Immanuel Kant in Was ist Aufklärung? (1784)
[Deze tekst is verschenen in de Filosofie Scheurkalender 2011 op 7 november]
Meer dan tien jaar geleden leefde een patiënt uit een psychiatrische instelling zich uit op een schilderij van Picasso dat hing in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het was niet de laatste keer dat een kunstwerk werd vernield of dat er oproer ontstaat over een of ander uitgesproken kunstwerk. Met de fragiele verhouding tussen de vrijheid van meningsuiting en het belang van de openbare orde, laait het publieke debat dan meteen op – elke flamboyante mening moet gehoord worden.
Volgens Immanuel Kant is de geest onze enige echte vrije ruimte. De burger moet verlichting nastreven en zich tegelijkertijd volgzaam voegen naar de samenleving. Vooral geen ordeverstoring; de verstandige orde is alles wat we hebben, en is dus heilig. We hebben die orde namelijk opgebouwd uit de rationaliteit en daar moeten we als verlichte wezens aan bijdragen. Kant stelde dan ook: leer, maar gehoorzaam; vraag, maar gehoorzaam. Voor hem is het ondenkbaar dat een kunstenaar ophef zou proberen te veroorzaken, want wat je ook doet… je moet wel gehoorzamen.

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties.
Reageer