Het Heksenhuis is een boek waarin je goed kunt lezen hoe moeilijk het daadwerkelijk is om een goede historische roman te schrijven. Daarvoor moet het onderwerp – de te bespreken geschiedenis – door het relaas heen vervlochten zitten en het liefst niet eens de boventoon voeren. In dit boek is een haast mythische geschiedenis beschreven, dat wil zeggen dat er een deel van onze geschiedenis aan bod komt die niet of beperkt op de middelbare school behandeld wordt. Zoals de titel ook al aangeeft gaat het over heksen en nog meer over de heksenvervolging in de zestiende en zeventiende eeuw. En inderdaad na het lezen van dit boek kun je als één van de weinigen uitleggen welke conflicten er speelden tussen de reformanten en de katholieken. De laatste probeerden hun macht te behouden en gebruiken die daardoor voor de vervolging van het kwaad – de heksen. In alle lagen van de samenleving liep men gevaar om tot heks bestempeld te worden, ook de katholieken zelf waren mogelijke heksen. Dat maakt dat dit boek ook spannend is om te lezen.
Het hoofdpersonage Eva Babel loopt gevaar wanneer haar moeder ook als heks wordt gearresteerd. Maar de dappere Eva gaat op zoek naar haar moeder en daarom gaat zij onder een andere naam werken in de gevangenis waar de heksen worden gehouden, het Heksenhuis. Aldaar is zij helaas niet in staat om haar moeder te redden. Wel vindt zij een brief van een andere onschuldige aan diens dochter. Eva besluit actie te ondernemen en de boodschap van de brief over te brengen aan die dochter Vera. Samen met een Vera’s broertje Hans Georg en de collega van Eva Jop slaan zij op de vlucht. Het zal niet lang meer duren voordat de autoriteiten achter Vera en Hans Georg aankomen en Eva kan niet meer terug, omdat ze bijna ontmaskerd was.
De reis die het gezelschap vervolgens aflegt gaat door Duitsland en Nederland naar Leiden. Deze reis vindt pas plaats na de eerste helft van het verhaal, dus er is geen duidelijke keuze gemaakt tussen de hoofd- en bijzaken in het verhaal. Zo krijgen de gebeurtenissen voorafgaand aan de reis meer aandacht dan het geval zou zijn als zij louter inleidend bedoeld waren.
Tijdens de spannende reis wordt het ook nog eens een geschiedenis van de macht van de katholieke en protestante kerken in Europa gegeven. Hierbij komt wel de eerste zwakte van een historische roman naar voren: de verdeling tussen het verhaal en de geschiedenis. Wat is belangrijker om vertelt te worden en is het überhaupt mogelijk om beide kanten volledig te benutten. Ook bij dit verhaal geeft deze verdeling af en toe een vervelende leeservaring: het is hartstikke spannend, maar om te weten hoe het verder gaat moet je eerst door een paragraaf dit niet gerelateerd lijkt te moeten lezen. Het is wel een historische roman, maar de verdeling laat hier en daar dus wel enigszins te wensen over.
Een meer storend aspect van dit verhaal is dat er overdreven gepoogd is om het verhaal in eigentijdse taal te schrijven, zozeer zelfs dat er uitdrukkingen en woorden te vinden zijn die gewoon storen. Deze houterigheid is met name aan het begin van het verhaal meer aanwezig met woorden als ‘brein’ (in die tijd sprak men wel over het verstand en dacht men vanuit het hart), maar geleidelijk aan wordt het minder en wordt het beoogde realiteitseffect wel behaald met zinnen als:
“Het dunne witte nachthemd dat de meid over haar hoofd getrokken had, maakte dat ze zich naakt voelde, hoe warm en behaaglijk ze er ook bij lag, met een maag vol koek en warme wangen van de wijn. Kleren die enkel gebruikt werden om in te slapen, wat een verspilling.”
De toenmalige manier van leven wordt als basis genomen en daar bovenop krijgt de lezer een flinke portie historische uitleg. Alleen wordt er bij die uitleg wordt een ernstige – mijn inziens onvergeeflijke – fout gemaakt. Er wordt namelijk voor brieven die ‘echter’ moeten lijken dan het verhaal comic sans als lettertype gebruikt. Walgelijk, normaal gesproken is het apparaat van een lettertype verandering voor ‘officiële documenten’ iets waardoor het lijkt alsof dit verhaal gebaseerd is op feiten. En bij dit verhaal is dat ook het geval, achterin het boek staat zelfs een uitleg over de geromantiseerde brieven. Maar om iets echt te laten lijken in een verhaal uit de zeventiende eeuw, mag men geen comic sans gebruiken; men dient zich dan te bedienen van een gotisch lettertype dat tenminste aan de tijd gebonden lijkt en niet van zo’n ‘vrolijk’ lettertype – de naam ervan mag wel aangeven waar het lettertype voor bedoeld is. Nu had het als resultaat dat je gelijk uit het verhaal geschrokken wordt en je vervolgens ook nog een soort clownsgeschrift moet lezen.
Deze brieven zijn gelukkig beperkt in het boek aanwezig en kunnen desgewenst ook overgeslagen worden – ze zijn niet essentieel voor het verhaal. Sterker nog, gevraagd zou kunnen worden waarom ze er überhaupt in zitten. Als je ze in ieder geval overslaat houd je een bijzonder spannende en realistische historische roman over die je goed inlicht over het drama van de heksenvervolging en de manier van leven in de zeventiende eeuw.

3 reacties tot nu toe ↓
1 Jacqueline Zirkzee // 12 jan 2009 at 18:53
In ieder geval heeft het boek je behoorlijk bezig gehouden! Geweldig als iemand zo gedetailleerd leest en observeert! Dat van dat lettertype, tja, dat is de keus van de vormgever geweest – ik heb me vooral zorgen gemaakt over de lettergrootte, omdat er bij uitgeverij Conserve wel eens klein gedrukt wordt om ruimte te sparen en ik was alleen maar heel opgelucht dat daar niet op bezuinigd is. In elk geval zijn de kaartjes wel helemaal 17e eeuws.
2 Kees de Bakker // 13 jan 2009 at 09:43
Conserve hanteert in doorsnee een corps van 10/13 punts, meestal gezet in de letter Sabon of andere letters naar smaak van auteur en zetter. Het gebeurt ook wel dat een extra groot corps wordt uitgezocht omdat dat beter bij een literair boek past zoals binnenkort Les chats de Lili van Lili en Philip Freriks of bij een detective die lekker leesbaar moet zijn. Elk boek zijn letter en zijn smaak. Waarbij Jacqueline Zirkzee met haar drie historische romans Mykene, Het boek van Tristan en Isolde en Het heksenhuis niet te klagen heeft gehad. Als historica schreef ze bovendien op mijn verzoek heel verdienstelijk de geschiedenis van de uitgeverij op die het afgelopen jaar 25 jaar bestond onder de titel ‘Onbeperkt houdbaar! – 25 jaar uitgeverij Conserve’. Conserve is mede vernoemd naar de gelijknamige eerste roman van Willem Frederik Hermans, het feit dat mijn vader in zijn groenten-en fruitzaak ook conservenblikjes verkocht en als uitgever ben je ook een conservator, in de hoop dat je boeken conserveert die ook nog gelezen worden door je nageslacht. Voorbeelden daarvan zijn onder andere Non nobis van Hanny Alders, een roman over de ondergang van de Tempeliers, half miljoen exemplaren verkocht en Hoe duur was de suiker? roman over de slavernij van Cynthia Mc Leod, binnenkort verfilmd door Jean (Wit licht) van de Velde en straks te zien in vijf delen bij de VARA.
3 Sharon Hagenbeek // 13 jan 2009 at 12:26
Beste Kees,
Heeft u de recensie gelezen? Het ging mij om het comic sans dat specifiek gebruik werd voor ‘echte’ brieven uit de 17e eeuw. Het realiteitseffect gaat volledig verloren met zo’n lettertype.
Reageer