Sharon Hagenbeek is Watching You!

Het sublieme van de pederastie

25 november 2009 door Sharon Hagenbeek

Dagboek van de Dief – het verhaal over de esthetische liefdeservaring.
‘Je leest het in een blik, een manier van lopen, een glimlach, en het woelt iets in je los.’ Deze aanschouwing van het schone klinkt romantisch in de gebruikelijke zin van het woord, maar is dat zeker niet.

Het zijn de woorden van de Fransman Jean Genet in zijn autobiografische Dagboek van de Dief (oorspronkelijke titel: Journal du Voleur). Daarin beschrijft hij zijn esthetische ervaring van zijn liefde voor het gruwelijke en lelijke. Hij beschouwd dat als het meest schone ter aarde. In het bijzonder aanbid hij de afstotelijke mannen die hem op gewelddadige wijze gebruiken voor hun eigen plezier. Ook is hij graag getuigen van hun misdaden. Hoe gruwelijker des te beter Jean in staat is om het sublieme van de misdadigers, te aanschouwen en te vereren.

Als een verliefde omschrijft hij zijn minaars in een constante euforie: ze zijn schitterend, zelfs in het kleinste detail ziet Jean al bewijs van hun alomvattende schoonheid. Een goed voorbeeld daarvan is zijn omschrijving van de gevangenisuniformen die zijn minaars dragen: ‘Afgezien van de kleur, doet de ruwheid van de stof aan bepaalde bloemen met lichtbehaarde bloembladen denken, en dit detail is genoeg om de gedachte aan dwang en schande op natuurlijke wijze te associëren met iets verfijnds en breekbaars.’

Zijn roman staat boordevol met dit soort verbloemende beschrijvingen van de gewelddadige uiterlijkheden van schurken en hun gedrag. Zijn afgrijselijke geliefden zijn de schoonste der schoonste door zijn roze bril. De homoseksuele gewelddadige relaties die hij met hen aangaat, stellen hem in staat om hun glorieuze pracht zoveel mogelijk te beleven, mentaal en fysiek.

Dit boek confronteert ons met de vraag naar de morele aard van de liefde. Het is niet automatisch moreel goed. Ook is er zonder meer niet een alomvattende standaard voor de liefde. De liefde die Jean heel beeldend omschrijft is niet anders. Zijn liefdesobject is misschien wel anders, maar dat is een kwestie van de individuele schoonheidservaring. Zoals Jean het zelf zegt: ‘De schoonheid van een morele handeling hangt af van de schoonheid van haar expressie. Als men zegt dat iets mooi is, dan is de schoonheid ervan reeds een uitgemaakte zaak. Het moet alleen nog bewezen worden. Daarvoor zorgen beelden, dat wil zeggen een overeenkomst met de pracht van de fysieke wereld. Een handeling is mooi als ze een gezang uitlokt en uit onze keel doet opstijgen. Soms dwingt het bewustzijn waarmee we aan een daad denken die als verachtelijk bekend staat of de kracht van de expressie die hem moet aanduiden, ons tot gezang. Het is de schoonheid ervan die ons het verraad doet bezingen. Dieven verraden zou me niet alleen naar de morele wereld terugbrengen, dacht ik, maar ook naar de pederastie.’

Zijn esthetische ervaringen zijn de rode draad door zijn levensverhaal. Jean geeft aan dat hij trots was op zijn gevoelens die ontspruiten uit zijn liefde. Toen het boek in de jaren veertig verscheen konden de meeste Fransen dat echter niet waarderen. Het homoseksueel erotische en gewelddadige verhaal werd met veel ophef ontvangen. Men vond het afstotelijk en in de publieke opinie werd het boek het liefst genegeerd. Gelukkig waren er in die tijd ook invloedrijke denkers die daar anders over dachten.

Zo heeft de beroemde Franse existentialist Jean-Paul Sartre destijds zelfs gezegd dat Genet en niet de Nobelprijswinnaar Albert Camus ‘het literaire genie van Frankrijk’ is. Die uitspraak kwam niet uit het niets, Sartre en Genet waren goede vrienden. Vanwege die vriendschap heeft Genet zijn boek opgedragen aan Sartre en hij vroeg hem later ook om een inleiding te schrijven op zijn verzamelde werk.

Wat begon als een inleiding, eindigde als een apart boek. Het resultaat van Sartres exercitie was een biografie: de Heilige Genet, martelaar en komediant (oorspronkelijke titel: Saint Genet, Comédien et martyr). Daarin heeft Sartre zijn existentialisme toegepast op Genet.

Volgens Sartre is de individuele ervaring en niet onze natuur, hetgeen dat ons vormt. Met andere woorden: we worden gevormd door de keuzes die we maken in het leven dat we leiden. Die ervaring van het eigen leven maakt een individu uniek. Zo ziet Sartre essentiële momenten uit het leven van Genet als vormend voor wie hij is en welke keuzes hij maakte. De biografie van Genet bevat daarom analyses van die momenten en beschrijvingen van de invloed die zij hadden op Genets karakter.

Een van die essentiële momenten is de eerste keer dat Genet betrapt werd tijdens het stelen van spullen uit het huis van zijn adoptieouders. In dat ogenblik veranderde Genet door hun ogen; het is alsof hij in een spiegel kijkt. Genet beseft dan wat hij is, objectief gezien: hij is een dief. Hij is verachtelijk volgens het moraal waarin hij als kind is opgevoed. Hij gelooft daarin en dat is volgens Sartre zijn ongeluk. Genet  vlucht om nooit meer terug te komen en hij gaat leven van wat hij weet te stelen. Daarmee vindt hij compensatie voor de machteloosheid die hij voelt tegenover dat moraal in de blik van zijn adoptieouders; hij wordt de dief die zij zien én meer: hij leeft vrij van wat anderen van hem denken en laat zich louter sturen door zijn eigen gevoel.

Sartres scherpe analyses van dit soort momenten biedt de mogelijkheid om te begrijpen hoe Genet geworden is wie hij is. Daarvoor verdient hij nog geen medelijden, aldus Sartre. Voor Sartre is Genet op veel manieren vrijer dan de meeste mensen. Hij heeft gekozen om te leven buiten het moraal, hij heeft gekozen voor zichzelf. Of in de woorden van Sartre: ‘Voor Proust was de pederastie een voorbestemd lot, voor Genet is het een keuze. Hij heeft gekozen voor diefstal en de gevangenis, liefde en zich bewust te zijn van het kwaad. Hij plaagt de lezer en hij pronkt graag, maar hij verlaat nooit zichzelf geheel; zijn kunst houdt de lezer op een afstand. Daardoor vinden we aan de onderkant van deze afgelegen wereld, in de hel van eenzame opsluiting en drugsdealers, nog steeds een man.’ Volgens Sartre is Genet dus een soort existentialistische held, hij kiest zijn leven voor zichzelf. Met dit inzicht is niet alleen te begrijpen wie Genet is, maar ook wat hij mooi vindt en waarom. Zijn schoonheidservaring is subjectief en misschien niet de meest gebruikelijke, maar niemand kan het van hem afnemen.

Share Share

Blog · Boekrecensies · Filosofie

0 reacties tot nu toe ↓

  • Er zijn nog geen reacties.

Reageer