustzijn, maar daaronder zit alles wat onbewust is. Dat is het grootste deel van de mens. Met het ouder worden raak ik daar steeds meer van overtuigd. Het is ook een kwestie van ervaring – je wordt door zoveel dingen gestuurd die je niet kent.’</p>
<p>Wat Oek de Jong wel bewust probeerde, was om in <em>Opwaaiende Zomerjurken</em> een betekenisloze tijdsgeest te creëren: ‘Het speelt zich onmiskenbaar af in de jaren vijftig en zestig, en ik probeer ook wel degelijk een tijdsbeeld te geven in deze roman. Maar in het algemeen probeer ik alles wat alleen maar tijdgeest is en tijdgebonden en dus oppervlakkig uit mijn romans te houden. In die roman is de tijdsgeest iets oppervlakkigs. Ik heb het ook niet in een bepaalde periode willen plaatsen.’ Dat streven naar de tijdeloosheid van het verhaal heeft hij ook in zijn latere werk behouden: ‘Dat doe ik nog steeds. Alles wat een verhaal snel gedateerd maakt, dus alles wat een generatie later niemand meer weet, probeer ik weg te laten.’</p>
<p>Maar je kunt je als auteur natuurlijk nooit geheel aan je eigen tijd onttrekken. ‘Elk boek hoort nu eenmaal bij een bepaalde tijd. Elke schrijver is een kind van zijn tijd.’ Als bewuste schrijver zag De Jong zich daarom gedwongen om wat natuurlijker en oppervlakkiger met de tijdgeest om te gaan. Hij ging op zoek naar voorbeelden en vond die ook dit keer bij zijn literaire helden: ‘Mijn drie goden in het pantheon zijn Stendhal, Proust en Tolstoj. Dat zijn drie grote romanschrijvers met wie ik me al jaren bezighoudt.’ Bij hen vond hij dus ook het tijdloze karakter van de literatuur op unieke wijze. Dat is ook niet zo raar. Zo staat Stendhal (pseudoniem van de Franse schrijver Marie-Henri Beyle die leefde eind 18<sup>e</sup> en begin 19<sup>e</sup> eeuw) nog bekend zijn realisme waarin hij elke vorm van literaire bladvulling tegen probeerde te gaan. Zijn romans zijn autobiografisch en realistisch in die zin dat ze op waarheid gebaseerd zijn. Tegelijkertijd streeft hij een tijdloos beeld na doordat hij zijn werk wil ontdoen van overbodige feiten, versieringen of welke overbodige opsmuk dan ook. Marcel Proust heeft juist weer een heel ander perspectief op de tijd. Voor hem is het een persoonlijke ervaring die we ondergaan. In zijn werk is er sprake van een constante poging zich te onttrekken aan de tijd. Hij wil er van loskomen in de schoonheid van zijn werk. Alles staat bij hem in dienst van deze vlucht.</p>
<p>Met hen en met Ljev Tolstoj doet De Jong afstand van het louter engagerende karakter van de literatuur, voor hem is dat tijdsverspilling. ‘Om een voorbeeld te geven: <em>Anna Karenina </em>van Tolstoj is een boek van duizend bladzijden dat nog steeds heel fris leest en oogt, een prachtige roman. Maar de enige pagina’s die je zou willen overslaan, zijn die waarop wordt gediscussieerd over landbouwhervormingen. Wij lachen daar nu misschien om, terwijl het in die tijd, in het grote Rusland een gigantisch belangrijke thematiek was, omdat de lijfeigenen geen grond hadden. De hele samenleving zat op slot, omdat er een herverdeling van de grond moest plaatsvinden. Een andere inrichting van de samenleving werd gezocht. Die zoektocht heeft tientallen jaren gespeeld in Rusland. Tolstoj verwerkt die belangrijke thematiek in zijn verhaal. Nu is dat onderwerp verouderd. Die verjaring probeer ik tegen te gaan.’ De Jong probeert het lot te vermijden dat veel verhalen wacht. Hij ziet genoeg verhalen die uiteindelijk verloren gaan door hun tijdelijke aard: ‘Er zijn honderden, duizenden romans geschreven die zich met bepaalde maatschappelijke problematiek bezighielden, maar die zijn nu eigenlijk allemaal verouderd. Ze verdwijnen gewoon.’ Die tijdsgebonden verhalen zijn engagerend bedoeld, terwijl de literatuur volgens De Jong die rol niet meer hoeft te vervullen.</p>
<p>Volgens de traditionele interpretatie behoort het engagement hoort bij het realisme. Tot de opkomst van het realisme, in de negentiende eeuw, was het onmogelijk om het dagelijks leven in romans onder woorden te brengen. ‘Dat was banaal, zoiets kon niet. Een bediende of een molenaar kon je alleen maar in je roman zetten als een komisch personage, zo iemand was grappig of raar. Toen dat in de negentiende eeuw veranderde en het realisme ontstond was dat een evolutie. Wat lange tijd in de samenleving door conventies onzichtbaar was geweest, kwam nu aan het licht.’</p>
<p>De Jong maakt nadrukkelijk een onderscheid tussen het werk van een auteur en zijn maatschappelijke engagement. Hij wijst er op dat de functie van de literatuur ook veranderd is. In de negentiende eeuw moesten romans een engagerend karakter hebben: ‘Toen was er nog geen voortreffelijke journalistiek. Romanschrijvers konden daardoor echt nog zaken aan de orde stellen.’ Dat is nu wel anders: ‘In Nederland en de rest van West-Europa hebben we nu dankzij de kranten een fantastische journalistiek. We hebben hier commentatoren die de dagelijkse gang van zaken voortreffelijk beoordelen, dus een schrijver hoeft dat niet meer te doen. En dan hebben we het nog niet eens over de televisie gehad. Een groot deel van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van romanschrijvers is er nog wel, maar deze is overgenomen door media.’</p>
<p>De Jong is dus wel klaar met het engagerende karakter van de literatuur. ‘Engagement of niet, is een non-discussie. Elke schrijver is in feite geëngageerd: met het leven, met het bestaan, met de geschiedenis, met individuele lotgevallen. Dat is het ware engagement van de romanschrijver.’ Daarmee is niets verloren, want ondanks dat de literatuur geen maatschappelijke verantwoordelijkheid meer draagt is zij volgens De Jong niet armer, maar juist vrijer geworden: ‘De evolutie van de roman sinds de negentiende eeuw zit in de psychologie, in wat je aan erotiek en seksualiteit kan beschrijven.’ Deze ontwikkeling heeft hij persoonlijk meegemaakt, ook in zijn eigen werk. ‘Wat ik in mijn laatste boek <em>Hokwerda’s kind</em> heb gedaan was vijftig jaar geleden onmogelijk. Geen enkele schrijver kon zich dat permitteren, omdat de conventies in de samenleving dat onmogelijk maakten. Na de seksuele revolutie in de jaren zestig is de wereld van erotiek en seksualiteit voor schrijvers beschikbaar geworden.’ Ter vergelijking geeft hij ook een voorbeeld uit de literaire geschiedenis: ‘Bij Couperus lees je dat twee mensen gaan trouwen, op huwelijks reis gaan en twee weken later terugkomen. In de tussentijd is er iets totaal kapot gegaan tussen de twee echtelieden. Voor de lezer is het raden geblazen naar wat er gebeurd is. Je kunt het wel voelen, in bed moet er iets gebeurd  zijn waardoor een contactstoornis tussen hen heeft plaatsgevonden, maar Couperus kon dat niet uitschrijven. Wij kunnen nu het hele intieme leven van mensen beschrijven en exploreren. Dat is echt nieuw vanaf de jaren zestig. Een romanschrijver kan op het ogenblik bijna alles, er zijn nauwelijks grenzen meer.’</p>
<p>De hedendaagse ontwikkelingen betekenen wel dat er geen taboegebieden zijn, maar nog steeds zijn er beperkingen, tenzij je de literaire traditie als verwaarloosbaar of onbelangrijk beschouwd. De tijd sinds <em>Opwaaiende Zomerjurken</em> heeft daar voor Oek de Jong niets aan veranderd. De literaire traditie is voor hem even belangrijk als toen: hij koestert de traditie. Dat blijkt terwijl hij spreekt over een van de thema’s van nu: de erotiek. ‘Ik maak altijd een studie van voorgangers, dit thema betekende dan ook een studie over de erotiek in de letteren. Gerard Reve, Jan Wolkers en wederom Marcel Proust zijn voor mij voorbeelden wat erotiek betreft.’ Voor De Jong staan ze thematisch op eenzame hoogte, want in zijn eigen generatie vindt hij weinig gelijken: ‘Van mijn tijd zijn er wel heel veel schrijvers die het gebruiken in hun werk, maar de meeste verweven dat niet op een interessante wijze met het verhaal. Ik vind Reve eigenlijk de enige, hij heeft een heel eigen universum gecreëerd waarin hij de religie, sadomasochistische, erotiek, homoseksualiteit en nog een aantal elementen met elkaar verweeft. Daarom vind ik bij hem de erotiek op een intrigerende manier aanwezig. Het zit helemaal in het verhaal en is er op een hele organische en functionele wijze in verwerkt. Dat heb ik ook in mijn werk nagestreefd.’ De Jong ziet zich in zijn werk dus altijd geplaatst binnen een traditie en hij schroomt ook niet om die op elke mogelijke manier te omarmen. Dat heeft hij altijd al gedaan. Zo is in <em>Opwaaiende Zomerjurken</em> niet alleen de invloed  van Reve te lezen, maar ook die van andere grootheden als de modernistische James Joyce. Maar de tijd staat niet stil, tradities veranderen en ook Oek de Jong ging verder: ‘Ik ben sindsdien  klassieker gaan werken. Na <em>Opwaaiende Zomerjurken</em> ben ik nog een tijd doorgegaan in de modernistische richting van de experimentele roman, maar daarna heb ik eigenlijk een keuze gemaakt voor meer klassieke vormen, zo is het latere <em>Hokwerda’s Kind</em> als een klassieke roman opgebouwd in vijf delen. Ik houd heel erg van de eenvoud.’ Ondanks de verandering bleef zijn heftige inhoud ongewijzigd: ‘Een literatuurwetenschapper attendeerde mij op de tegenstelling van dat heftige verpakt in de klassieke vormen. Dat klopt ook wel, denk ik. Ik ben altijd op zoek naar de intensiteit – dat is voor mij wel een sleutelwoord als het om inhoud gaat.’</p>
<p>Als een zelfbewuste schrijver staat hij niet alleen sinds <em>Opwaaiende Zomerjurken </em>in de literaire traditie, ook nu nog speelt hij ermee. Momenteel is hij bezig weer bezig met een traditioneel gegeven: Momenteel werk ik aan een grote roman, of een cyclus van romans, dat weet ik nog niet precies, in de traditie van de <em>Anton Wachter</em>-cyclus van Simon Vestdijk. Het gaat namelijk over een opgroeiend mens van nul tot achttien jaar en speelt zich af in de jaren vijftig en zestig. Ik probeer in zo’n traditioneel genre vernieuwingen aan te brengen. Dat betekent voor mij dat ik van Anton Wachter bestudeer en dan aan de slag ga. Over het huwelijk van zijn leven hoor je vrijwel niets. Dat heeft echt met die tijd van Vestdijk te maken, hij wist waarschijnlijk niets over het huwelijk van zijn ouders. Ik weet heel veel over het huwelijk van mijn ouders. Ik weet ook hoe kinderen bepaald worden door het huwelijk van hun ouders. Ik laat daarom als vernieuwing heel veel van dat huwelijk zien. Ik denk dat het een nieuw element is in dit genre.’ Dat is dan ook wat we van Oek de Jong kunnen blijven verwachten: na dertig jaar geeft hij ons nog steeds intense en vernieuwende literatuur.</p>
<hr />De jubileumeditie van <em>Opwaaiende</em> <em>zomerjurken</em> met herziene tekst, uitklapbare flappen, foto’s uit privéarchief en een omvangrijk autobiografisch essay <em>De</em> <em>roman</em> <em>als</em> <em>oerschreeuw </em>(met herinneringen aan het ontstaan en de verschijning van <em>Opwaaiende</em> <em>zomerjurken</em>), is sinds september 2009 te verkrijgen bij uitgeverij Augustus, prijs 25 euro (ISBN: 9789045702797).</p>
<p>Tevens verschenen bij uitgeverij Augustus is een essaybundel over <em>Opwaaiende zomerjurken</em>. De bundel getiteld <em>Een klievende roman</em> is onder redactie van Jaap Goedegebuure en Oek de Jong, eveneens te verkrijgen per september 2009, prijs 20 euro (ISBN: 9789045702858).</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/oek-de-jong-ik-ben-altijd-op-zoek-naar-intensiteit/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zoektocht naar bloed van het kwaad</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/boekrecensies/zoektocht-naar-bloed-van-het-kwaad</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/boekrecensies/zoektocht-naar-bloed-van-het-kwaad#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Dec 2009 09:40:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boekrecensies]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1256</guid>
		<description><![CDATA[Recensie van <i>Op zoek naar de zoon van Hitler, Gelikte postzegels en een oud schilderij</i>
Auteur: Jean-Paul Mulders
Uitgeverij Aspekt
2009]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Recensie van <em>Op zoek naar de zoon van Hitler, Gelikte postzegels en een oud schilderij</em><br />
Auteur: Jean-Paul Mulders<br />
Uitgeverij Aspekt<br />
2009</p>
<p>Eind jaren zeventig werd er ernstig gespeculeerd over de mogelijke zoon van Adolf Hitler. Het is een gedachte die heftige emoties losschudt. Wat als het bloed van Hitler voortleeft? Leeft daarmee dan ook de gedachte van Hitler voort? Deze en nog veel meer vragen zijn altijd blijven knagen, tot voor kort.</p>
<p>Dit jaar verscheen het boek <em>Op zoek naar de zoon van Hitler </em>van Jean-Paul Mulders, een journalist die gefascineerd door de commotie de waarheid heeft ontdekt. Waar zijn voorgangers er niet in slaagden, lukt hem dat wel. Door de ontwikkeling van forensisch onderzoek met DNA is hij in staat om te doen waar menig sensatiejournalist zich al aan waagde. Met vastberadenheid en veel durf brengt Mulders de waarheid aan het licht. En wat een waarheid: de zoektocht naar het bewijs voor een zaak die velen liever laten rusten. Maar gesust kan niet worden dat wat gruwelen inboezemt: de nieuwsgierigheid naar de wortels van het kwaad.</p>
<p>De man die de zoon van Hitler zou zijn, Jean-Marie Loret, leeft inmiddels niet meer, maar zijn familie en nageslacht nog wel. Het zal ze zwaar gevallen zijn. Hoe zou jij reageren als je vader, oom of achteroom de vermoede zoon van de grootste massamoordenaar van de afgelopen eeuw is? Dat kruipt onder je vel, en dat deed het ook bij de familie die Mulders weet te traceren. Ze weigeren dan ook mee te werken aan zijn onderzoek, maar Mulders geeft niet op en gaat door tot het bittere einde. Hij wil verlost worden van de onwetendheid.</p>
<p>Uiteindelijk lukt het Mulders met veel moeite, geld en volharding om het nodige bewijs te vergaren. En over zijn speurtocht en het resultaat vertelt hij in zijn boek. Het is spannend en voornamelijk word je door het verhaal heen gesleurd door maar één potentieel schokkend gegeven: de vraag of het nu de zoon van Hitler was of niet. Constant blijft op de achtergrond de eveneens dringende vraag: wat betekent het als het waar is? De familieleden die Mulders weet te traceren nemen het risico in ieder geval niet: de achterneven van Hitler hebben een pact gesloten om de familienaam na hen te laten uitsterven. Het kwaad is dus wat hen betreft al geschied toen de geruchten niet weerlegd konden worden zo’n veertig jaar geleden.</p>
<p>Voor de nog levende familie van Hitler zullen de bevindingen van Mulders hoe dan ook een pijnlijk en diep begraven verleden oprakelen. Maar dat is de prijs voor een onderzoek dat er niet op uit is om hun persoonlijke ervaringen in beeld te brengen, laat staan te respecteren. Alles omwille van een vreselijke waarheid? Mulders heeft er misschien wel oog voor gehad, maar hij heeft het niet weergegeven in zijn boek. Als een echte journalist toont Mulders geen begrip, compassie of ook maar iets meer dan de keiharde waarheid. Hij maakt van een familiegeheim publiek belang en grondig gaat hij tot op de bodem. Gepast of niet is Mulders’ uitvoerige onderzoek voor de nieuwsgierige lezer een uitkomst. Nu kan iedereen te weten komen hoe het met de mythe gesteld staat.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/boekrecensies/zoektocht-naar-bloed-van-het-kwaad/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het sublieme van de pederastie</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/blog/het-sublieme-van-de-pederastie</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/blog/het-sublieme-van-de-pederastie#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 25 Nov 2009 08:54:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[Boekrecensies]]></category>
		<category><![CDATA[Filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1247</guid>
		<description><![CDATA[Dagboek van de Dief – het verhaal over de esthetische liefdeservaring.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div style="margin: 1ex;">
<div><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Dagboek van de Dief  – het verhaal over de esthetische liefdeservaring.</strong></span></div>
<div><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">‘Je leest het in een blik, een manier  van lopen, een glimlach, en het woelt iets in je los.’ Deze aanschouwing  van het schone klinkt romantisch in de gebruikelijke zin van het woord,  maar is dat zeker niet. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Het zijn de woorden van de Fransman  Jean Genet in zijn autobiografische <em>Dagboek van de Dief</em> (oorspronkelijke  titel: <em>Journal du Voleur</em>). Daarin beschrijft hij zijn esthetische  ervaring van zijn liefde voor het gruwelijke en lelijke. Hij beschouwd  dat als het meest schone ter aarde. In het bijzonder aanbid hij de afstotelijke  mannen die hem op gewelddadige wijze gebruiken voor hun eigen plezier.  Ook is hij graag getuigen van hun misdaden. Hoe gruwelijker des te beter  Jean in staat is om het sublieme van de misdadigers, te aanschouwen  en te vereren. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Als een verliefde omschrijft hij zijn  minaars in een constante euforie: ze zijn schitterend, zelfs in het  kleinste detail ziet Jean al bewijs van hun alomvattende schoonheid.  Een goed voorbeeld daarvan is zijn omschrijving van de gevangenisuniformen  die zijn minaars dragen: ‘Afgezien van de kleur, doet de ruwheid van  de stof aan bepaalde bloemen met lichtbehaarde bloembladen denken, en  dit detail is genoeg om de gedachte aan dwang en schande op natuurlijke  wijze te associëren met iets verfijnds en breekbaars.’ </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zijn roman staat boordevol met dit  soort verbloemende beschrijvingen van de gewelddadige uiterlijkheden  van schurken en hun gedrag. Zijn afgrijselijke geliefden zijn de schoonste  der schoonste door zijn roze bril. De homoseksuele gewelddadige relaties  die hij met hen aangaat, stellen hem in staat om hun glorieuze pracht  zoveel mogelijk te beleven, mentaal en fysiek. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Dit boek confronteert ons met de vraag  naar de morele aard van de liefde. Het is niet automatisch moreel goed.  Ook is er zonder meer niet een alomvattende standaard voor de liefde.  De liefde die Jean heel beeldend omschrijft is niet anders. Zijn liefdesobject  is misschien wel anders, maar dat is een kwestie van de individuele   schoonheidservaring. Zoals Jean het zelf zegt: ‘De schoonheid van  een morele handeling hangt af van de schoonheid van haar expressie.  Als men zegt dat iets mooi is, dan is de schoonheid ervan reeds een  uitgemaakte zaak. Het moet alleen nog bewezen worden. Daarvoor zorgen  beelden, dat wil zeggen een overeenkomst met de pracht van de fysieke  wereld. Een handeling is mooi als ze een gezang uitlokt en uit onze  keel doet opstijgen. Soms dwingt het bewustzijn waarmee we aan een daad  denken die als verachtelijk bekend staat of de kracht van de expressie  die hem moet aanduiden, ons tot gezang. Het is de schoonheid ervan die  ons het verraad doet bezingen. Dieven verraden zou me niet alleen naar  de morele wereld terugbrengen, dacht ik, maar ook naar de pederastie.’</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zijn esthetische ervaringen zijn de  rode draad door zijn levensverhaal. Jean geeft aan dat hij trots was  op zijn gevoelens die ontspruiten uit zijn liefde. Toen het boek in  de jaren veertig verscheen konden de meeste Fransen dat echter niet  waarderen. Het homoseksueel erotische en gewelddadige verhaal werd met  veel ophef ontvangen. Men vond het afstotelijk en in de publieke opinie  werd het boek het liefst genegeerd. Gelukkig waren er in die tijd ook  invloedrijke denkers die daar anders over dachten. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zo heeft de beroemde Franse existentialist  Jean-Paul Sartre destijds zelfs gezegd dat Genet en niet de Nobelprijswinnaar  Albert Camus ‘het literaire genie van Frankrijk’ is. Die uitspraak  kwam niet uit het niets, Sartre en Genet waren goede vrienden. Vanwege  die vriendschap heeft Genet zijn boek opgedragen aan Sartre en hij vroeg  hem later ook om een inleiding te schrijven op zijn verzamelde werk.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Wat begon als een inleiding, eindigde  als een apart boek. Het resultaat van Sartres exercitie was een biografie: <em> de Heilige Genet, martelaar en komediant</em> (oorspronkelijke titel: <em> Saint Genet, Comédien et martyr</em>). Daarin heeft Sartre zijn existentialisme  toegepast op Genet. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Volgens Sartre is de individuele ervaring  en niet onze natuur, hetgeen dat ons vormt. Met andere woorden: we worden  gevormd door de keuzes die we maken in het leven dat we leiden. Die  ervaring van het eigen leven maakt een individu uniek. Zo ziet Sartre  essentiële momenten uit het leven van Genet als vormend voor wie hij  is en welke keuzes hij maakte. De biografie van Genet bevat daarom analyses  van die momenten en beschrijvingen van de invloed die zij hadden op  Genets karakter. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Een van die essentiële momenten is  de eerste keer dat Genet betrapt werd tijdens het stelen van spullen  uit het huis van zijn adoptieouders. In dat ogenblik veranderde Genet  door hun ogen; het is alsof hij in een spiegel kijkt. Genet beseft dan  wat hij is, objectief gezien: hij is een dief. Hij is verachtelijk volgens  het moraal waarin hij als kind is opgevoed. Hij gelooft daarin en dat  is volgens Sartre zijn ongeluk. Genet  vlucht om nooit meer terug  te komen en hij gaat leven van wat hij weet te stelen. Daarmee vindt  hij compensatie voor de machteloosheid die hij voelt tegenover dat moraal  in de blik van zijn adoptieouders; hij wordt de dief die zij zien én  meer: hij leeft vrij van wat anderen van hem denken en laat zich louter  sturen door zijn eigen gevoel.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Sartres scherpe analyses van dit soort  momenten biedt de mogelijkheid om te begrijpen hoe Genet geworden is  wie hij is. Daarvoor verdient hij nog geen medelijden, aldus Sartre.  Voor Sartre is Genet op veel manieren vrijer dan de meeste mensen. Hij  heeft gekozen om te leven buiten het moraal, hij heeft gekozen voor  zichzelf. Of in de woorden van Sartre: ‘Voor Proust was de pederastie  een voorbestemd lot, voor Genet is het een keuze. Hij heeft gekozen  voor diefstal en de gevangenis, liefde en zich bewust te zijn van het  kwaad. Hij plaagt de lezer en hij pronkt graag, maar hij verlaat nooit  zichzelf geheel; zijn kunst houdt de lezer op een afstand. Daardoor  vinden we aan de onderkant van deze afgelegen wereld, in de hel van  eenzame opsluiting en drugsdealers, nog steeds een man.’ Volgens Sartre  is Genet dus een soort existentialistische held, hij kiest zijn leven  voor zichzelf. Met dit inzicht is niet alleen te begrijpen wie Genet  is, maar ook wat hij mooi vindt en waarom. Zijn schoonheidservaring  is subjectief en misschien niet de meest gebruikelijke, maar niemand  kan het van hem afnemen.</span></div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/blog/het-sublieme-van-de-pederastie/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De tijd zonder Proust</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/de-tijd-zonder-proust</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/de-tijd-zonder-proust#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 19 Nov 2009 14:22:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boekrecensies]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuurwetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1242</guid>
		<description><![CDATA[Recensie van <i>Lijden aan de Tijd – Franse intellectuelen in het interbellum</i>
Auteur: Marleen Rensen
Uitgeverij Aspekt
2009]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Lijden aan de Tijd – Franse intellectuelen in het interbellum<br />
Auteur: Marleen Rensen<br />
Uitgeverij Aspekt<br />
2009</p>
<p>Het interbellum staat te boek als een periode waarin de literatuur het verval en de vergankelijkheid beschreef. Niet onbelangrijk voor die historische weergaven was juist de tijdsbeleving. Marleen Rensen beschrijft die beleving aan de hand van vier schrijvers die de tijd(sgeest) op en top belichamen: Robert Brasillach (1909-1945), Pierre Drieu la Rochelle (1893-1945), Paul Nizan (1905-1940) en André Malraux (1901-1976).</p>
<p>Opvallend aan de weergave van Rensen is dat ze de gangbare visie op de literatuur uit het interbellum omdraait. Normaal gesproken wordt de tijd beschreven als een periode waarin intellectuelen zich in hun tijd voegen door hun angsten bloot te leggen. Rensen laat echter zien dat er sprake was van een meer diepgaandere verandering in hun tijdsconcept. De schrijvers die Rensen bespreekt zien zich geconfronteerd met de historische tijd en daardoor groeide hun onvrede over de subjectieve tijdsbeleving van Proust.</p>
<p>De eerste wereldoorlog heeft de Franse samenleving gedesillusioneerd achtergelaten. Men had geen toekomstidealen meer om mee te werken. Als men kijkt naar het tikken van de klok slaat de wanhoop toe. De tijd gaat steeds sneller en vervliegt uiteindelijk, ons achterlatend met de onzekere geschiedenis en de veranderingen die daaruit volgden. Daarbij vervliegen de dromen en idealen van een betere toekomst ook.</p>
<p>In die situatie zetten Brasillach, La Rochelle, Nizan en Malraux zich elk op hun eigen manier af tegen de subjectieve tijd van Proust. Hij ervoer de tijd als een ervaring die aan subject gebonden is en met die visie probeerde hij zich in zijn werk te onttrekken aan de tijd. Hij probeerde de werkelijkheid te ontvluchtten door op zoek te gaan naar een tijdloze dimensie. De interbellumschrijvers daarentegen zijn, geconfronteerd met het verleden, opzoek naar de historische tijd die hoop voor morgen biedt. Ze verlangden naar de toekomst met haar ritmische tijd. Een ritme waarin alles toebehoort tot de cycli des levens. In hun werk wordt juist alles gedateerd en daarmee gesitueerd.</p>
<p>De vier genoemde auteurs pakte als het ware het streven naar een betere samenleving op. Wel onderscheidden ze zich uitdrukkelijk van elkaar door hun politieke kleuren te laten spreken in die roerige tijd waarin een economische crisis heerst en het fascisme opkomt. De politieke polarisatie wordt dus niet alleen volledig omarmt, ze wordt opgezocht omwille van haar mogelijke werking als kompas. Ten einde de collectieve historische ervaring uit te drukken, namen zij een andere tijdservaring aan dan Proust. Zij wilden juist een historische tijd, een tijd van snelle en ingrijpende veranderingen en niet meer een subjectieve ervaring waarin men zich kan ontdoen van de hedendaagse relaas. Op allerlei manieren komt de existentiële tijdsbeleving terug, zoals hun obsessie met de dood en hun angst voor het einde van de beschaving. De samenhang tussen die thema’s is juist de tijd: ze zitten gevangen in de historische tijd. Om los te breken moet er anders met de tijd worden omgegaan.</p>
<p>Het resultaat van Rensens onderzoek is niet alleen interessant voor de literatuurwetenschappen, het is tevens een vernieuwende manier om de literatuur te verwerken in historisch onderzoek. Door de vergelijking vindt men overeenkomsten die karakteristiek zijn voor de tijd. Die overeenkomsten vinden weer hun reflectie in de ontwikkelingen die toen plaatsvonden. Zo heeft Rensen het concept van de tijdsbeleving in het interbellum weergegeven als invloedrijke ervaring en niet alleen als een gevolg van geschiedenis.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/de-tijd-zonder-proust/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lezing Relativisme of Pragmatisme</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/lezingen/lezing-relativisme-of-pragmatisme</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/lezingen/lezing-relativisme-of-pragmatisme#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Oct 2009 21:55:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[Lezingen]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1238</guid>
		<description><![CDATA[Deze lezing heb ik uitgesproken op de 31ste Nederlands-Vlaamse Filosofiedag gehouden bij de Universiteit van Tilburg.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Geachte aanwezigen,</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Alvorens ik hier aanvang wil ik allereerst  mijn dank betuigen voor dat ik hier mag spreken over de discussie tussen  Rorty en Habermas. Zij zijn echt hedendaagse filosofen en niet alleen  omdat zij in de twintigste eeuw geboren zijn. Zo hebben ze naast het  soort filosofie dat zij bedreven ook een nieuwe stijl gehanteerd. Althans,  ik heb het als een vernieuwing ervaren dat zij in latere werken rechtstreeks  op elkaar zullen reageren. Het essay van de een wordt daar gevolgd door  het essay van de ander als reactie. Meestal moet je toch redelijk zoeken  bij de ander, tussen diens regels doorlezen en dus ook minimaal twee  boeken aanschaffen. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Bovenal waren deze twee tijdgenoten  vrienden. Misschien kunt u zich het wel voorstellen wat voor vurige  discussies zij gevoerd moeten hebben: tezamen filosofie bedrijven tot  in de late uurtjes van de nacht. Helaas is het door het ontbreken van  gedegen onderzoek niet mogelijk om precies aan te geven waar deze twee  vrienden en filosofen voor het eerst echt met elkaar in debat traden  en welke invloed zij met de jaren op elkaars werk hebben gehad. Wel  is zeker dat zij elkaar tijdens een congres in 1974 leerde kennen en  dat Habermas toen in ieder geval nog niet bekend was met het werk van  Rorty. Voor de rest zijn we op dit moment overgeleverd aan enkel hun  beider gepubliceerde werk.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Waarom deze twee filosofen alhier  bespreken?</strong><br />
Ik wil hen alhier bespreken omdat ze  mijn inziens ook karakteristiek zijn voor de contemporaire ontwikkeling  van het onderscheid tussen continentale en analytische filosofie. Ze gingen een felle discussie aan en  voor ons als latere lezers kan het soms lastig om een inhoudelijk onderscheid  te maken. Zo worden deze filosofen door sommige in één adem benoemd  als neo-pragmatisten. Gelukkig hebben ze ook over het onderscheid tussen  hen beiden gediscussieerd, dus we hoeven onszelf niet geheel als verloren  te beschouwen. Het verschil tussen beide is belangwekkend,  maar niet eens hetgeen dat hun zo toepasselijk maakt voor deze bespreking. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zowel Habermas en Rorty hebben zich  al gevestigd als filosoof tegen de tijd dat zij elkaar leren kennen. Zo vangt Rorty’s academische carrière  aan in het bolwerk van de analytische filosofie: Princeton University  en stond hij aanvankelijk ook te boek als een uiterst analytische denker.  Rorty vestigt zijn naam in 1967 met zijn boek <em>The Linguistic Turn</em>. De carrière van Rorty kent een significante  wending. Rorty vertrekt vanuit de hardcore analytische filosofie om  zich meer en meer bezig te gaan houden met sociale en politieke theorie.  Volgens sommige is Rorty zelfs geen analytische filosoof meer. Het is tijdens die ontwikkeling dat  Habermas in Rorty’s beeld verschijnt. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Habermas daarentegen komt juist uit  een bijzonder continentaal nest, de Frankfurter Schule. Hij vestigt  zichzelf met <em>Strukturwandel der  Öffentlichkeit</em> (1962) en hij zal later vooral bekend zijn om zijn  communicatie theorie. Habermas kan niet zonder meer tot de continentale  filosofen worden gerekend. Ja, hij speelt met vuur, het pragmatische  vuur, maar dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat hij de continentale  filosofie afwijst, zoals ik dan ook hoop te laten zien. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Na hun eerste ontmoeting kennen zij  beiden nog een lange carrière gekenmerkt door een hoge productie. De  lijst publicaties van zowel Rorty als Habermas is eindeloos. Gedurende  de jaren tachtig en negentig komen er langzaam aan meer en meer lezingen,  essays en boeken met steeds meer besprekingen van elkaars werk. Helemaal  aan het begin van hun onderlinge discussies staan de teksten <em>Die  Philosophie als Platzhalter und Interpret </em> van Habermas en <em>Solidarity or Objectivity?</em> van Rorty. Juist in  deze teksten tekenen de verschillen tussen beide zich hier nog fel af  tegen de achtergrond van hun latere steeds diepgaandere samenkomst.  Met andere woorden: de individuele achtergronden, dus de continentale  en analytische, zijn hierbij goed zichtbaar. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Een Geschiedenis</strong><br />
De discussie die zij voeren gaat namelijk  over hun eigen en gezamenlijke filosofische geschiedenis. Althans, ze  interpreteren de geschiedenis van de filosofie op verschillende wijze.  Daarom zie ik mij genoodzaakt om u allereerst een korte weergave van  die geschiedenis in <em>Philosophy and the Mirror of Nature</em>.<em> </em></span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Daarin geeft Rorty zijn historische  weergave van de discussie over het doel en de daarvoor benodigde vorm  van de filosofie. Hij bespreek daartoe de opkomst van de analytische  filosofie. Beginnend bij Aristoteles, die de eerste  filosofie onderscheidde, de filosofie die zich bezig hield met zijn  van het zijnde, de metafysica. Bij Aristoteles droegen de dingen de  waarheid in zich, de aristotelische essenties. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Tot aan de middeleeuwen bleef dit aristotelische  wereldbeeld gevestigd. Kant geeft ons dan een kennistheorie die de funderingen  hebben gelegd voor ons hedendaags denken. Het ging hem om de pure rede.  Kant ging op zoek naar de fundering van kennis opdat we onze cultuur,  ons mens-zijn vorm konden geven. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Voordien nam men aan dat al onze kennis  zich moest richten naar de objecten, maar alle pogingen om onze ervaringskennis  te funderen waren niet gelukt. Zodoende moest men volgens Kant alleen  nog uitgaan van de a priori kennis. Daarmee kwam het subject dus centraal  te staan. Kants kritiek van de rede bleef het  gezochte fundament voor de filosofie. Zo werd in het begin van de twintigste  eeuw deze claim herbevestigd door denkers als de continentale Husserl. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Husserl benadrukt dat het voor de menselijke  cultuur van het hoogste belang is dat de filosofie als strenge wetenschap  wordt nagestreefd. Om deze strenge wetenschap te bereiken bestrijdt  Husserl bepaalde ideeën, omdat deze tekort schieten bij de theoretische  pretenties van een wetenschap. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zo ook het Naturalisme. Dat is gegroeid  met Hegels filosofie, die zich niet meer fundeert op de kritiek van  de rede, aldus Husserl. Volgens hem is er sprake van een naturalisatie  van het bewustzijn, wanneer men zich laat leiden door een kentheorie  op basis van de empirie. Het kan niet zo zijn dat wij uitgaan van een  natuurlijke werkelijkheid waar de menselijke geest deel van uitmaakt  en welke door die geest op natuurlijke wijze gekend kan worden. Immers, dan moet die kentheorie aangenomen  worden om vervolgens weer ontkend te worden als de premisse van onze  kennis. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Met andere woorden: het naturalisme  binnen de wetenschap formuleert geen fundamentele kritiek op de ervaring  waarop zij zelf stoelt, als geheel. De wetenschap kan de vragen opgeroepen  door haar handelen niet beantwoorden. Vragen naar de voorwaarden voor  die ervaring is immers een kentheorie.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Volgens Rorty werd de filosofie met  het streven naar een wetenschappelijkheid, minder verbonden met de andere  gebieden van de cultuur en zo werd het dat de ‘pretenties’ van de  filosofie absurd leken. Zowel de analytische filosofen als de continentale  deden pogingen om wetenschappelijke activiteiten te funderen en te bekritiseren.  Daardoor werden de filosofen juist weggejaagd van die wetenschappelijke  praktijk. Rorty neemt afstand van de funderingswensen  van de moderne filosofische traditie, zoals deze in haar begin afstand  nam van de dromen van essenties van de antieke filosofie. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">De moderne filosofie richtte zich op  het verkrijgen van zekere kennis, uitgaande van het subject dat die  kennis kan verkrijgen. Het probleem voor de moderne filosofie daarbij  was de relatie tussen de kennis en de aan het subject externe wereld,  de zekerheid van de kennis als accurate representatie van de werkelijkheid. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Dit is wat Rorty de <em>Mirror of Nature</em> noemt. Deze ‘afbeelding’ van de werkelijkheid die wij in onze geest  hebben, bevindt zich in het centrum van de moderne filosofie, in de  epistemologie. De moderne filosofie veronderstelde deze ‘afbeelding’  beter te kunnen kennen, dan de daadwerkelijke werkelijkheid. Zodoende  zit het probleem van de externe wereld ook zo diep geworteld in de moderne  filosofie. Dat is niet meer het geval bij de filosofie die Rorty voorstaat. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">De nieuwe filosofie is pragmatisch.  Rorty introduceert een interessante variant van het pragmatisme. Hij  werpt de verworvenheden uit het verleden niet weg; wel legt hij zich  resoluut neer bij het paradoxale karakter van het naturalisme. </span><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Daarom moet het streven naar de absolute  fundamenten, verwisseld worden voor het leveren van een nuttige bijdrage  aan de discoursen die onze maatschappij vormen en sturen tot een zo  groot mogelijke consensus. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">De nieuwe pragmatische filosofie is  een project van de verbetering en vernieuwing van onze sociale concepties,  opdat deze concepties opgenomen kunnen worden in ons dagelijkse bestaan.  Zo is het dus de bedoeling om voor ons begrip ‘kennis’ een zo strikt  en duidelijke mogelijke definitie te geven, zodat wij gebaseerd op die  definitie onze kennis kunnen uitbreiden. Uiteindelijk dienen we te komen  tot een duidelijke en waar mogelijk verbeterde en vernieuwde conceptie  van de filosofie als geheel. Tot zover mijn grove schets van de  geschiedenis van de filosofie zoals Rorty die vijf jaar na hun eerste  ontmoeting in 1979 beschrijft.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>De filosofie als stadhouder en interpreet</strong><br />
Drie jaar later, in 1981, spreekt Habermas een lezing uit getiteld: <em> Die Philosophie als Platzhalter und Interpret</em>. Daarin verwoord hij  zijn kritiek en benadrukt hij bovenal dat Rorty een relativistische  visie heeft op de filosofische traditie sinds Kant. Habermas herbevestigd  het geloof van Husserl in Kants filosofie als kritiek van de rede. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Habermas ziet nog genoeg samenkomsten  van theorie en praktijk voor een belangwekkende rol voor de filosofie. De wetenschappen zelf stoten steeds  meer elementen van wereldbeelden af en zien af van een interpretatie  van natuur en geschiedenis als geheel. Dit roept bemiddelingsproblemen op  in de sfeer van de wetenschap, moraal en de kunst. Hier ontstaan tegenbewegingen,  die niet-objectieve gezichtspunten toelaten en zo begint de discussie. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">In de communicatieve praktijk van het  dagelijkse leven lopen cognitieve betekenissen, morele verwachtingen,  expressies en waarderingen door elkaar heen. Zij hebben voor een verstandhouding  met de leefwereld een culturele overlevering over de gehele breedte  nodig, en niet alleen de zegening van de wetenschap. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zo zou de filosofie haar betrokkenheid  op de totaliteit kunnen actualiseren in de rol van een interpreet die  op de leefwereld gericht is, door middel van het bieden van hulp en  het weer in beweging zetten van de wetenschappen. De filosofie moet haar rol als plaatsvervanger  en interpreet nemen. Zo onderhoudt zij ‘in ieder geval een thematische  relatie met het geheel’. Er is een filosofie nodig die zich nog niet  van het thema van de rationaliteit heeft afgewend, en welke zich nog  niet vrijgesteld heeft van een analyse van de voorwaarden van het onvoorwaardelijke  van de waarheid. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Habermas ziet dus een filosofie die  helpt de menselijke cultuur op te bouwen en die helpt dichterbij de  waarheid te komen. De filosofie kan en moet haar redelijkheidsaanspraak  in de bescheidener functie van plaatsvervanger en interpreet handhaven.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Habermas over Rorty<br />
</strong>Habermas ziet Rorty de redelijkheidsaanspraak liquideren en daarom  plaatst hij hem in een historische lijn met als voorganger Ludwig Wittgenstein.  Hij initieerde de filosofie als therapie. Zo noemde Wittgenstein de  filosofie zelf de ziekte waarvan zij zich moet genezen. Het zijn taalspelen  dooreen gehaald. De filosofie die zich zelf tot verdwijnen brengt, laat  zo tenslotte alles zoals het is. De opvolger van de filosofie is voor  Wittgenstein het cultureel antropologische veldonderzoek: de geschiedenis  van de filosofie. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Habermas geeft aan dat met deze therapeutische  benadering, de wens naar de culturele vorming wel ten koste gaat van  de wens naar waarheid. En belangrijker nog is dat de rede  van Kant zo een noodzakelijk goed blijft. Dit omdat ook een pragmatische  filosofie die haar grenzen beseft zich niet kan bezighouden met vormende  gesprekken aan gene zijde van de wetenschappen zonder spoedig weer te  geraken in het spoor van de argumentatie, dat wil zeggen in het spoor  van de rechtvaardigende rede. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Volgens Habermas zou Rorty ons eraan  doen twijfelen of de filosofie werkelijk de door Kant aan haar toegedachte  rollen van plaatstoewijzer en rechter kan uitoefenen. De filosofie zou  dan volgens Rorty voor haar nieuwe bescheidenheid moeten betalen met  haar aanspraak van redelijkheid. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Solidariteit of Objectiviteit?</strong> </span><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><br />
In dezelfde maand dat de lezing van Habermas gepubliceerd wordt, in  januari 1983, spreekt Rorty een lezing uit getiteld: <em>Solidarity or  Objectivity?</em> Daarin zet hij het verlangen naar objectiviteit tegenover  het verlangen naar solidariteit. Beide zijn manieren om de zin van het  leven in een ruimere context te plaatsen. Het verlangen naar objectiviteit  is de wens van de mens om zichzelf in een directe relatie met de niet-menselijke  werkelijkheid te plaatsen (correspondentierelatie). Om de solidariteit een universeel karakter  te geven wil men haar funderen in objectiviteit, dat wil zeggen in de  bovenhistorische menselijke natuur. Daarbij is er dus nog steeds sprake  van een verlangen naar objectiviteit. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Relativisme of Pragmatisme?<br />
</strong>Die objectieve correspondentierelatie is onhaalbaar volgens Rorty,  omdat daarvoor de menselijke geest als spiegel voor de werkelijkheid  moet fungeren. Dit terwijl de menselijke geest juist intern is aan dezelfde  correspondentie-relatie. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Volgens Rorty is een etnocentrisch  standpunt vereist tot de andere overtuigingen. Dat etnocentrisme schrijft  Rorty toe aan de pragmatisten. Zij zijn aanhangers van de solidariteit  en sluiten zich bij William James aan dat de waarheid dat is wat goed  voor ons is om te geloven. De pragmatisten geven geen uitsluitsel wat  de correspondentierelatie betreft, maar dat is ook niet noodzakelijk.  De pragmatisten zien het begrip ‘waar’ als flexibel. Het subject  kan iets als ‘waar’ beschouwen in diens cultuur, waarmee dus een  relatie ontstaat tussen het begrip van het subject en de gemeenschap  waarbinnen het object zijn plaats heeft.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Rorty’s afwijzing van het Relativisme</strong><br />
Rorty’s afwijzing van objectiviteit  zou het contact met de ‘ware’ werkelijkheid verbreken. Zo oogt het  wanneer het pragmatisme enkel gezien wordt als een manier om zoveel  mogelijk intersubjectieve overeenstemming te creëren. De objectiviteit  kan dan geen stand meer houden en lijkt het relativisme op de loer te  liggen. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Rorty zelf wijst er al op dat dit genuanceerd  moet worden. Het relativisme bevat drie definities, waarbij alleen de  derde definitie van toepassing is op de pragmatisten. Zo is iedere overtuiging  voor het relativisme even goed als alle andere overtuigingen. Rorty  geeft aan dat deze overtuiging zichzelf weerleggend is. Ook is het begrip  ‘waar’ ambigu met evenveel rechtvaardigingsprocedures als betekenissen.  Dit is volgens Rorty een overspannen denkwijze. Als derde definitie  stelt Rorty: er kan buiten de beschrijving van bekende rechtvaardigingsprocedures  om niets over waarheid en rationaliteit gezegd worden. Nadrukkelijk  stelt Rorty dat een etnocentrische benadering van menselijke kennis  en de mogelijkheid van die kennis, niet gelijk is aan een relativistische  benadering.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Habermas als pragmatist</strong><br />
Opmerkelijk genoeg is in Rorty’s  eerdere werk uit 1979 geen directe verwijzing naar Habermas te vinden,  terwijl hij nu een eerste visie op Habermas denken toont. In dezelfde  tekst laat Rorty zich uit over de waarheidsbegrip van Habermas, welke  hij bestempeld tot een pragmatische. Rorty plaatst Habermas’ waarheidsopvatting  in de categorie waarin men streeft naar solidariteit in de objectiviteit.  En van belang is: “…te onderkennen dat het pragmatische waarheidsbegrip  losstaat van Habermas’ voorstelling van een ‘ideaal vrije gemeenschap’”,  aldus Rorty.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Rorty bekritiseert die ‘ideaal vrije  gemeenschap’ van Habermas als een ‘niet voldoende etnocentrische  begrip’. Volgens Rorty bevindt Habermas zich dus niet onder de objectivisten,  maar onder hen die naar solidariteit streven door die solidariteit te  funderen op de objectiviteit. Rorty plaatst Habermas dus in precies  dezelfde lijn in de filosofie, waar Habermas nog eerder los van probeerde  te staan. Wat blijft is Rorty’s visie dat Habermas een van zovele  pogingen doet om de filosofie of de kritiek van de rede te zien als  een manier om de ware werkelijkheid te kennen.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;"><strong>Fundamentele punten</strong><br />
Ik heb hier aan het begin aangegeven  dat zij karakteristiek zijn voor de hedendaagse ontwikkeling van het  onderscheid tussen analytische en continentale filosofie. Ze belichten  en verdedigen namelijk de ideeën die aan hen zijn overgeleverd. Maar mede door hun onderlinge debat,  zijn ze niet meer als sec analytisch of continentaal te beschouwen. Tegelijkertijd toont een analyse van  hun werk duidelijk een onderscheid. Ik heb gepoogd dit te laten zien  met een korte bespreking van hun werk twee belangwekkende punten. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Er is namelijk een fundamentele overeenkomst  en een minstens net zo fundamenteel verschil tussen beiden, waardoor  wij de contouren van de hedendaagse kloof tussen de continentale en  analytische filosofie in beeld kunnen krijgen. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Zo kan als fundamentele overeenkomst  genoemd worden dat hun beider gedachtegoed gekleurd is door een streven  naar een betere wereld. Hun persoonlijke bijdrage daarvoor is aan beide  kanten van de wereld het voeren van het debat.</span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Bij zowel Rorty als Habermas hebben  dat dit streven naar een nuttige filosofie hoog in het vaandel zit.  Ook beschouwen beiden de rationele mens als verantwoordelijk voor een  betere samenleving. Het is prettig om te merken dat er  filosofen zijn die de best mogelijke toekomst van de mensheid voor ogen  hebben. Met het oog gericht op die toekomst lijkt de kloof tussen de  continentale en analytische filosofie onbelangrijk. Tegelijkertijd komt  zij ons voor als cruciaal voor de vorm die gegeven wordt aan de ambacht  van die toekomst vervaardigen. Wanneer u hun visie op de geschiedenis  van de filosofie in beeld probeert te krijgen, dan doemen zij op. Habermas  ziet een filosofie die haar rechtmatige positie in haar gepaste glorie  moet verkrijgen. Rorty ziet zichzelf in de ontwikkeling van de filosofie  tot een nuttige ambacht. Wat rigoureuzer, maar zeker niet minder gefocused  op de toekomst. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Daarnaast is er zelfs een wezenlijk  verschil. Zo wil Habermas wel een pragmatische waarheidtheorie. Maar  in tegenstelling tot Rorty wil hij wel vasthouden aan ‘een moment  van onvoorwaardelijkheid’ van het idee van waarheid. </span></p>
<p><span style="font-family: Georgia; font-size: small;">Hier is de grens. Het draait uiteindelijk  allemaal om de waarheid. En mijn inziens is het onderscheid tussen de  analytische en continentale filosofie een nuttig middel om dat aan het  licht te brengen. Maar je kunt natuurlijk ook van mening zijn dat het  enkel het toonbeeld van verdeeldheid is. Het ligt er dus maar aan of  je een pragmatische benadering van dit begrip wilt of kunt omarmen. </span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/lezingen/lezing-relativisme-of-pragmatisme/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oproep aan de Faculteit</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/blog/oproep-aan-de-faculteit</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/blog/oproep-aan-de-faculteit#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Oct 2009 10:09:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Blog]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1229</guid>
		<description><![CDATA[Dit is een oproep om de Faculteit Wijsbegeerte aan de VU te bewegen tot heroverweging van hun opkomstplicht zoals die nu vorm gegeven wordt. Ze hoeven namelijk niet te denken dat hun studenten zich er graag makkelijk van afmaken, de meest plezierige weg kiezen of dat hun studenten niet elke mogelijke lering aangrijpen. Mochten ze dat toch denken met wat voor onderwijs zijn ze dan nog bezig? En, verwachten ze dan ook nog maar één bekwame filosoof onder uw studenten te vinden?]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Geacht faculteitsbestuur en examencommissie,</p>
<p>Niet eerder schreef ik aan uw instituut een verzoek dat meer iets weg heeft van een oproep. Vandaar dat deze mail mede gericht is aan het faculteitsbestuur en niet alleen aan de examencommissie. Ik hoop u met het onderstaande te kunnen bewegen tot redelijke heroverweging van de opkomstplicht zoals u die nu doet gelden, aan de hand van mijn persoonlijke situatie als casus.</p>
<p>Het geval wil dat ik een lezing mag geven op de 31ste Nederlands-Vlaamse Filosofiedag (die in een samenwerkingsverband van de Nederlandse en Vlaamse Universitaire filosofen jaarlijks georganiseerd wordt), ditmaal gehouden op de 30ste oktober aan de Universiteit van Tilburg. Ik heb gemakshalve &#8211; en hopelijk om meerdere redenen terecht &#8211; aangenomen dat mijn toelating hiertoe als goed nieuws beschouwd, tenslotte staat één van uw studenten alles wat zij heeft mogen leren van u, haar visie te verkondigen.</p>
<p>Graag draag ik dan met trots uit dat mijn ontwikkeling tot filosofe mede tot stand is gekomen door uw onderwijs dat ik genoten heb. Onderwijs dat zich niet alleen kenmerkt door de fysieke overdracht van prachtige ideeën van vermaarde denkers, maar waarin men zich bewust didactisch verantwoord bezigt ten behoeve van de bekwaamheid van jonge filosofen, de volgende generaties die in de toekomst hun verantwoordelijkheid moeten kunnen nemen in het maatschappelijk debat, aldus dhr. de Munk over een toekomstige verdediging van Islamitische filosofie. Die jonge filosofen dienen dus niet alleen te voldoen aan de opkomstplicht, zij dienen in staat te zijn deel te nemen aan het debat blijkens uw eigen onderwijsreglement, en volgens dhr. de Munk moeten zij zelfs verantwoordelijkheid dragen voor de richting van dat debat.</p>
<p>Ik ben deel van die nieuwe generatie. Dat ben ik niet door verplichting, maar door keuze en hopelijk tot uw genoegen. Helaas wordt mij de vrijheid niet gegeven om een eigen stem, een eigen visie te ontwikkelen. Ik word gehouden aan de opkomstplicht, gezegd zou kunnen worden dat uw studenten als een kleuter behandeld worden. Het verzaken van die plicht betekent in mijn geval niet mijn BA afronden dit jaar, aangezien dit vak een van de zes vakken is die ik nog moet afronden. Nu wordt het tweede inleidende tekstcollege van mevrouw Martijn gegeven op de 29ste en ik mag niet hiervoor afwezig zijn, zo werd mij eerder gemeld. Tot dusver hoef ik van uw opleiding geen tips en trucs te verwachten, wel kan ik een beperking van mijn leermomenten verwachten.</p>
<p>Immers voor een meer bekwaam filosoof als uzelf geldt ongetwijfeld dat u waarschijnlijk niet de dag voor een lezing nodig heeft voor uw gemoedsrust; ik, een zelfstandige jonge academicus die zich wil bekwamen in deelname aan het filosofische debat, daarentegen heb die tijd wel degelijk nodig voor mijn eerste filosofische lezing. Niet eerder sprak ik voor een publiek van medefilosofen en momenteel voel ik mij hier niet in gesteund. Wat is tenslotte één college met het oog op de les die ik uit het geven van mijn voordracht kan halen? Is uw onderwijs niet bedoeld om mij op deze manier te bekwamen? Immers, het gehele proces, de voorbereiding, de te maken keuzes, de oefening, de laatste zenuwen, de uiteindelijke ontknoping en met name de gelatenheid zijn allen deel aan die groei.</p>
<p>Nadat ik de studieadviseur benaderd heb, ik aangedrongen heb dat ik onder geen beding mij laat dwingen &#8211; hetgeen dat juist zorgt voor een vervelende gemoedstoestand in deze leergang &#8211; heb ik te horen gekregen dat ik dan toch nog een &#8216;flinke opdracht&#8217; kan krijgen. Een opdracht die ik meer dan graag aan neem en welke ik eerder reeds had geopperd als oplossing, maar toen niet kreeg. U hoeft namelijk niet te denken dat uw studenten zich er graag makkelijk van afmaken, de meest plezierige weg kiezen of dat uw studenten niet elke mogelijke lering aangrijpen. Mocht u dat toch denken met wat voor onderwijs bent u dan nog bezig? En, verwacht u dan ook nog maar één bekwame filosoof onder uw studenten te vinden? Op deze wijze lijkt het in ieder geval zo dat u niet eens in uw eigen studenten gelooft, laat staan als jonge filosofen die op zoek zijn naar voorbeelden om te volgen en natuurlijk naar inzichten om hun wijsheid mogelijk te maken.</p>
<p>Natuurlijk wilt u graag dat uw collegezalen niet leeg zijn, dat uw lessen worden geleerd, dat uw studenten zo snel mogelijk door uw onderwijsprogramma heen gaan, maar dat alles ten koste van wat? Mijn inziens bereikt u dat momenteel doordat u de kwaliteit van uw onderwijs en misschien belangrijker nog, uw filosofie, verruild heeft voor kwantiteit van het aantal afstuderende studenten. Wat is tenslotte een filosoof die zich niet verantwoordelijk voelt voor zijn of haar kennis of ideeën en met name de manier waarop hij of zij dat overdraagt? Wilt u echt zulk soort onderwijs geven? Wat denkt u mee te geven aan uw studenten? Discipline boven alles, zelfs de filosofie? U leert zo in ieder geval niet de eigen verantwoordelijkheid te kiezen voor toewijding aan de filosofie!</p>
<p>U geeft op deze wijze geen mogelijkheid, ruimte en bovenal steun aan studenten als ik, gewenst of niet: toekomstige collega&#8217;s, om respect te hebben voor het onderwijs dat u wilt aanbieden. Het zal mij daarom op de Nederlands-Vlaamse Filosofiedag geen genoegen doen om te zeggen: &#8216;mede dankzij mijn leermeesters en voorgangers, de filosofen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam&#8217;. Ik kan dat nog niet eens zeggen, een succeswens kon er namelijk nog niet eens van af!</p>
<p>Mijn excuses voor deze oproep, maar ik zie mij er echt toe genoodzaakt. Immers, hoe zullen jullie een volgende keer, op een andere student in mijn situatie reageren? Ik hoop bovenal dat een dergelijke reactie van de faculteit in de toekomst vermeden wordt en dat studenten juist aangemoedigd worden tot dit soort activiteiten.</p>
<p>Afwachtend op uw hopelijk behulpzame maar in ieder geval redelijke reactie, verblijf ik.</p>
<p>Hoogachtend,</p>
<p>Sharon Hagenbeek<br />
<a href="http://www.sharonhagenbeek.nl/" target="_blank">www.sharonhagenbeek.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/blog/oproep-aan-de-faculteit/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dulce Maria Cardoso: ‘Al mijn boeken gaan over het menselijke bestaan’</title>
		<link>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/dulce-maria-cardoso-nederlands</link>
		<comments>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/dulce-maria-cardoso-nederlands#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 10 Oct 2009 14:01:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sharon Hagenbeek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuurwetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[fp]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://sharonhagenbeek.nl/?p=1221</guid>
		<description><![CDATA[Deze zomer won Dulce Maria Cardoso de European Union Prize for Literature. Deze eer werd haar toegekend voor haar tweede roman Os Meus Sentimentos. Recent werd dit boek vertaald naar het Nederlands en is het verschenen onder de titel: “Violeta en de Engelen.” Land van herkomst, Portugal ontving het boek dankbaar, en nu kan ook Nederland er dan eindelijk van genieten.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Deze zomer won Dulce Maria Cardoso de European Union Prize for Literature. Deze eer werd haar toegekend voor haar tweede roman <em>Os Meus Sentimentos</em>. Recent werd dit boek vertaald naar het Nederlands en is het verschenen onder de titel: “Violeta en de Engelen.” Land van herkomst, Portugal ontving het boek dankbaar, en nu kan ook Nederland er dan eindelijk van genieten.</p>
<p>Het boek verteld het verhaal van een extreem vette vrouw genaamd Violetta. Het verhaal begint met haar laatste momenten, wanneer ze terugkijkt op haar leven. Zij is naar eigen zeggen onbekend met de liefde; gedurende haar leven heeft ze aan haar behoefte naar menselijk contact voldaan met brute seks op parkeerplaatsen langs de kant van de weg. Haar strijd met het hedendaagse schoonheidsideaal is een verhaal van schuld. Ze voelt zich schuldig voor de schaamte die haar familie heeft moeten doorstaan vanwege haar verschijning. De eenzaamheid, het verlangen en het verraad, allen deel van het menselijke bestaan, maken het verhaal verre van een zoetsappig liefdesverhaal. Al snel wordt het duidelijk dat leven veel gecompliceerder is dan gewoon de liefde of het geluk van één persoon.</p>
<p>Cardoso zegt over Violeta’s conflicten: ‘Terwijl ik aan het schrijven was over Violeta, had ik het over discriminatie. Daar zijn vele vormen van; we hebben het wel altijd over de kleur van onze huid, maar niet over hoe we er verder uitzien, zoals over lelijkheid. Violeta is vet en we behandelen haar er anders om. Ooit las ik in een krant dat het erger is om dik te zijn dan om gehandicapt te zijn. En op school zijn kinderen heel gemeen tegen kinderen met overgewicht. Waarom hebben we het altijd over tolerantie, maar kunnen we hier niet goed mee omgaan? Er is geen beter of slechter, we zijn zoals we zijn en we moeten dat accepteren.’</p>
<p>Maar het verhaal van Violeta is niet het enige thema in dit boek. Het belang van de Portugese geschiedenis wordt misschien niet direct gevonden door de Nederlandse lezer, want het is pas later in het verhaal dat het duidelijker wordt. Beetje bij beetje, wanneer Violeta terugdenkt aan haar vader, komt een ander gezicht van de revolutie aan het licht. Hoe terzijde dit ook mag lijken, het is essentieel voor Cardoso: ‘Ik wilde aandacht besteden aan de Revolutie uit 1974, maar op een andere manier dan normaal. Bijna vijftig jaar lang hebben we een dictator gehad en de Portugezen spreken meestal over de daarop volgende revolutie als het beste dat ooit is gebeurd in onze nationale geschiedenis. Natuurlijk was het heel erg goed, maar ik vond dat er ook een ander verhaal te vertellen was, het verhaal van de mensen die niet zo blij waren met de revolutie. Het is niet aan mij om te bepalen welke kant van het verhaal goed of fout is. Ik geloof niet in literatuur als publiek debat, het is gewoon een verhaal. Ik wilde het daarover kunnen hebben en over de veranderingen die plaats hebben gevonden in ons land sinds die tijd. Toen ik klein was waren er veel van die typisch kleine bedrijfjes, de buurtwinkeltjes en de schoonheidssalon zoals in het verhaal van Violeta. Vandaag de dag behoren de meeste van deze bedrijfjes tot internationale ketens of zijn ze simpelweg vervangen door restaurants of Chinese shops. Alles is veranderd.’</p>
<p>Op meerdere manieren is dit een ongebruikelijk boek en dat blijkt duidelijk Cardoso’s intentie te zijn geweest: ‘Toen ik begon met het schrijven van dit boek was ik geïnteresseerd in dood en herinnering.’ Vanwege dit laatste thema koos ze een opmerkelijke schrijfstijl. ‘Ik wilde een formele exercitie qua stijl gebruiken. Dat begint al bij het eerste woord, dat hetzelfde is als het laatste woord van het boek. Dat vertegenwoordigt voor mij het idee van de eeuwigheid. Om dezelfde reden zijn er geen punttekens in het gehele verhaal; ik schreef in opvolgende delen van zinnen, omdat volgens mij herinneringen ook zo werken: die komen tot ons in kleine stukjes. Wat ik bedoel is dat als we ons iets herinneren, dan herinneren we niet het gehele ding maar stukjes ervan. Een herinnering kan tot ons komen door een geur, een geluid, een gezicht enzovoorts.’ Ze vervolgt, ‘Ik wilde ook schrijven zonder toekomstige werkwoordsvormen, want het is een stream of consciousness, een gedachtestroom, dus die werkwoordsvormen zouden overbodig zijn. Het was belangrijk voor mij om geen toekomst te hebben in het verhaal. Ik wilde namelijk werken met het verleden en het heden, en de toekomst is zo’n beetje het tegenovergestelde van herinnering.’ Het is dan ook een behoorlijke prestatie dat de Nederlandse vertaling veel van deze schrijfstijl heeft weten te behouden. Dat zal ten delen ook zijn vanwege Cardoso’s benadering van het vertaalproces: ‘Ik kijk naar vertalingen als een samenwerking, ik heb er geen controle op. De vertalers schrijven in die taal en mijn boek was daarvoor slechts het begin, de vertaling is daarom hun boek. Het zou onmogelijk zijn om dat precies hetzelfde te maken als de originele versie. Ze zijn verschillend en dat vind ik niet erg. Zelfs als je een taal kent, maar het is niet je moedertaal, dan zul je in die taal nooit in staat zijn om te zeggen wat je bedoelt. Voor een schrijver kan dit heel gecompliceerd zijn, omdat we geobsedeerd zijn door woorden. Het kan je ook leren om nederig te zijn. De vertaling van mijn boek, is mijn boek volgens de vertaler. Ik hoop dat men kan genieten van de vertaling, ondanks de verschillen, omdat ik het heb over het menselijke bestaan, over de dood, en in dat perspectief zijn we overal hetzelfde. Al mijn boeken gaan over het menselijke bestaan.’</p>
<p>Cardoso’s ideeën en stijl komen zeker over en het is lovenswaardig dat een schrijver in staat is tot zo’n prestatie, maar Cardoso vind het zelf niet zo bijzonder: ‘Wanneer ik schrijf  probeer ik altijd nieuwe dingen. Geen van mijn boeken zijn daarom hetzelfde, ze zijn volledig verschillend. Waarschijnlijk bestaan er wel andere boeken die lijken op mijn boek, maar die heb ik nog niet gelezen; of ze zijn in een andere taal, of ik heb ze gewoon nog niet gelezen. Alles is al eens eerder gedaan, er bestaat niet zoiets als een nieuw iets, niemand doet iets nieuws.’ Hoe bescheiden ze ook mag zijn, het zal geen verrassing zijn dat ze met haar eerste boek, <em>Campo de Sangue</em> (dat nog niet naar het Nederlands vertaald is) ook in de prijzen viel. Momenteel is ze alweer bezig met het afronden van haar volgende verhaal: ‘Dat zal gaan over macht, weer een totaal ander boek’, en misschien is ook dat weer een prijswinnaar.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://sharonhagenbeek.nl/literatuurwetenschap/dulce-maria-cardoso-nederlands/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
