Sharon Hagenbeek is Watching You!

Computers, literatuur en filosofie

5 maart 2006 door Sharon Hagenbeek

In Griekenland hebben een aantal poëten bij elkaar gezeten en mooie teksten geschreven. Vervolgens hebben ze deze aan willekeurige mensen doorgemaild. Ze beschouwden zichzelf als van de internetgeneratie en dit was hun communicatiemiddel, welke een directe aflevering van het oorspronkelijke bericht garandeerden. De recipiënten van het bericht zijn hun eigen gecreëerde publiek, waarmee zij direct contact willen, niet indirect via de criticus, die al staat te wachten met een bevlekt beeld.

Lang hoefde ik niet na te denken om een onderwerp te verzinnen. De vanavond te bespreken vakgebieden zijn alle drie onderdelen uit mijn leven. Ook ik ben van de computergeneratie, net als de poëten uit het genoemde voorbeeld. Als ik kennis wil opdoen doe ik dat uit boeken, het liefst uit de literatuur. Als ik wil weten of die kennis klopt ga ik bij mezelf te raden wat die kennis is of bijvoegt en ben ik zodoende met filosofie bezig. Zodoende dat de vraag naar de verbinding tussen deze drie gebieden als een natuurlijke vraag voor mij was.

Onderling hebben deze gebieden al veel, zoals ik ze noem, grijze gebieden, dat zijn gebieden waar de een de ander ondersteunt. Ik zal beginnen met deze gebieden te omschrijven.

Zo is er dankzij het web een mogelijkheid gekomen om literatuur op andere manieren te benaderen, bijvoorbeeld de gratis benadering. Naast de eerder genoemde poëten is te denken aan het Gutenberg-project. Dit project is op het internet gevormd met geld dat een keer over was in Amerika, om wat nuttigs te doen met dat geld hebben ze toen de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring online gezet. Dit was wel nuttig en dus toen werden er nog meer dingen online gezet. Momenteel bezit deze website vele, vele, vele literaire werken in verschillende talen online. Voor degene hier die het nog niet kende: http://www.gutenberg.org.

Het tweede grijze gebied dat uit het oog springt zijn meerdere filosofische teksten die geschreven zijn over computers in bijvoorbeeld de cognitiefilosofie. Deze tak van de filosofie denkt na over het denken. Hierbij is te denken aan het denken over saillante vragen als: zijn emoties irrationeel? Werkt ons verstand logisch of intuïtief? Kan de indruk die we van ons eigen bewustzijn hebben op een illusie berusten? Denken neurale netwerken? Zo ja, hoe dan? Kan de menselijke geest de menselijke geest überhaupt begrijpen? En kunnen machines denken?
Het onderzoek naar menselijke cognitieve functies heeft in de tweede helft van de twintigste eeuw een revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt. Mede daardoor is ook de cognitiefilosofie, de aloude ‘philosophy of mind’, de laatste decennia sterk in beweging gekomen. Oude dilemma’s werden doorbroken, paradoxale nieuwe inzichten bleken levensvatbaar. Dit door de ontwikkelingen in onder andere de neurobiologische wetenschap.
Maar ook de computer heeft flink meegeholpen aan deze ontwikkelingen. Hierbij is te denken aan de net als laatste genoemde vraag, te weten kunnen machines denken? De computer kan veel, zo veel dat als er een machine is waarvan wij kunnen geloven dat deze kan denken dan is het wel de computer. Het maken van de vergelijking van de computer en de cognitieve vermogens van de mens is een bewezen effectief model van onderzoeken en theorieën geworden. Zo schreef Searle een stuk genaamd: Mind, Brains and Programs. In dat stuk introduceerde hij het inmiddels bekende Chinese Kamer Experiment. Dit gedachten-experiment gaat als volgt:
Persoon (A) kent geen Chinees, hij zou zelfs niet met zekerheid Chinese symbolen kunnen onderscheiden van wat toevallige krabbeltjes. A wordt in een kamer gezet met een papier met Chinese tekens & een papier met instructies in eigen taal. Deze regels stellen A in staat om de goede symbolen terug te sturen als respons op het tweede stuk tekst. De mensen buiten de kamer noemen het eerste stuk tekst het ‘verhaal’, het tweede stuk tekst de ‘vragen’, en de instructies het ‘programma’. De symbolen die de persoon ze terugstuurt noemen ze de ‘antwoorden op de vragen’.
De persoon in de kamer kijkt dus bij de vragen, zoekt vervolgens in zijn instructies op welke serie symbolen moeten volgen op de serie symbolen die in de vraag staan, en schrijft dit vervolgens op. Op een gegeven moment wordt de persoon hier zo goed in, en de mensen buiten de kamer zo goed in het maken van de instructies, dat de antwoorden van de persoon in de kamer niet meer te onderscheiden zijn van de antwoorden van iemand die Chinees als moedertaal heeft. De persoon in de kamer werkt als een computer: hij zet symbolen om in andere symbolen.
Als men vertouwen heeft in A.I. als in staat zijnde te kunnen denken, dan zou de goed geprogrammeerde computer de verhalen moeten begrijpen en zou het programma een uitleg zijn voor de werking van het menselijk brein. Searle stelt dat dut helemaal niet het geval is: de persoon in de kamer geeft de goede output bij een bepaalde input, maar hij heeft geen idee wat de symbolen die hij binnenkrijgt en terugstuurt betekenen. Het programma is ook geen uitleg voor het menselijk brein: als de persoon in de kamer een verhaal en vragen in zijn eigen taal zou krijgen, zou hij daar in zijn eigen taal antwoord op kunnen geven, die niet te onderscheiden zijn van iemand anders die die taal als moedertaal heeft.

Toch komt hierbij voor zover we weten geen programma kijken. Searle stelt dat de computer hetzelfde begrijpt als een auto of een rekenmachientje: Niets dus. Bij zijn vergelijking kwam hij tot de conclusie, die ook wel als een algemene opvatting genomen kan worden, namelijk dat computers geen intentionaliteit hebben, zoals wij mensen dat hebben. Uit Searle’s experiment zou dus blijken: een computer kan nooit de menselijke psychologische vermogens beheersen. Deze bevat namelijk de intentionaliteit. Het Chinese Kamer Experiment toont dat het enkel om syntaxis gaat en niet om intentionele mentale toestanden.
Volgens Searle kan manipulatie van formele symbolen zoals bij een computerprogramma nooit een verklaring bieden voor mentale vermogens en processen. Wat formele verklaringen altijd missen is de intentie van die vermogens en processen. Intentie moet altijd oorpronkelijk zijn, om te onderscheiden van afgeleide of toegeschreven. De filosofie van Searle is een computationele filosofie. De computer wordt in deze filosofie gebruikt als metafoor.

Het derde grijze gebied is de inspirerende werking die vele literaire werken hebben op de filosofie en ook de manier waarop literaire werken filosofie tot uitdrukking brengen. Een bekend voorbeeld is het prisoners dilemma, dit is het eerst beschreven in een literair werk geschreven door een fransman, ik heb niet met zekerheid kunnen achterhalen dat hij Rapaport heette. Dat is al heel lang geleden en nu is het een dankbaar onderzoeksgebied van de ethiek.

Het ‘klassieke’ Prisoners dilemma houdt het volgende in: twee personen, A en B, worden ervan verdacht samen een overval te hebben gepleegd. Als beide de overval bekennen, krijgen ze allebei drie jaar gevangenisstraf. Ontkennen ze allebei de overval, krijgen ze, bij gebrek aan bewijs, een klein beetje of zelfs geen gevangenisstraf. Als echter verdachte A de overval bekent en verdachte B ontkent, krijgt A minder straf dan B. Ze kunnen onderling geen overleg plegen. Het resultaat zal dan altijd zijn dat beide verdachten beter af denken te zijn als ze de overval bekennen, in de hoop dat de ander ontkent. Maar omdat A en B allebei hetzelfde denken, zullen ze beiden bekennen en dus drie jaar gevangenisstraf krijgen. Dat is echter geen optimale situatie, immers als ze beiden ontkend hadden, was de straf minimaal geweest.

Andere literaire voorbeelden waarin nieuwe filosofische punten naar voren komen zijn te benoemen, alsook zijn er literaire voorbeelden te noemen die dankbaar gebruik maken van ideeën uit de filosofie. Beide zijn in kaart gebracht op het gebied van de filosofie door Peter en Renate Singer, in hun boek: The Moral of The Story. Daarin wordt bijvoorbeeld een oud verhaal naar voren gebracht genaamd The Unnatural Mother, is een voorbeeld van hoe literatuur dankbaar gebruik maakt van filosofische ideeën.
In dit verhaal wordt een moeder voor een ogenschijnlijk lastige keuze gesteld. De moeder toont geen moeite te hebben te kiezen tussen de volgende twee opties. De eerste optie is haar baby langer in gevaar laten, namelijk in het huis waar uiteindelijk de verdrinkingsdood op de baby wacht, maar door dit te doen heeft ze wel tijd genoeg om het hele dorp te redden door deze te waarschuwen voor de watervloed die het dorp over een paar minuten gaat vernietigen. Indien ze het dorp niet waarschuwt verminderd tevens ze de overlevingskans van haar baby na deze watervloed, omdat ze geen mensen meer om zich heen heeft om te overleven. De tweede optie die de moeder voor handen is, is om haar kind wel te redden, maar daardoor niet het dorp te waarschuwen, waardoor iedereen in het dorp overvallen zal worden door de watervloed en iedereen in het dorp zal daardoor overlijden, ook zal er niets van het dorp overblijven.

In de ethiek is er een theorie genaamd het utilisme. Dit is een op de consequenties gerichte ethiek met kortweg het volgende principe: Handel zo dat zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen tot stand komt. Het verhaal van The Unnatural Mother toont het kritiek dat gegeven wordt op de moeder, aangezien zij haar kind in gevaar laat en het dorp redt. Dat kritiek is geformuleerd dat het, zoals de titel ook al aangeeft, onnatuurlijk is voor een moeder om niet haar kind van nature direct boven alles en iedereen te plaatsen. De moeder-kind relatie is een probleem voor het utilisme net als alle andere sociale relaties waarin men meer waarde hecht aan de ander dan aan andere mensen in het algemeen. Als utilist kan je namelijk niet onderscheid maken tussen mensen. De gelijkheid staat het hoogst in het vaandel van deze theorie, omdat deze theorie een stramien voor staat welke de verdeling van geluk op basis van een rationele overweging wil maken door middel van het kijken naar de consequenties.
De filosoof Wiliam Godwin benoemde dit probleem met de stelling van one thought to manny. In zijn werk beschrijft hij het volgende gedachten-experiment. Het huis van je moeder staat in de fik. Je moeder woont alleen, alleen ze is heel gelovig en heeft een bekende priester op bezoek. Deze priester gaat later nog heel veel voor de wereld betekenen, veel meer dan je moeder. Je kan maar 1 van hen twee redden, alvorens het huis in elkaar stort. Wie red je? Als je daar over na moet denken heb je one thought to manny!

Met deze voorbeelden heb ik de meest voor de handliggende verbindingen tussen deze vakgebieden aangegeven. Dan is het nu tijd om te kijken naar de verschillen. Bij deze overdenking van zo menteen te noemen verschillen, zullen ook gelijk problemen van en mogelijkheden voor de verbindingen van deze gebieden in de toekomst enigszins duidelijk worden.

Ikzelf ben redelijk milieu bewust, maar niet als het op papier aankomt. Als ik een bericht gemaild krijg van enige proportie en significantie, dan zal ik dat bericht uitprinten om deze goed te kunnen lezen. De mens leest nu eenmaal minder goed vanaf het beeldscherm. Naast een voor mij onbekend ongemak van vele uren voor het computerscherm zitten en verkrampingen te voelen in de arm door het geklik met de muis, is er deze interessante tekstuele drempel.
Uit onderzoek is geleken dat mensen minder goed in staat zijn een beetje inhoudelijke tekst via een computerscherm tot zich te nemen. Het is beter om het voor je te zien op papier. Een webbezoeker ‘skimmt’ een webpagina, de bezoeker zoekt dus naar voor haar of hem relevante trefwoorden, maar zal niet een pagina in zijn geheel lezen vanaf het scherm.
Als men naar een beeldscherm kijkt heeft men eerst een holistische leeshouding, waar men bij het kijken in een boek of op een papier een lineaire leeshouding hanteert. Holistisch is het zien van een plaatje en het ook in zijn geheel op proberen te nemen. Een goede illustratie van deze leeshouding is te vinden in de film Rainmaker, in deze fillm is Dustin Hofmann een autist. Er vallen pinnetjes op de grond. Bij de constatering hiervan zegt hij “het zijn er 83”. Hij ziet dit door te kijken naar het beeld. Een lineaire denker telt en zou alle pinnetjes stuk voor stuk benoemen met telwoorden om uit te komen op het totaalaantal.

Als men over deze drempel heen is, dan is dat een tijdelijk iets. Daarvoor kan iemand korte teksten via de computer lezen, maar die belangrijke mail met de polisvoorwaarden van een eventuele zorgverzekering wordt uitgeprint. Het eerste onderscheid is dus de leesbaarheid van het scherm, het boek of de tekst.

Het probleem van leesbaarheid is niet op dezelfde manier binnen de literatuur en de filosofie als onderscheid te zien, al is het een onderscheid dat normaliter gebruikt wordt om de filosofie af te kraken. Waar het beeldscherm de toegang naar de woorden belemmert en vervolgens naar de inhoud, zit het tussen de literatuur en de filosofie iets anders.
Waar de literatuur een goed voorbeeld kan bieden aan of uitleggen voor de filosofie, is uiteindelijk toch een einde van de samenwerking te vinden wanneer het gaat om kennistoevoeging. Het is dus een overdracht van de boodschap grof genomen uit de filosofie, dus zonder theorienamen en inbedding in een filosofisch gebied en filosofische context.
Over de filosofie die onder mijn neus heeft gelegen kan gesteld worden dat hoe onduidelijker het zijn boodschap toont, hoe meer boodschap het heeft en hoe beter die boodschap is, zoals dikwijls gedaan wordt.
Zo is er ooit tegen mij gezegd: filosofie is zo moeilijk om de zweverij en inconsistentie te verbergen, maar uiteindelijk is dat alles wat het is. Gelukkig is er binnen de filosofie een stroming zijn opkomst aan het maken is. Die stroming is voor de verduidelijking van de filosofie, zodat mensen het nut ervan niet alleen kunnen zien, maar ook zelf ervaren. Bij deze stroming is te denken aan filosofen als Bas Haring. Hij schreef Kaas en de Evolutietheorie. Dit boek was dus heel toegankelijk. Grappig is wel om te vermelden dat hij mij vertelde meer moeite te hebben gehad met het schrijven van dit boek, dan voor zijn proefschrift over algoritmen in de wijzigingen in afbeeldingen, waarin hij logica gebruikte om computerprogrammeringen te ontwikkelen, waarmee deze algoritmen geanalyseerd konden worden.
Helaas is met zijn moeite nog niet de stelling over de onduidelijkheid van een filosofische tekst nog niet verworpen. De stelling is eerder bewezen door de ontoegankelijkheid van Kant tegenover de toegankelijkheid die hij heeft weten te bereiken met de door hem genomen moeite. De toegankelijkheid, welke een literair werk mijn inziens behoort te kunnen prijzen, is binnen de filosofie meestal een teken van gebrekkige filosofische inhoud.
Overigens is de stelling niet bewezen, ik ken nog niet alle filosofen inhoudelijk en ik heb nog steeds de hoop dat er zoiets bestaat als inhoudelijke filosofen die toegankelijke teksten schrijven of hebben geschreven.

Er is nog een verschil tussen de filosofie en de literatuur. Filosofie kan – en doet het ook – nadenken over ons denken over de realiteit. Waar de filosofie met het denken over de realiteit niet meer neigt, maar gewoon weinig tot geen contact heeft met deze realiteit, is de literatuur eerder in een directe dialoog met of een reflectie op deze realiteit. De zeer literair schrijvende filosoof Friedrich Nietzsche beschreef in zijn boek Aldus Zarathustra dat de filosofie met het nadenken over de werkelijkheid geëindigd is zonder zelfs maar een schijnbare werkelijkheid.

Die wahre Welt haben wir abgeschafft: welche Welt blieb
übrig? die scheinbare vielleicht?… Aber nein! mit der wahren
Welt haben wir auch die scheinbare abgeschafft!

Opmerkelijk is dat de teksten in de computer, let op: niet de teksten op het beeldscherm, gedeelte zijn van de realiteit, althans zo wordt het gezien. De computer is enkel een medium. De poëten, waarmee ik deze overdenking begon, zagen het probleem van de chain of speech. Dit is een fysische theorie, welke een soortgelijke heeft in de taalwetenschap. Helaas heb ik de laatste niet kunnen achterhalen, maar de wel de eerste. Peter Denes maakt hierin een overzicht van wat er allemaal voor stappen zit bij de overdracht van een boodschap in een gesprek.

De poëten stonden een objectieve directe overdracht van de boodschap voor. Inderdaad ik ook geloof in computers. Het zijn heerlijke onfeilbare machines die geen fouten maken, zoals mensen. Echter wat ik opmerkelijk vindt is dat in de vergelijking die de poëten maakte, de computer met hetzelfde probleem zit als waar een boek op blijft haken. De inhoud is in beide gevallen subjectief. De objectieve ontvanger bestaat niet bij boek, maar ook niet bij de computer. Want hallo hoeveel mailtjes delete je niet bij het zien van het subject. Oh, deze persoon ken ik niet, dan is het misschien spam, maar het is in ieder geval ongelezen verwijdert. Overigens daar kan wel eens een fout bij gemaakt worden, maar wij zijn mensen dus maken we fouten. Fouten maken is immers menselijk.

De eerder omschreven ogenschijnlijke grens van objectiviteit en directheid van een computer en het gebrek daaraan bij een boek, is niet bestaand en biedt mogelijkheden om de samenwerking uit te breiden. De grenzen zijn daarin eindloos, zoals het objectieve denken van de filosofie eindloos is. Op een dag kunnen alle boeken via het web te downloaden. Geweldig als er een printer naast de computer staat en het om een verplicht boek gaat, waar ik dus niet om geeft. Als het een boek van waarde is, wil ik het echte boek vasthouden.
Hierbij wil ik benadrukken dat ik een boek noem en geen literatuur daaraan gelijk gesteld heb. Literatuur gebruikt de computer enkel als een medium en zal zodoende weinig hinder ondervinden van de computer. Hetzelfde geldt voor de filosofie.
Om de samenwerking tussen de vakgebieden soepel te houden is er wel een opkomend probleem. Internet levert de boodschap over het algemeen gratis. Illegaal downloaden is funest voor een goede samenwerking van de computer met de anderen. Dit is grappig genoeg een prisoners dilemma zonder schaamte. Op geen enkel moment wordt je er slecht op nagekeken als je iets illegaals download. Wat mij betreft zal er geen overheidsreclamecampagne gemaakt kunnen worden, zodat ik niet meer zou downloaden en dat is niet alleen omdat ik Nederlander ben, het downloaden geeft namelijk ook de mogelijkheid op zoek te gaan naar het ongewone waar je het zuurverdiende geld niet aan uit zou geven.
Echter door dit probleem wordt de literatuur en de filosofie wel aangetast, als op een dag alle teksten gratis online beschikbaar zijn. Een auteur moet wel aan het zuurverdiende geldt kunnen komen om te verdienen aan zijn werk. Andere kunstvormen hebben dit probleem niet, maar net als die kunstvormen is een boek toch ook een hebbedingetje.

