Sharon Hagenbeek is Watching You!

Interview met Sharon Hagenbeek: ‘Het leven bepaalt, niet een ander mens’

18 maart 2009 door Sharon Hagenbeek

In haar appartement treffen we Sharon Hagenbeek aan achter haar antieke bureautje, zo eentje met een klep en daarachter allerlei vakjes waarachter je veel verborgen papieren verwacht met daarop nog meer geheimen. Maar als je Sharon spreekt merk je al snel dat zij weinig geheimen bewaart. ‘Ik ben bepaald niet een gesloten persoon, ik heb zelfs veel van de dingen die ik schrijf online staan.’

Dat ze veel stukken online heeft staan is waar. Zo treft men op haar site van allerlei stukken van haar hand: blogposts, essays, interviews, artikelen en boekrecensies, maar ook handige samenvattingen van filosofische en literatuurwetenschappelijke teksten. ‘Ja, ik dacht dat een ander die samenvattingen misschien nog kan gebruiken voor een goed begrip van de tekst in kwestie. Ook ben ik in mijn archief tijdens het zoeken naar publiceerbare teksten die ik geschreven had, veel samenvattingen tegengekomen en eigenlijk vond ik het zonde om daar niets meer mee te doen. Het is ook een nuttige bezigheid om ze uit te werken, want dan haal je alle informatie uit die teksten zo weer voor de geest.’ Maar ze vindt het niet zonde als iemand aan de hand van die samenvattingen de eigenlijke teksten niet leest, want ‘dat is hun verlies. Het lijkt me dat een andere student toch echt wel zelf de oorspronkelijke tekst tot zich wil nemen, maar als dat niet het geval is dan studeert die student om de verkeerde redenen. Maar wie ben ik om diegene daarop te wijzen. Ik vind het heel belangrijk dat je iedereen zoveel mogelijk vrij laat om uit het leven te halen wat zij eruit willen halen. Als iemand een filosofische tekst niet leest dan doen ze zichzelf daarmee tekort, maar dat is een vrijheid waar iedereen recht op heeft. Het is net zoiets als ongezond eten of roken.’

Dat klinkt opmerkelijk, maar zoals blijkt is Sharon nogal strikt in haar ideeën over vrijheid. ‘Natuurlijk zijn er andere mensen om rekening mee te houden, maar je hebt niet het recht om een ander leefregels op te leggen. Welk mens weet wat goed leven is? En als iemand dat al weet, dan kan diegene dat toch niet voor een ander bepalen? Je leeft nu eenmaal maar één keer. Als je het leven dan eenmaal een beetje door hebt ben je toch al minstens halverwege – alhoewel sommige mensen het natuurlijk nooit zullen weten’, zegt ze met een grap, waarna ze op serieuze toon vervolgt door te zeggen dat ‘als je jezelf doordrongen hebt met de complexiteit waarmee het leven zich laat kennen, dan kun je toch werkelijk geen meester van een ander meer zijn? Of iemand het leven begrepen heeft blijkt uit het respect dat men heeft voor haar complexiteit. Het leven bepaalt, niet een ander mens.’

Dat Sharon heel uitgesproken is kan af en toe vervelend zijn, maar bovenal is het bedoeld als handreiking; ‘Sommige mensen kunnen er slecht tegen dat ik mijn kleuren laat zien. Het is in dat geval jammer dat ze zich niet realiseren dat zij net zoveel recht hebben op hun mening. Ik geloof niet dat iemand mij kan betichten van te weinig respect voor de ideeën van een ander, tenminste als diegene mans genoeg is om daarvoor uit te komen. Ik vind wel dat het minder mijn verantwoordelijkheid is dat iemand zichzelf uitspreekt, dan dat het de verantwoordelijkheid is van diegene zelf. Ik neem dus die verantwoordelijkheid; ik ben aan te spreken voor mijn uitspraken. Het is onmogelijk om rekening te houden met een onuitgesproken idee dat een ander mogelijk heeft en dat verwacht ik ook niet van een ander. Mijn inziens leven we trouwens ook tekort om ons te verhullen in een wolk van suggestie. Als men echt iets wil bereiken, zal de confrontatie toch moeten worden aangegaan, dat is bij alles het geval.’

Er zijn er die het haar verweten hebben dat zij zo uitgesproken is. Dat vindt ze opmerkelijk want ‘men zou ook blij kunnen zijn. Bij mij hoef je nooit te bang te zijn dat je op mijn tenen trapt, want als je dat doet dan zeg ik het wel en dan geef ik je echt wel een kans om samen tot een goede afloop te komen.’ Ze geeft eerlijk toe dat het soms confronterend kan zijn om met haar om tafel te moeten zitten, ‘maar als je ook eerlijk bent dan weet je dat het met hetzelfde gemak is als met iemand die niet laat merken dat hij of zij zich ergens aan stoort.’ Veel populariteit heeft haar mening haar helaas niet verworven. ‘Maar in the grander scheme of things: wiens mening heeft dat wel?’

Sharon’s ideeën over vrijheid gaan ver, zelfs zover dat ze zichzelf aan redelijk wat leefregels gebonden ziet. ‘Het kan tenslotte niet zo zijn dat je alleen maar aan je eigen vrijheid denkt en je dus maar ongegeneerd roept wat er op je tong of zelfs je hart ligt. Iemand die vrijheid hoog in het vaandel heeft staan zal zich – mijn inziens – bewust moeten zijn van de wisselwerking met de ander. Dat vind ik ook het mooie aan de filosofie van Simone de Beauvoir. Meer nog dan Sartre heeft zij de vrijheid van een ander onder de loep genomen en gedefinieerd. Bij Sartre blijft die vrijheid bekneld zitten in een onwerkbaar systeem waarin de ander wel bestaat en beïnvloedt, maar waarin de ander niet een gelijke entiteit is, niet gelijk is aan de ander.’

Al met al klinkt het alsof deze meid haar leven duidelijk op een rijtje heeft, maar dat is geenszins het geval. ‘Het leven toont je elke keer weer complexere dilemma’s in de nieuwe ervaringen. Veel mensen zien hun leven als een chronologische lijn, maar vaak doordringen zij zich er maar weinig van hoezeer hun kennis een eigen tijdelijkheid heeft. Wat geldt voor gisteren hoeft vandaag niet meer sluitend te zijn. Als men echt leeft – en daarmee bedoel ik niet dat men het leven veilig inricht om vastgetimmerd door het leven te gaan -, als men open staat voor nieuwe ervaringen en andere meningen en als men zich daadwerkelijk laat confronteren door het leven dan ga je op een gegeven moment de complexiteit waarderen, zozeer dat je er sprakeloos van wordt. Net als je denkt, okay ik snap hoe dit of dat werkt, dan geeft het leven weer een nieuwe factor in de som en is het antwoord niet meer zo voor de handliggend. Voorbij zwart en wit, voorbij grijs zie ik een oneindig palet van kleuren.’

Het is overduidelijk dat Sharon nooit klaar zal zijn met filosofie. ‘Dat zou ik in het begin van mijn studie ook al gezegd hebben, maar nu halverwege mijn officiële studiejaren ben ik me meer bewust geworden van hoezeer dit het geval is. Ik heb autodidactische staatsexamens gedaan om überhaupt toegelaten te worden tot de Universiteit en ik heb daar dus veel moeite voor gedaan. Ik wilde erg graag zo dichtbij als mogelijk bij de bron der kennis komen en ik dacht dat de gang naar de universiteit daarvoor een stap in de goede richting zou betekenen. Ik kwam naar Leiden, omdat ik de stad vond spreken van een weelde van kennis. Waarschijnlijk heeft het decor van middeleeuwse huizen en grachten ertoe bijgedragen dat ik het idee had dat iedereen aan zo’n traditionele universiteit opzoek was naar de bron der kennis. Misschien deed het me denken aan de Verlichting. Zo dichtbij de fontein, zou men toch tenminste handelen naar de al verworven kennis. Dat bleek nogal naïef natuurlijk. Overal is men slechts een mens en is men het leven aan het onderzoeken én aan het leven. Het is wel een eyeopener geweest om te ontdekken dat men zelfs met veel kennis in pacht nog steeds niet in staat is om een ander tenminste redelijk te behandelen. Er is niet zozeer een opbouwende lijn voor kennis. Waar men vroeger dacht nooit dit of dat te doen, merkt men zich later gebonden aan een situatie waarin men wel dat doet en misschien zelfs wel heel bewust. Misschien zelfs in overeenstemming met de vroegere ideeën. Bij mijzelf heb ik gemerkt dat nieuwe situaties toch altijd ook redelijk een conflict met eerdere ideeën opleveren. Zo heb ik een redelijk conflict ervaren door de realisatie dat kennis niet een opbouwende piramide is met een punt die reikt tot de waarheid, het goede leven, de eeuwig werkende moraal en wat nog meer men verwacht te halen uit de filosofie. Voor zover andere mensen dit ook zo zien is het wel jammer dat zij loslaten wat er dan tot nu toe bereikt is. Ik bedoel dat gegeven de beperktheid die wij ervaren is het nog niet zo dat je alle fundering als onbelangrijk kunt beschouwen. Al laat men de verworven kennis niet varen, is het nog steeds maar de vraag of we al die kennis überhaupt kunnen vasthouden.’

Een storm van deze ideeën maakt de lezer misschien een beetje duizelig, maar dat is niet nodig. Men kan zich gerusten in het idee dat Sharon veronderstelt dat zij het leven niet uit kan dokteren net zo min als een ander, om het zo te stellen. Maar daarmee is nog niet alles verloren, tenminste niet voor Sharon. ‘Ik blijf mijzelf makkelijk een leven lang verbazen over wat het leven is en wat het leven je geeft. Ik wil niet mijn leven besteden aan het opleggen van mijn ideeën aan een ander, maar ik zal ze wel moeten eren door ze uit te dragen. Ik houd van schrijven; het is zo mooi om met woorden mooie zinnen en ideeën te vormen. Dus daar blijf ik mij graag mee bezig houden, met als gevolg dat ik de filosofie ook niet snel zal verlaten. Maar eerlijk gezegd is het natuurlijk nog maar de vraag aan wie het verlaten is. Als ik kijk naar mijn meerderejaars vraag ik mezelf wel eens af wie van hen nog werkelijk de filosofie eigen is en volgend daarop of het überhaupt mogelijk is om dichtbij de eigen oorspronkelijke verworven kennis en ideeën te blijven. Het is natuurlijk ook lastig om te leven en om tegelijkertijd te blijven filosoferen. Immers zonder een sluitend antwoord van de filosofie, zul je toch je leven moeten inrichten en ook zul je vorm moeten geven aan wie en wat je bent. Mijn inziens dient dat laatste te geschieden aan de hand van de verworven kennis en niet aan de hand van hoe de pet staat. Ik heb er zelf ook al de nodige problemen mee ondervonden. Maar één van mijn basisprincipes is toch wel om het zicht te richten op mogelijkheden om vooruitgang te boeken, dus past het niet daarbij om te denken dat problemen niet op te lossen zijn.’

Share Share

Blog · Filosofie · Interviews

1 reactie tot nu toe ↓

  • 1 W.Schlamilch // 17 Mei 2010 at 09:42

    Leestip : Psychologie ohne magie
    Paul Helwig 1961

    Het beste boek over psychologie dat ik ken , veel filosofie bevattend.

    Mocht u het lezen , laat mij uw reaktie dan horen gaarne.

    Groet

Reageer