Dit is een autobiografie over de periode waarin Gabriel García Márquez groeit tot de schrijver die hij nu is. De verhaallijn loopt van zijn jeugd tot ongeveer zijn dertigste met hier en daar sprongen naar later, maar het gaat voornamelijk over die eerste dertig jaar. In die tijd vinden belangrijke gebeurtenissen plaats, voor Colombia en ook voor Márquez. Het is daardoor tevens een goede inleiding tot de cultuur van Colombia. Veel aandacht krijgen dan ook de donkere periodes vanaf de duizenddaagse oorlog die eindigde in 1902. Vanaf die oorlog toont Márquez een volk dat in een constant scherp gespannen conflict leeft. In zijn persoonlijke getuigenis, van de drama’s die het volk getekend hebben tot een weergave van zijn belevenissen tijdens de volksopstand in 1948, vertelt Márquez over belangwekkende personen die hij gedurende deze periodes tot vrienden heeft gemaakt; van Fidel Castro tot de vermoorde liberale presidentskandidaat Jorge Eliécer Gaitán, bij allen schetst Márquez een beeld van hoe hij ze gekend heeft. Márquez’s beschrijving van de jaren van de volksopstand laat zich lezen als een spannende oorlogsroman.
Ook zijn journalistieke bezigheden komen goed aan bod. Hij vertelt over de censuur die men te lijf probeert te gaan tijdens deze onrustige jaren. Zijn passie voor de reportage ontwikkelt zich in deze tijd en hij plaatst die passie in de lange periode van censuur. Hij vertelt over stukken die hij niet heeft mogen schrijven en stukken die geschreven hadden moeten worden; daardoor is de geschiedenis een volledigere geschiedenis van Colombia dan zomaar een pagina op Wikipedia. Het zijn geen feiten die hij nu de revue laat passeren, het zijn vrienden van hem die omkomen.
Het Colombiaans leven komt warm en hartelijk over. Iedereen heeft overal familie zitten en iedereen heeft het zwaar met rondkomen en staand blijven in de jaren van onderdrukking. Márquez vertelt met zo’n souplesse over de alledaagse omgang, dat je je zou afvragen of Europeanen in zulke onrustige tijden ook nog zo met elkaar blijven omgaan.
Naast de compassie die Márquez opwekt voor de geschiedenis en de ontwikkeling van het land en haar volk, geeft Márquez ook bijzonder verhalend de voor hem belangrijke en vormende persoonlijke herinneringen uit die periode. Veel van deze herinneringen zijn direct verwerkt in zijn romans. Met de leeservaring van een ander werk van hem is het leuk om te ontdekken hoe hij tot die roman is gekomen. Márquez beperkt zich voornamelijk tot een weergave van het tot stand komen van zijn eerste roman “Afval en dorre bladeren”, maar ook de andere romans laten zich duidelijk in zijn geschiedenis terugvinden.
Voor de Colombia-fan en de Márquez-fan is dit een must-read, maar zelfs al ben je geen van beiden bijzonder, dan is het alsnog een geweldig boek voor de vakantie: het is een dik boek gevuld met mooie zinnen die bijzonder verhalend de opmerkzame anekdotes vertellen. Het boek is een uitstekend argument waarom het alledaagse goed geschikt om als onderwerp voor een bijzondere en vaak zelfs mystieke roman te dienen.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer