Levenskunst is een serieuze bezigheid voor velen en terecht; wie wil ten slotte niet van zijn of haar leven een juweeltje maken? Door het uithangen als levensgenieter, door een goed sociaal mens te zijn en bovenal door de zelfexpressie beoefenen we de levenskunst. Deze nieuwe kunstvorm verdient minstens een vergelijking met andere kunstvormen. Wat zegt het over iemand als die zich bezighoudt met levenskunst? En wat voor kunst verwachten we van hem of haar?
Foucault stelde in zijn tekst What is an Author? (samenvatting) de vraag naar de auteur van een literair werk. Net als de naam van een auteur heeft ook de naam van kunstenaar bij Foucault een ambigue functie. De naam van een schilder is verbonden aan zijn werk en indien die schilder een vermeldenswaardig leven leidt is het tevens een toevoeging aan de publieke waardering van zijn werk. We gebruiken de naam van een schilder voor het categoriseren van zijn werk; de manier waarop de kunstenaar leeft toont meer van de totaliteit van zijn passie die hij in zijn werk verwerkt heeft. Want het schone ziet men ontsprongen uit de zielenroerselen die een passie voor het scheppen van kunst opleveren.
Schilders als Van Gogh of Modigliani zijn iconen voor wat een schilder groot maakt: hun kommer en kwel. Dat werd vaak vertaald terecht of niet als de worsteling die zij doormaken om de perfectie in hun werk te leggen. Dat romantische beeld van de kunstenaar is nu nog steeds verbonden met het archetypische beeld van de kunstenaar. In de eeuw van Van Gogh en misschien ook wel in alle eeuwen ervoor, maakten grote kunstenaars naam door hun voortreffelijkheid, door hun vernieuwende manier van werken of nog meer door hun exceptionele leven, maar in ieder geval ook door hun gekwelde leven.
Hoe meer kommer en kwel een schilder beleeft of hoe uitzonderlijker zijn levensstijl is, des te meer is men geneigd om te denken dat dezelfde uitzonderlijkheid in het werk besloten ligt. Hoezeer zou het werk van Herman Brood op zichzelf kunnen staan zonder hem te zien als een icoon van de aan seks, drugs en rock&roll ten onder gaande kunstenaar? De artistiekeling is onze held, hij trotseert de vervelende beslommeringen die aan het leven eigen zijn en het liefst zien wij hem daarbij nog in zijn glorie ten onder gaan.
Degene die als eerste de moderne held op deze wijze beschreef was Albert Camus. Hij ondervond na een lezing van de mythe van Sispyhus, dat juist de mogelijkheid tot bezinning Sisyphus maakte tot een gelijke van onze moderne held (samenvatting). De goden hebben Sisyphus vervloekt tot het in de oneindigheid omhoog rollen van een grote zware steen. Elke keer wanneer hij de top bereikt, heeft hij een moment van bezinning, terwijl hij de steen weer naar beneden ziet rollen. Hij zucht om zijn lot, de ene keer misschien in berouw van zijn daden of in vreugde, de andere keer overdenkt hij enkel de luciditeit van zijn kwelling waarvan hij het einde niet kent. In zijn bezinning is hij superieur aan zijn lot, want hij is zich getergd bewust van zijn lot en dit maakt deze mythe tragisch. Sisyphus, de proleet van de goden, machteloos en rebels, kent de hoedanigheid van zijn vreselijke conditie: dit is wat hij denkt gedurende zijn bezinning.
Deze luciditeit die zijn marteling moet zijn is ook de kroon op zijn overwinning. Er is geen lot dat overtroffen kan worden door vervloeking. Zonder erkenning van het bewustzijn zijn dit soort vreselijke waarheden niets waard. Er is geen zon zonder schaduw en er is geen persoonlijke overwinning als we de kommer en kwel niet volledig omarmen. Sisyphus daalt af van de berg en omarmt zijn persoonlijke lot. Ook hij moet concluderen dat alles goed is, terwijl hij de steen weer omhoog begint te rollen.
Voor onze hedendaagse kunstenaars zijn de tijden niet anders dan die van grote meesters; de mogelijkheid tot het heldendom blijft, alleen de beoordelende instantie is misschien anders. In een tijd waar woorden als zelfverwerkelijking of levenskunst verkozen worden boven braaf burgerschap, is het mogelijk om te stellen dat wij nieuwe eisen hebben voor een goed mens. Een goed mens is niet noodzakelijk meer degene die à la Kant iedereen gelijk en goed behandelt. Nee, de moderne goede mens geeft er, getergd door het eigen leven, een artistieke wending aan: met een perfectionistische drang bezigt men zichzelf in de vervulling van het zelf. De levenskunst maakt van ons allen artistiekelingen.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer