Sharon Hagenbeek is Watching You!

Debatvervuiling

1 december 2008 door Sharon Hagenbeek

Een klein half jaar geleden was er sprake van de nodige oproer over de kunst en de bemoeienis van de politiek ermee. Er werden destijds (en nu nog steeds) werken geweigerd en kunstenaars werden bedreigd. Zodoende werd er naar de politiek gekeken om hier een oplossing voor te vinden. Dat bracht de PvdA destijds ertoe een debat hierover te organiseren. Aanwezigen bij het debat waren onder anderen Jonas Staal (kunstenaar), Ines Weski (strafrechtadvocate), Pieter Pekelharing (ethicus en politiek filosoof), Ellen Vroegh (kunstenaar), Tania Barkhuis (directeur COC Amsterdam) en ikzelf (student/journalist kunst).

Tijdens het debat sprak men allereerst over de beledigende werking van kunst. De vraag of kunst beledigend zou mogen zijn, toonde al snel het onderliggende vraagstuk, de vrijheid van meningsuiting. Terwijl het debat verder ging na een verwijzing naar het liedje Die Gedanken Sind Frei, dacht ik aan een andere Duitser en diens woorden. Ik dacht namelijk aan de filosoof Kant en zijn tekst Was ist Aufklärung? Toen ik ooit de tekst in kwestie las, herhaalde ik de terugkerende woorden “…,, aber Gehört”. Mijn uitspraak van deze woorden was met hetzelfde accent als dat van een personage uit de film Snatch (Ze zermans are coming), “Lernt aber gehört”, “Fragt aber gehört”, enzovoorts. De klank was niet de enige reden dat ik aan Kant moest denken, ook tijdens deze avond werd de nadruk gelegd op de openbare orde. En voortbordurend op de lijn van Kant vond men ook tijdens dit debat het erg belangrijk dat er verlichting nagestreefd werd en men dient daarbij tevens gehoorzaam te blijven en een nuttige bijdrage te leveren aan de samenleving. Orde zou alles zijn wat we hebben. Alleen de geest is onze vrije ruimte. Met de fysieke uiting van onze gedachten, begeven wij ons al op het intermenselijke vlak en is een discussie mogelijk als de samenkomst van alle spanningen. Over smaak valt niet te twisten, maar te discussiëren des te meer.

De kunstenaar kiest zijn onderwerpen en daarmee zijn strijden net als een willekeurig mens. Zijn standpunten dient z/hij ook te kiezen, of men besluit dat voor hem te doen in het debat waar z/hij zich niet uitspreekt. Het vrije debat als intermenselijke situatie is net zo beperkt als ons privédenken. Immers geldt dat niet altijd gezegd wordt wat gezegd dient te worden en wij ons ook net zozeer beperkt kunnen voelen door wat bespreekbaar is of wat de kunstenaar bespreekbaar probeert te maken.

En dat was ook de hele reden voor dit specifieke debat. In onze beperktheid hopen we elkaar te vinden in het debat. De kunstenaar, de creatieveling, de activist, kraait brand en het debat is daar als de Nederlandse redder in nood. Welkom in ons midden, toont het lastige onderwerp zijn scherpe kanten enkel als onze eigen zwakheden. Een ideologie die verdedigd wordt; een duidelijk geval van wansmaak; een helaas nog duidelijker geval van meepraterij; uit alles blijkt de daadwerkelijke vraag te zijn: wie mag en moet oordelen? En hoe voorkomen we dat het debat vervuild wordt?

De politicus heeft het maar moeilijk met het debat te leiden naar een goede uitkomst, dat bleek ook tijdens deze avond. De PvdA toonde zich in weloverwogen twijfels. Zelfs de mensen van een apparaat zijn daar waar het mes het scherpste snijdt, ook maar een individu. De prententekenaar Jonas Staal (bekend geworden met zijn prent van het graf van Wilders), gaf aan zich in het verlaten midden van het recht en de politiek te bevinden (ja, hij was inhoudelijker dan ik gehoopt en verwacht had). Hij gaf een scherpe analyse van één kant van de situatie. De politicus stelt zich neutraal op over de keuze van smaak (en z/hij beschouwt individueel het werk natuurlijk wel als smakeloos voor de kijkers thuis) en verwijst vervolgens naar het recht. De rechter dient erover te beslissen; terwijl – zo geeft Staal aan – de rechter oordeelt of iets een belediging is en niet of iets kunst is. De politicus met zijn kunstsubsidie zou juist moeten oordelen.

Deze analyse werd alom bejubeld, maar daarmee was de zaak nog niet afgedaan. Ondanks dat de kunstenaar ons nu een goede oplossing biedt, is het natuurlijk niet zijn taak zonder meer. Wat is anders nog de functie van het debat? En aangezien de politicus zijn taak maar niet of moeilijk op zich neemt, zijn er dan geen anderen die wat voor het publieke debat kunnen betekenen? Misschien dat de filosoof kan zorgen voor minder debatvervuiling?

Voor een literatuurstudie was ik net de filosoof Habermas aan het lezen. Hij stelt in zijn tekst De filosofie als stadhouder en interpreet dat in het publieke debat de filosoof uitkomst zou moeten kunnen bieden. De filosofie heeft het moeten afleggen tegenover de wetenschap en om haar van afsterven te behoeden krijgt zij van Habermas de rol van plaatswijzer in het debat. Zo zou de filosoof wel nuttige uitspraken kunnen doen – alsof z/hij geen mens zou zijn – en ons kunnen wijzen op de nieuwe ideologie: de rationaliteit. Daardoor zou debatvervuiling dus voorkomen kunnen worden door de filosoof. Maar wat valt er nog voor een filosoof te zeggen over een kwestie? Het aanstippen van de eerdere kanten of het onderscheiden van hoofdlijnen en bijzaken, dat is het wel zo’n beetje. Habermas stelt het alsof men zonder een filosoof niet zou kunnen discussiëren, terwijl het niet zo is dat de filosoof nog iets nieuws inbrengt, z/hij biedt enkel het perspectief van de kantlijn.

Zoals gezegd, komt men nadat de hevigheid is overgewaaid in het debat weer tot elkander en ziet men dat het goed is om te debatteren. De kunst spreekt al dan niet onze zwakheden aan. Het is zaak ze te zien, te slikken bij de realisatie dat dit is wat verschillen en overeenkomsten maakt, en door te gaan. Meer woorden zijn er niet voor nodig en een toevoeging van een filosofische visie levert niets extra’s op. Ook tijdens dit debat was er een filosoof aanwezig, maar ik was teleurgesteld over diens bijdrage. De aanwezige filosoof Pekelharing toonde het geheel als gecompliceerd, spuide losse commentaren die begonnen met een ‘maar’; hij schepte geen duidelijkheid: ook hij vervuilde het debat.

Share Share

Blog · Filosofie

1 reactie tot nu toe ↓

  • 1 Deborah // 19 Feb 2009 at 13:43

    “Over smaak valt niet te twisten, maar te discussiëren des te meer.”

    WTF?

Reageer