Alvorens ik afsluit is er nog 1 problematisch – tussen haakjes – punt dat besproken dient te worden, te weten de taal van de boodschap. Als medium heeft de computer, zoals eerder aangegeven bij Searle, iets unieks wat de andere niet hebben. De computer heeft een universele taal, te weten de html, welke eigenlijk geen taal is maar een programmering. De literatuur heeft een taal net als filosofie, waarbij een verkeerde lezing of leeshouding de boodschap misschien verloren gaat. De intentie van de maker van de boodschap kan dan niet juist worden dan niet juist gezien. Heel grappig is hierbij de constatering dat het msn-miscommunicatie een standaard is geworden, welke weggeschreven wordt aan het feit dat de communicatie enkel door geschrift en dan specifiek via het internet de boodschap niet juist overbrengt. Dit zou betekenen dat de intentie waardoor de boodschap gemaakt wordt niet in onze eigen beheer is, al gaat dit in tegen het idee van intentionaliteit. Het wordt een spel van eigen interpretatie van de mogelijke intentie van de maker van de boodschap, waarbij het de bedoeling is de bedoeling van de boodschap te ontcijferen. Er bestaat geen directe overdracht van de boodschap meer. Al oogt dit misschien als een nieuwe ontwikkeling specifiek bij de computer ontstaan, dit is geenszins het geval. Anders zou de taalfilosofie zonder reden zijn, daar dit een onderzoek is naar kennis als hetgeen waarover zinvol gesproken kan worden en dan specifieker waardoor gesproken kan worden, de taal. Ludwig Wittgenstein, een vooraanstaande taalfilosoof, beschouwde uiteindelijk alle dingen uitgedrukt in taal als spelletjes. Zijn taalspelen vormen een belangrijk begrip in zijn Philosopische Untersuchungen. In dit boek beschrijft hij taal als een complex systeem, en daarvoor introduceert hij de term taalspelen. Er kan geen definitie worden gegeven een spel, alsook voor de taal. Als het een communicatiemiddel is, wat valt er dan nog te zeggen over de literatuur, zonder de lezer in de taalsituatie te plaatsen. De literatuurwetenschappers onder ons zullen zien, hoezeer de visie over taalsituaties een middel is om dit aangegeven probleem plaats te geven bij een analyse van literatuur. Wat doet de taal? Is het een uitvoerende instantie of medium, waarmee een betekenisoverdracht gedaan kan worden? Volgens Wittgenstein is ‘De taal is een labyrint van wegen. Je komt van de ene kant en je weet de weg; je komt van een andere kant op dezelfde plaats en je weet de weg niet meer.’

Volgens Wittgenstein kan taal niet verder gedefinieerd worden dan de grenzen van toepassingen. Daardoor zijn taalspelen de mogelijke wegen die met de taal bewandelt kunnen worden. Met zijn taalfilosofie, waarin hij in de Tractatus de omvang en de grenzen van de gewone taal aangeeft, probeerde Wittgenstein dan ook niet de kustlijn van dat talige eiland in kaart te brengen, maar het begin van de oceaan. Wetenschappelijke en technische kennis zonder meer beschouwde Wittgenstein als het begin van het einde van de mensheid. De filosofie en de literatuur zijn taalspelen volgens hem. Gedurende deze hele overdenking over de computer, de literatuur en de filosofie is de computer wel vergeleken en verbonden met, maar niet op zich gezien. En daar is een reden voor, wat tegelijkertijd een geruststelling is waarmee ik wil sluiten. De vertrouwde tekstverwerker als enige van de drie creëert niet zelf, bewandelt zelf niet de wegen van Wittgensteins Labyrint. Met een knipoog voeg ik eraan toe, nu nog niet, maar in de toekomst…

Share Share

Blog · Filosofie · Lezingen · Literatuurwetenschap

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer