Sharon Hagenbeek is Watching You!

Geïnspireerde ghostwriter gezocht

30 januari 2009 door Sharon Hagenbeek

“Soms sloot ik mijn ogen” is zo’n roman die met te veel precisie in elkaar is gezet. Daardoor duurt het ook lang alvorens deze vertelling op gang komt en kun je tot het einde der dagen wachten om te genieten van dit verhaal.

De ghostwriter Otto Vrijbloed volgt Nisha Blijsma, die als kind geadopteerd is, terug naar haar geboorteland India. Het is de bedoeling dat hij haar levensverhaal schrijft: een kind dat uit een problematische situatie is ontsnapt en dat de waarheid gaat zoeken. De onduidelijkheden over haar verleden houden je er als lezer gemakkelijk bij, maar naarmate het verhaal vordert blijkt steeds meer dat Nisha de boel bij elkaar verzint. Waar het haar dan wél om gaat wordt tegen het einde duidelijk, maar tegen die tijd is dat niet iets dat er nog toe doet.

Het schrijven van Nisha’s geschiedenis is voor Otto de mogelijkheid een ander in te vullen als ware het een leeg persoon. Uiteindelijk levert hij Nisha een verhaal op dat letterlijk hun gezamenlijke kindje is, maar hij wil er niets meer mee te maken hebben. Dát verhaal wilde hij haar niet geven.

De discussie die te voeren is over de oorspronkelijkheid van een verhaal en de verteller ervan wordt ten overvloede aangezwengeld door dit boek. ‘Een verhaal van lost and found. Van kiekeboe, ik-tel-tot-tien en ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet’ is het dan ook niet geworden, maar wat is het dan wel?

Otto heeft het bestaan van een loser, en Nisha gelooft misschien nog wel goed in hindoeïstische begrippen, maar is eigenlijk ronduit gestoord; zij zijn degenen waar het verhaal over gaat. In de woorden van Otto: ‘Dit had hoegenaamd niets meer te maken met de reconstructie van een levensgeschiedenis. Dit was een ranzige mengeling van een boeketreeksromannetje, een detective en een pornografisch geschrift’.

Om daadwerkelijk iets toe te voegen aan een discussie, moet dit boek natuurlijk ook een punt maken of in ieder geval een goede weg daarnaar toe. Helaas komt het karakter van Otto niet verder dan die zielige en lege persoon die alleen maar een mooi verhaaltje probeert te schrijven. In het begin zijn Otto’s gedachten storend voor het verhaal; aan het einde zijn ze afwezig, maar blijken ze juist nodig. Nisha, die alles in haar leven, hoe lastig ook, aan elkaar fabriceert om haar ideeën over het leven staande te houden, geeft de afronding aan het verhaal.

Uiteindelijk kun je de rekening opmaken. Aan de taalbeheersing van de auteur ligt het niet: waar mogelijk is er gebruik gemaakt van mooie en beeldende zinnen. Ook is er een voor de lezer bekende verteller aanwezig, degene die Nisha op de voet volgt, haar ghostwriter. Nisha zelf heeft haar eigen verhaal en later incorporeert ze het verhaal dat zij samen met Otto maakt, maar ze is geen geloofwaardige verteller meer. Wanneer haar verhaal duidelijk wordt, geeft zij de lezer een overdaad aan symboliek om de focus te verleggen naar het verhaal van Otto, de schrijver van andermans verhaal. Om het in zijn eigen woorden te stellen:

‘Niets dan offers moest je brengen als ghostwriter, en uiteindelijk ging degene voor wie je jezelf zo klein had gemaakt met jouw moeizaam vergaarde vruchten aan de haal. Stank voor dank. Je reinste masochisme was het, dat wist hij ook wel. Erger nog: hij was ervoor geboren. Dat was zijn enige talent: virtuoos in het stof te kruipen voor iemand anders – iemand die nog niemand was, pas iemand werd dankzij hem, de man die altijd onzichtbaar bleef, de sublieme schim die als stof uiteen zou vallen zodra men de schijnwerpers op hem zou richten.’

Nisha mag ze dan misschien niet op een rijtje hebben, toch ziet zij zijn deel aan het verhaal wel degelijk, en ze eist ook zijn verantwoordelijkheid op na de geboorte van hun verhaal. Helaas is  uiteindelijk de lezer het kind van de rekening.

Share Share

Boekrecensies

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer