Niets is een frequenter thema in onze literatuur dan de vele liefdesgeschiedenissen waarin de echte liefde bloeit. Natuurlijk leven we niet meer in de tijd van Romeo en Julia, maar daarmee is nog niet gezegd dat al die prachtige vertellingen voor ons inhoudsloos zijn. Vaak lezen we in liefdesverhalen niet alleen over de moraal van het verhaal – de ware liefde -, maar juist ook over de onvermijdelijke dilemma’s die ons zo menselijk maken. Waarom streven we de liefde eigenlijk na? En is er een ‘correcte’ manier een ander lief te hebben?
Onze visie op liefde is door de eeuwen heen aanzienlijk veranderd. Zo hebben we gelukkig minder last van het verschil in vrijheid tussen mannen en vrouwen, wat in eerdere tijden nog beschreven werd als iets dat de liefde in de weg staat. Maar daarmee is nog niet het verschil in de manier waarop we liefhebben verdwenen.
Ook tijdens het leven van Gustav Flaubert genoten vrouwen nog niet bijzonder veel vrijheid; hij is dan ook een van de eerste mannen die dat eerlijk beschrijft. Maar in Flauberts Madame Bovary is dat niet het voornaamste verschil tussen de twee hoofdpersonages, Emma Bovary en haar man. Ogenschijnlijk vormen zij een goed stel, maar zo eenvoudig blijkt het niet te zijn. Emma heeft last van sleur en zij denkt dat dit het gevolg is van haar gebrek aan vrijheid als vrouw. Ze is getrouwd met een uiterst normale en enigszins lichtzinnige echtgenoot, Charles. Die beschouwt zichzelf de gelukkigste man op aarde met zo’n bekoorlijke vrouw. Daarom spaart hij kosten noch moeite om haar gelukkig te maken – maar dat maakt totaal geen verschil voor Emma. Hem ontgaat elke diepere romantische notie waar Emma zo naar hunkert. Charles heeft met zijn oppervlakkigheid en gebrek aan verbeeldingskracht alleen oog voor Emma’s buitenkant.
Flaubert toont hiermee feilloos een aloud probleem: het verschil tussen de liefde voor het innerlijk en die voor het uiterlijk. Plato maakte al al het verschil tussen het houden van iemand om wie diegene is, en het willen bezitten van een ander om diens waardevolle eigenschappen. De eerste variant, die hij eros noemde, kunnen we vergelijken met de liefde die Emma nastreeft. Het verschil tussen deze eerste en tweede variant is de reden waardoor Emma de liefde van Charles niet als waardevol beschouwt. Zijn liefde is Plato’s tweede variant. Hij houdt namelijk wel eindeloos van haar, maar enkel om haar bewonderenswaardige uiterlijkheden.
Wie van hen houdt nu meer van de ander? En belangrijker nog: wat is het echte ‘houden van’? Hoewel de meesten geneigd zullen zijn te zeggen dat Charles’ liefde wel degelijk ‘houden van’ betreft, is er ook een ander antwoord denkbaar. Waar Charles zijn liefdeslot getergd ondergaat, kiest Emma voluit voor de liefde, zelfs als dat voor haar een ongelukkig leven betekent. Het is juist die bewuste keuze voor de liefde die het ‘houden van’ maakt. Wanneer wij kiezen om ons hart te volgen, dan nemen we het lot in eigen handen. Daarom zou dus ook gesteld kunnen worden dat Emma, en niet Charles, de juiste keuze maakt.
Maar Emma streeft Plato’s eros na, zij bezit die liefde nooit. Emma duikt in verschillende affaires, om telkens na een tijd teleurgesteld te moeten concluderen dat de passie vervlogen is. Het lijkt wel alsof niets de zinnen zo weet te prikkelen als de onmogelijkheid van ware liefde. Van oudsher wordt het verbod op de liefde al gezien als de ultieme bevestiging.
Geheel anders dan Emma vergaat het de twee cowboys Jack Twist en Ennis del Mar in het succesvol verfilmde Brokeback Mountain. Ook zij krijgen te maken met de onmogelijkheid van hun liefde. En ondanks dat zij wel echte liefde voor elkaar voelen, ervaren zij het bepaald niet als een zorgeloos genot. Door het gebrek aan maatschappelijke acceptatie is de uiting van hun liefde gevaarlijk. Hun verhaal speelt zich namelijk af in het Wilde Westen van de vorige eeuw, bij uitstek bekend als het oord waar de mannelijkheid regeert. Ennis kunnen we zien als de realist van hen beiden – hij weet dat het openbaar uiten van hun liefde tevens hun dood zal inhouden. Hij kiest er dan ook voor om die in het geheim voort te zetten. Daaruit blijkt hoezeer we ons in de liefde laten leiden door de gevestigde ideeën over wat normaal of abnormaal is. Het verbergen van onze gevoelens is acceptabeler dan het zwemmen tegen de stroming in.
Omgedraaid kunnen we ook de vraag stellen waarom juist deze verhalen over de verboden liefde zoveel beschreven worden. Misschien geloven we juist dat de liefde waar we geen uiting aan kunnen geven de liefde is in haar puurste vorm. Want ook in een wereld als de onze, waar homoseksualiteit gelukkig steeds minder verstopt hoeft te worden, zijn geliefden niet automatisch gelukkig. Wij worden immers geconfronteerd met de vraag: als alles te koop is en elke vrijheid genoten kan worden, wat is liefde dan nog waard? Meer nog dan voorheen moet ons idee van ware liefde het winnen van de verzadiging.
De broertjes Bruno en Michel uit ‘Elementaire Deeltjes’ van Michel Houellebecq zitten met dat probleem van de verzadiging. Bruno neemt alles van het leven waar hij het geld en de vrijheid voor heeft. Hij is een hedonist die steeds op zoek moet naar nieuwe verzadiging, om zijn geluksroes te houden. Michel is een radicale realist en leeft een leeg bestaan. Hij heeft de zoektocht naar vervulling losgelaten; hij kan geen liefde ervaren omdat hij het als de basale kant van de mens ziet. Het is voor hem enkel dierlijk gedrag. Hoe sterk we haar ook ervaren, de innerlijke en geestelijke liefde is louter lichamelijk gestuurd. Zijn visie op de liefde sluit goed aan bij een hedendaagse wetenschappelijke benadering, maar dit betekent nog niet dat we de liefde moeten afschrijven. Dit verhaal benadrukt temeer dat onze gelukservaring juist hetgeen is dat ons mens maakt. Michel probeert het los te laten, maar blijft vervolgens wel met lege handen achter. Zonder irrealistische dromen over het geluk, de romantiek en de magie die liefde ons kan brengen, kunnen we dat geluk geheel niet ervaren.
Het is dus maar goed ook dat we op kunnen gaan in de liefde. Helaas zit daar ook een maar aan, want de liefde is vaak genoeg nog steeds iets wat de meesten van ons getergd ondergaan. De manier waarop we de liefde idealiseren, is dan wel volgens de richtlijnen van de omgeving waarin we leven, maar hoe we dat idee vervolgens nastreven bepalen we wel zelf. Zo’n hedendaagse interpretatie geeft Connie Palmen in haar Geheel de Uwe. Op prachtige wijze laat ze zien dat onze cultuur van liefdesverhalen ons leert de liefde te zien als een spel van afhankelijkheid. En die afhankelijkheid tonen we het beste door onze totale overgave. Die benadering gaat zo ver dat we zelfs denken betere geliefden te zijn naarmate we ons meer overgeven aan de ander. Daarom storten we ons het liefst op degenen die de meest onafhankelijke ziel lijken te hebben.
Niets is nog ongeoorloofd in het streven naar liefde, maar misschien doen we er verstandiger aan om een middenweg te zoeken. Het is belangrijk om ruimte te geven aan elkaars idealen, dromen en verlangens en die ideeën in het juiste perspectief te zien. Dat lijkt lastig en laten we hopen zelfs bijna onmogelijk, dán zouden we wel eens met echte liefde te maken kunnen hebben.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer