Dit is een andere recensie van het hier eerder gerecenseerde werk: Het Heksenhuis, J. Zirkzee. Hierbij is niet ingegaan op de gemaakte keuzes van vorm en wijze van presenteren van het verhaal. Er bestaat een duidelijke scheiding tussen lezers die vinden dat je wel of juist niet deze zaken bij de ontvangst van het verhaal kunt betrekken. Zie hiervoor ook: een essay dat het realiteitseffect beschrijft.
Een geschiedenis is tot leven gebracht in Het Heksenhuis die de meesten onbekend zal voorkomen. Je weet dat er in de middeleeuwen onschuldige mensen als heksen vervolgd werden, maar de details, het hoe en waarom ervan zijn ken je niet, laat staan dat je er meer dan een statisch beeld van hebt. En toch ging het om echte mensen met een verhaal en niet om dodenaantallen. In die onwetendheid brengt dit vierde boek, de derde historische roman, van historica Jacqueline Zirkzee verandering.
Het heksenhuis gaat over de heksenvervolging in de zestiende en zeventiende eeuw, een onderdeel van de conflicten tussen reformanten en katholieken. Die laatsten probeerden hun macht te behouden, mede door de vervolging van ‘het kwaad’ – de heksen. Dat hoefden niet per se reformanten te zijn; vriend en vijand van de katholieke kerk, in alle lagen van de samenleving, konden tot heks bestempeld worden. Die willekeur maakt dit boek ook zo spannend om te lezen, terwijl de details van het alledaagse leven en de impact van die vervolging daarop, je nieuwsgierigheid bevredigen.
Eva Babel loopt gevaar wanneer haar moeder – een brave katholieke – als heks gearresteerd wordt. Ze gaat op zoek naar haar moeder en daarvoor gaat zij onder een andere naam werken in de gevangenis waar de heksen worden vastgehouden, het Heksenhuis. Ze kan haar moeder niet redden, maar ze is vastberaden om iets te doen. Als ze een brief vindt van een andere veroordeelde aan diens dochter, Vera, besluit ze haar de boodschap van de brief over te brengen. Daarbij wordt ze bijna ontmaskerd, en omdat het nu ook niet lang meer duren voordat de autoriteiten achter haar en Vera aankomen, besluit Eva op de vlucht te slaan, samen met Vera, Vera’s broertje Hans Georg en Eva’s collega Jop.
De reis die het gezelschap vervolgens aflegt gaat door Duitsland en Nederland naar Leiden. Tijdens de pelgrimstocht probeert Vera als goed katholiek nog steeds vrijspraak te krijgen. Ze laat zich wegen bij de Oude Waag in Nederland en wordt op het juiste gewicht bevonden. Die vrijspraak betekent niet dat ze niet meer vervolgd kan worden, maar in Nederland kan ze redelijk vrij verder leven. Voor die vrijheid moet ze echter wel een zware prijs voor betalen. Door de reis is ze ernstig verzwakt. Ze kiezen voor haar herstel voor Leiden, ver van het Bamberg waaruit wijbisschop Friedrich Fröner Eva najaagt.
Niet alleen bespreekt Zirkzee de geschiedenis van de macht van de katholieke en protestantse kerken in Europa, ook de algemenere ontstaansgeschiedenis van Leiden en andere plaatsen, naast, natuurlijk, de manier van leven, die de personages aan den lijve ondervinden. Hierbij komt wel het voornaamste gevaar van een historische roman naar voren: het verlies van een degelijk evenwicht in de verdeling tussen het verhaal en de geschiedenis. Wat is belangrijker om verteld te worden, is het überhaupt mogelijk om beide kanten volledig te belichten? Het heksenhuis ís hier en daar onevenwichtig. Het is hartstikke spannend, maar aan de spanningsboog wordt op het verkeerde moment de geschiedkundige informatie gehangen. Die geschiedenis verdringt het plot af en toe wel erg sterk. Een goede illustratie is de volgende passage tijdens Fröners zoektocht naar Eva. Hij heeft net iemand gesproken die hem over haar verblijf in een klooster en na het gesprek volgt niet direct zijn afweging van de situatie of zijn eventuele volgende stappen, maar:
‘… het meisje [was] weer opgedoken en dat veranderde alles. Juist nu alles leek af te stevenen op een ongekende triomf voor de moederkerk. De Protestantse Unie was onherstelbaar verzwakt en de keizer had dit voorjaar het Edict van Restitutie uitgevaardigd. Dit edict hield in dat alle kerkelijke bezittingen die de ketters zich hadden toegeëigend in de periode na 1555 moesten worden teruggegeven aan de katholieken. In dat jaar had keizer Karel de Vijfde onder grote druk een algemene vrijheid van godsdienst toegestaan in het Heilige Roomse Rijk. Spotters stelden dat de Duitse Landen sindsdien noch heilig, noch Rooms waren, noch een rijk vormden. De protestanten hadden zich sinds 1555 meester gemaakt van meer dan vijfhonderd kloosters, zeven bisdommen en twee aartsbisdommen. In dit jaar des Heren 1629 zouden deze alle terugkeren in de schoot van de moederkerk: een ware revolutie. De hele operatie zou niet zonder slag of stoot voltooid worden, maar wanneer het Edict van Restitutie eenmaal overal was doorgevoerd zou het Heilige Roomse Rijk zijn naam weer eer aandoen.’
En dat terwijl Zirkzee het wel kan, een getrouw beeld van de geschiedenis geven en toch de spanningsboog in stand houden:
‘”Maar hij is je broertje!” siste ze Vera toe nadat de monnik Hans Georg was gaan halen.
“Ik weet het. Maar als hij het hier nu naar zijn zin heeft? Wat heb ik hem te bieden? Als de Boze bezit heeft genomen van mijn ziel steek ik hem misschien aan. Het zou zijn redding kunnen zijn als hij ervoor kiest een man van God te worden.”‘
Het hoeft dus niet zo uitvoerig beschreven te worden: al bij zulke zinnen realiseer je je dat een sterk gelovige samenleving ook een hele andere manier van denken en leven betekent.
Al met al is dit een roman die je goed inlicht over het drama van de heksenvervolging en de manier van leven in de zeventiende eeuw. Zelfs met soms te uitgebreide geschiedkundige feiten houd je een bijzonder spannende en realistische historische roman over.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer